artikel

Zaak afschaffen rookruimtes: Vuur is nog niet gedoofd

Café 414

De rechtbank in Den Haag besliste recent in de zaak van de Nederlandse Nietrokersvereniging CAN (Club Actieve Nietrokers) tegen de Staat dat rookruimtes in de horeca zijn toegestaan. Een uitspraak waar menig ondernemer die erin investeerde blij mee is. Maar kan de horeca echt al opgelucht ademhalen?

Zaak afschaffen rookruimtes: Vuur is nog niet gedoofd
Jan Willem Schouten

De nietrokersvereniging legt zich niet neer bij de uitspraak, meldt voorzitter Tom Voeten aan Misset Horeca. CAN wil het roken in rookruimtes aanvechten tot aan de Hoge Raad, de hoogste rechtsprekende instantie in Nederland. ‘Dat rookverbod in openbare ruimtes gaat er sowieso komen’, zegt de voorzitter stellig. ‘Linksom of rechtsom. Het is een kwestie van tijd.’

Zwaard van Damocles

Hans Lindeboom van nachtcafé Stairs in Katwijk noemde eerder het verbod op rookruimtes een ramp. ‘Nu hangt de weg naar de Hoge Raad als het zwaard van Damocles boven ons hoofd. Dat geeft een onrustig gevoel.’ Helemaal omdat Lindeboom niet uitsluit dat CAN uiteindelijk in het gelijk wordt gesteld door de hoogste rechter. ‘Ze hebben zich hier echt in vastgebeten.’
De gasten van Stairs vallen in de leeftijdscategorie 18+. ‘Die komen om half één binnen. Van hen rookt 70 procent. Omdat de gemeente Katwijk het beleid heeft dat na 1.00 uur gasten alleen nog naar buiten mogen en niet meer naar binnen, vreest Lindeboom dat een rookruimteverbod het einde van zijn nachtcafé betekent.
Gudy Zegers van café De Knip in Oudkarspel zegt wel opgelucht adem te halen nu is beslist dat haar rookruimte mag blijven. Het betekent dat ze haar investering van €25.000 niet in rook ziet opgaan. ‘We hebben de rookruimte nog maar net staan.’ Als de rechtbank CAN in haar gelijk had gesteld, dan zou de onderneemster om een compensatie hebben gevraagd bij de overheid. ‘Ja, absoluut’, zegt ze resoluut. Zegers zegt echter er vertrouwen in te hebben dat haar rookruimte ook in de toekomst mag blijven staan. ‘Ik denk dat ze deze uitspraak niet gaan wijzigen.’

KHN

KHN-voorzitter Robèr Willemsen zegt ook verheugd te zijn met het vonnis: ‘In de horeca zijn en blijven rokers en niet-rokers welkom. Horecaondernemers hebben daar soms ook voorzieningen voor
getroffen en het is dan ook een goede zaak dat deze investeringen niet onnodig zijn gedaan. De uitspraak bevestigt dat de invulling van het rookverbod zoals die in de Nederlandse Tabakswet is vormgegeven geldig is en blijft’, aldus Willemsen.

Doel

Doel van de rechtszaak, aangespannen door CAN, was het afschaffen van rookruimtes in de horeca om zo het rookverbod in de gehele horecasector verder door te trekken. De organisatie beriep zich in de rechtszaak op een verdrag met de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) over het tegengaan van roken. CAN is in de veronderstelling dat de aanwezigheid van rookruimtes lijnrecht indruist tegen de verplichtingen op grond van dit door Nederland ondertekende verdrag, waarin zou zijn opgenomen dat lidstaten hun burgers moeten beschermen tegen tabaksrook in onder meer openbare ruimtes.

Beslissing rechtbank

sigarettenDe conclusie van de rechtbank is dat CAN zich in deze zaak niet op deze bepaling, te weten artikel 8 lid 2 van het WHO-Kaderverdrag, kan beroepen. CAN stelt dat hierin is vastgelegd dat verdragsstaten 100 procent moeten voorzien in een rookverbod. Volgens de rechtbank zegt het echter niets over de precieze aard en omvang van de beschermingsplicht van de staat.

Evenmin kan volgens de rechtbank worden gezegd dat ten tijde van de totstandkoming van het verdrag een overeenstemming bestond over de verplichting van het invoeren van een algeheel rookverbod in openbare ruimtes en dat ‘effectieve maatregelen’ uitsluitend op één manier konden worden getroffen, te weten via de invoering van een algeheel rookverbod. ‘Ook kan aan de bepaling niet de conclusie worden verbonden dat het toestaan van roken in rookruimtes onverenigbaar is met de verplichting van lidstaten om te voorzien in de bescherming tegen blootstelling aan tabaksrook’, zo staat in het vonnis geschreven.

Alsnog gewonnen

‘We vinden het jammer dat de rechtbank onze redenering niet volgt’, zegt Voeten. ‘Wij verwachten dat dit hetzelfde gaat lopen als onze zaak in 2012’, zegt de voorzitter doelend op de zaak waarbij de vereniging het roken in kleine cafés na invoering van het rookverbod aanvocht. ‘Toen heeft de rechter ons aanvankelijk in het ongelijk gesteld, maar wonnen we de zaak bij de Hoge Raad. Destijds werd
teruggedraaid dat roken in kleine café’s alsnog werd toegestaan, na het in het leven roepen van een algeheel rookverbod in de horeca. De rechtbank stelt echter dat deze zaak verschilt met die eerdere zaak. Toen kon CAN zich volgens de Hoge Raad wel beroepen op artikel 8 lid 2 van het WHO-Kaderverdrag.

Duidelijke norm

‘We hebben meerdere redenen waarom we deze zaak zijn gestart en voortzetten’, zegt Voeten. ‘Nog steeds veroorzaakt roken veel overlast. Wij willen niet dat het wordt gefaciliteerd en dus eigenlijk wordt gestimuleerd. Primair willen we dat er een duidelijke norm komt. Secundair willen we dat dit wordt ondersteund met een rookverbod in openbare ruimten.’ CAN ziet het verbod op rookruimtes als de eerste stap naar een algeheel rookverbod. ‘Wij begrijpen dat het niet stopt bij het afschaffen van rookruimtes en dat rokers zich verplaatsen naar buiten.’ Maar ook daar wil CAN op den duur tegen optreden. ‘Het moet draagvlak krijgen dat roken slecht is. Dat je andere mensen ziek kan maken. De horeca moet daarin ook een steentje bijdragen.’

Investeringen

Op het feit dat rookruimtes gepaard gaan met flinke investeringen, reageert Voeten: ‘Er zijn alleen maar verliezers in deze casus. Maar vergelijk het met de verkeersregels; je kunt niet zeggen dat je de ene keer wel door rood licht mag rijden en de andere keer niet. Het verbod is nodig om duidelijkheid te creëren’, besluit de voorzitter.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels