artikel

Een zakenleven lang ruzie

Café

Sjoerd Kooistra wist de Hollandse bruine kroeg, die ‘huiskamer van de samenleving’, te vertalen naar een megaconcept: De Drie Gezusters. Hij was ook de man die zaken deed via rechtszaken. Dat werd zijn ondergang.

Een zakenleven lang ruzie

De laatste tien jaar werd Sjoerd Kooistra’s bestaan volledig beheerst door conflicten. Op de dag van zijn dood, vorige week maandag, liepen miljoenenclaims tegen hem van Heineken en InBev.

Kooistra was geknipt voor de opportunistische wereld van de kroegen. Hij wist wel raad met brouwers die ook pandjesbaas willen zijn om hun hectoliters veilig te stellen, en onervaren kroegbazen die geen rooie cent te makken hebben maar wel héél graag een eigen zaak willen. Emotieloos kneep Kooistra ze uit.

Onderhandelingen met brouwers voerde hij vaak alleen, zonder jurist aan zijn zijde. ‘Ik heb daar geen advocaat voor nodig. Voor mij is het sport’, zei hij. Hij deed zaken met Grolsch, Heineken en InBev, en met allemaal had hij ruzie. Soms mondden de besprekingen uit in ordinaire roep- en brulpartijen. ‘Dan loop ik kwaad weg, en kom ik een paar dagen later terug.’ Vaak liepen de conflicten uit op een rechtszaak. Met zijn vriend en advocaat Oscar Hammerstein wist Kooistra een van de beste juristen van Nederland aan zijn zijde.

Kooistra is op 18 maart 1951 geboren als zoon van een caféhouder. Toen zijn vader overleed, erfde Kooistra familiepretpark De Vluchtheuvel in Norg. Eind jaren ’70 opende hij in de stad Groningen zijn eerste eigen café. Hij bleek een goed gevoel te hebben voor het opkopen en reorganiseren van slecht lopende etablissementen. Zijn kroegen, ondergebracht in de exploitatiemaatschappij Plassania bv, verpachtte hij aan een complex netwerk van pachters, brouwers en besloten vennootschappen, waarvan er veel failliet gingen. Hij zou zijn pachters moedwillig het faillissement injagen door zóveel pacht te eisen dat de exploitanten niet meer aan andere financiële verplichtingen konden voldoen. Na een faillissement zou de ondernemer met een nieuwe en lege bv een doorstart maken. De fiscus, personeel, leveranciers en uitkeringsinstanties het nakijken gevend. Zijn simpele verweer was dat er ook pachters waren die niet failliet gingen.

Gaandeweg riep zijn rücksichtslose manier van zakendoen meer weerstand op. In 2003 probeerden curatoren voor het eerst aan te tonen dat Kooistra wel degelijk persoonlijk aansprakelijk was voor de faillissementen. Begin 2004 kwam hij in Amsterdam in de knel toen De Oesterbar failliet ging.

Amsterdam was na Groningen de volgende stad waar Kooistra groot wilde worden. De hoofdstedelijke Reguliersdwarsstraat, waar veel homocafés en homodiscotheken zijn gevestigd, werd een ‘Kooistra-straat’. Kooistra maakte nooit een geheim van zijn homoseksualiteit. In het vrijzinnige Amsterdam voelde hij zich op zijn gemak.

Maar de Amsterdammers reageerden furieus op het faillissement van De Oesterbar, hun huiskamer. De paria uit de provincie moest opdonderen. Burgemeester Job Cohen startte een onderzoek, de plaatselijke krant Het Parool zat hem op de hielen. Kooistra werd beschuldigd van faillissementsfraude, maar werd daarvoor nooit vervolgd. Naar buiten toe reageerde Kooistra gelaten op de Amsterdamse heksenjacht. ‘Eigenlijk ben ik Job Cohen dankbaar, want nu wil iedereen zaken met mij doen’, zei hij.

Het vuur werd hem na aan de schenen gelegd, zodanig dat hij zijn belangen in de hoofdstad afbouwde. In 2006 verkocht hij Bodega Keijzer, de Oesterbar, Ritz café en Hoppe. Ondertussen zocht Parool-journalist Bart Middelburg uit dat Sjoerd Kooistra veel minder rijk was dan hijzelf zei. De schuld van Plassania bv zou opgelopen zijn tot €84 miljoen. Kooistra wuifde die twijfels over zijn vermogen telkens weg. In het tv-programma ‘Bij ons in de bv’ meldde hij recent meer dan €140 miljoen waard te zijn.

Opmerkelijk is dat Kooistra in al die jaren nooit in verband is gebracht met de vastgoedmaffia. Een verwevenheid met de criminele vastgoedwereld zou niet ondenkbeeldig zijn, gezien Kooistra’s belangen in tientallen panden. In zijn privéwoning in Ubbergen vertelde hij tegen Misset Horeca dat de vermoorde vastgoedbaron Willem Endstra hem enkele maanden voor diens dood nog had benaderd. Endstra verzocht Kooistra met klem een pand van hem te kopen. Kooistra zei nee. Hij wilde er niets mee te maken hebben.

Sjoerd Kooistra was de man die de Hollandse bruine kroeg, die ‘huiskamer van de samenleving’, wist te vertalen naar een nieuw concept. Wat je in een horecastraat in een stad zou kunnen aantreffen, boden De Drie Gezusters onder één dak: bruine kroeg, nachtclub, lounge, skihut en beachclub. Het werd de machtigste formule in de natte horeca. Eén Drie Gezusters was in staat de complete uitgaanstraffic in een binnenstad op de kop te zetten. Kooistra kwam de eer toe dat hij met ‘De Zusjes’, zoals hij zijn megalomane formule liefkozend noemde, een nieuw genre had gecreëerd van pretparkachtige totaalhoreca.

Hij bleek een creatieve bouwer met een uitbundige, kitscherige stijl. Veel invallen had hij ter plekke, wat de bouwvakkers tot waanzin dreef. In De Drie Gezusters Breda liet hij een bar overspoelen door een grote golf van piepschuim. De piepschuimgolf moest dertig keer worden geschuurd voor Kooistra tevreden was. In het Tirolerdeel bouwde hij een alp, inclusief rotspartijen, skigondel en de familie Von Trapp – The Sound of Music was zijn lievelingsfilm.

Zijn pretparkroots verloochenden zich niet. ‘De Efteling verzint ieder jaar een nieuwe sensatie om het publiek naar het park te lokken.’ Ook de horeca is entertainment, volgens Kooistra. ‘Bier drinken kun je overal. Je moet mensen iets nieuws bieden.’ In Eindhoven investeerde hij bijna €6 miljoen in het interieur en de verbouwing. Dat is waarschijnlijk het hoogste bedrag ooit gestoken in de verbouwing van een café. Eén van zijn spontane invallen daar: een gouden koepel. Hoe groter en duurder, hoe beter, meende hij.

Groot waren ze, de Zusjes. De bieromzet van een vestiging lag rond 2000 hectoliter per jaar. Geen wonder dat alle brouwers zaken met hem wilden doen.

Kooistra deed zaken met Heineken, Grolsch én InBev. Hij was niet met alle drie even dik bevriend. Met Grolsch deed hij vijftien jaar geen zaken. Tot vorig jaar, toen hij in Enschede een Drie Gezusters opende. Het was al meteen bonje. Bij de opening schitterde Kooistra door afwezigheid. ‘Te veel Grolsch-gezichten. Als je onderhandelt zoals Grolsch, dan heb ik geen zin om op een receptie leuk te doen.’

Grolsch wilde hem voorschrijven welke zaken hij in Enschede wel en niet mocht kopen. De ondernemer, die de stad naar eigen zeggen niet goed kende, was enthousiast over de horeca ter plekke. En dus kocht de rasondernemer behalve De Drie Gezusters ook de exploitaties ernaast, waaronder De Kater, een prominent Grolsch-café aan de Oude Markt. Daarmee ging hij dwars in tegen de wens van de brouwer. ‘,Zij vragen mij om naar Enschede te komen met een Drie Gezusters, maar ik mag niet meer doen. Denk je dat ik gek ben of zo?’

Enschede was de eerste en laatste Drie Gezusters met Grolsch.

In december 2008 sloot Kooistra een exclusief contract met Heineken. De overeenkomst hield in dat in alle toekomstige Drie Gezusters die Kooistra zou beginnen, Heineken-bier werd getapt. Verder verhuurde hij dertig panden aan Heineken. ‘Heineken moet de huur incasseren. Dat scheelt mij veel tijd en zorgen.’ In ruil daarvoor kreeg de brouwer dertig gegarandeerde afzetpunten. Het was de grootste deal in zijn leven.

De relatie kwam al snel onder druk te staan. Hoewel Kooistra zei dat de economische crisis geen vat had op zijn 86 zaken, ervoeren zijn pachters dat anders. Die konden door teruglopende inkomsten de torenhoge pacht niet meer opbrengen. Heineken claimde miljoenen aan huurachterstand van Kooistra. Omgekeerd claimde Kooistra een huurachterstand van Heineken. ‘Het is een heel ingewikkelde zaak van vorderingen en tegenvorderingen. Er gaan heel wat faxen over en weer’, aldus een woordvoerder van Heineken een paar weken geleden.

Het dreigde uit te lopen op een vechtscheiding. ‘We gaan door tot we ons geld hebben’, aldus een woordvoerder van Heineken. De brouwer liet meerdere Amsterdamse zaken ontruimen en viel in bij drie woonadressen van de horecamagnaat. De vechtersbaas Kooistra werd steeds verder in het nauw gedreven.

‘Een huwelijk’ noemde Kooistra zijn relatie met Heineken begin 2009. In die zin zou je Kooistra’s tragische dood een gezinsdrama kunnen noemen.