artikel

Flexwet werkt averechts voor de horeca

Café

Er dreigt een sluipend massa-ontslag in de horeca. Ondernemers vinden de risico’s van de nieuwe Flexwet te groot. Ze nemen op grote schaal afscheid van hun flexkrachten. Dat blijkt uit onderzoek van Misset Horeca.

Flexwet werkt averechts voor de horeca

Uit een enquête van Misset Horeca blijkt dat een kwart van de ondernemers tijdelijke contracten niet verlengt. Het gaat om contracten voor bepaalde tijd, oproepcontracten en nul-uren-contracten. Nog eens een kwart van de ondernemers zoekt naar andere oplossingen om onder de gevolgen van de nieuwe Flexwet uit te komen, zoals het onderbrengen van flexkrachten bij payrollbedrijven. Volgens de – anoniem – ondervraagde ondernemers is de nieuwe wet een ‘baggerwet’. ‘Ze stikken er maar in. Het is niet meer te doen,’ zegt de een. ‘Dit maakt het bijna onmogelijk een seizoensbedrijf rendabel te houden’, aldus een ander. Overigens zegt de helft van de ondervraagde bedrijven niets te veranderen. ‘Ons personeel is ons dierbaar’, merkt een ondernemer op.

3x3x3 wordt 2x3x6

De Wet werk en zekerheid gaat per 1 juli in. De wet moet meer zekerheid bieden aan werknemers. Zo wordt de periode waarin je tijdelijke contracten kunt aanbieden verkort van 3 naar 2 jaar. Daarmee wil het kabinet de doorstroom naar een vaste baan bevorderen, maar de wet heeft averechtse gevolgen. De twee grootste struikelblokken voor ondernemers zijn de transitievergoeding en de gewijzigde ketenregeling. Nu is die 3x3x3: ondernemers mogen in 3 jaar tijd maximaal 3 tijdelijke contracten met tussenpozen van 3 maanden afsluiten. Vanaf 1 juli wordt dat 2x3x6. Het is maximaal toegestaan dat er in
2 jaar, 3 tijdelijke contracten worden gesloten met tussenpozen van 6 maanden. Daarna moet een ondernemer een contract voor onbepaalde tijd geven. Voor de horeca is die periode van 6 maanden te lang. Iemand die op het strand werkt en binnen 6 maanden weer wordt opgeroepen, heeft straks sneller recht op een vast contract. In de oude situatie was het mogelijk zo iemand al na 3 maanden een nieuw tijdelijk contract aan te bieden. Ook de transitievergoeding is voor veel ondernemers te veel van het goede. Werknemers die 2 jaren of langer (bepaalde of onbepaalde tijd) in dienst zijn geweest hebben vanaf 1 juli recht op een zogenaamde transitievergoeding van 1/6 maandloon per 6 maanden. Vanaf 10 dienstjaren geldt 1/4 maandloon.

Geen verlenging is het gevolg

Ook Koninklijke Horeca Nederland merkt de gevolgen van de nieuwe wet. ‘Veel ondernemers willen de toegenomen risico’s niet dragen,’ zegt beleidsmedewerker Paul Schoormans. Hoeveel van de 20.000 KHN-leden de flex-contracten beëindigen, kan Schoormans niet zeggen. Wel dat ‘alle ondernemers aan het rekenen zijn.’ Schoormans begrijpt de ondernemers. ‘In de horeca hebben we te maken met zomer en winter. En ’s winters heb je op het strand gewoon geen werk. Dus waarom zou je dan iemand in vaste dienst moeten nemen. Dat is economisch onhaalbaar en ook de transitievergoedingen zijn te veel van het goede in dat geval.’ De flexkrachten merken inmiddels aan den lijve wat de wet voor hun betekent. Onlangs startte vakcentrale CNV een meldpunt voor werknemers die te maken krijgen met de gevolgen van de nieuwe wet. Van de honderden meldingen die
binnenkwamen, is een ‘significant deel’ afkomstig uit de horeca, meldt een woordvoerder.

‘Flexwet beroert me maar matig’

Bieroloog Peter van der Arend heeft drie zaken in Amsterdam. Begin juni opent hij een vierde zaak. Hij heeft zo’n 30 personeelsleden in dienst. De invoering van de nieuwe flexwet beroert hem maar matig. ‘Ik heb 10 fulltimers en 20 parttimers in dienst. Die parttimers zijn merendeels studenten.’ Van der Arend hanteert daarbij ‘eigen regels’. ‘Het is niet zo dat iedereen maar het minimum-loon krijgt. Daar begin je mee, maar je kan doorgroeien. Bij full-timers gelden andere regels. Daar ligt het er maar net aan wat je doet, wat je kan en wat je betekent voor het bedrijf.’ Bijna iedereen die bij hem in dienst treedt, krijgt een vast contract. ‘In de afgelopen 5 jaar heb ik pas één keer iemands contract niet verlengd, dus flexwerkers…ik heb er niet zo mee van doen.’ Hij selecteert zorgvuldig wat ervoor zorgt dat hij weinig verloop heeft. ‘Mensen moeten bij mij minimaal 21 zijn, want ze dienen zelfstandig een zaak te runnen. Dan is dat wettelijk verplicht en daarnaast natuurlijk een passie voor bier. Maar waar ik ook naar kijk is de studieprogressie. In die zin: als iemand aan het einde van z’n studie zit is het voor mij minder interessant omdat hij waarschijnlijk niet lang zal blijven. En voordat je bij mijn zaken, waar kennis van bier breed, groot en intens is, ingewerkt bent, zijn we al een maandje of vier verder.’

Reageer op dit artikel