artikel

Top-6 juridische foefjes in biercontracten

Café

Volgens minister Henk Kamp van Economische Zaken zijn biercontracten tegenwoordig veel transparanter. Maar hoe transparant zijn ze eigenlijk? Misset Horeca legde een aantal contracten onder de loep. Voor deze zes juridische foefjes moeten ondernemers beducht zijn.

Top-6 juridische foefjes in biercontracten

1. Brede binding

Brouwers verbreden hun portfolio om op zo veel mogelijk producten te kunnen binden: van speciaalbier, fris, wijn, een eigen koffielabel en thee, tot en met kantoorspullen. Marktleider Heineken heeft een uitzonderingspositie en mag alleen binden op tappils, niet op het restpakket.

2. Twee contracten

De ondernemer tekent twee overeenkomsten: een opzegbare bruikleenovereenkomst en een niet-opzegbare leveringsovereenkomst die voor langere tijd wordt afgesloten, bijvoorbeeld voor
10 jaar. Een variant is het tekenen van een overeenkomst die verwijst naar de algemene voorwaarden waarin een afnameverplichting voor langere duur is opgenomen.

3. Installatie terugvorderen

De brouwerij neemt in de bruikleenovereenkomst op dat de tapinstallatie kan worden verwijderd als er te weinig volume wordt afgenomen. Die verwijdering gebeurt op kosten van de exploitant. Daarbovenop moet de ondernemer de waarde van de bruikleeninstallatie vergoeden. De binding blijft bestaan.

4. Voordeeltje vergeten

Contracten tussen ondernemers en brouwerijen worden regelmatig aangepast, bijvoorbeeld door een nieuwe huurtermijn. Daarbij vergeet de brouwer ‘toevallig’ een aantal bepalingen die voor de ondernemer gunstig zijn, zoals het evenaringsbeding. Onder de oude Europese Verordening, van voor 2000, gold een ‘evenaringsbeding’ op het restpakket. De ondernemer mocht het restpakket elders kopen als hij het daar goedkoper kon krijgen. Na 2000 zijn brouwers niet niet meer verplicht zo’n evenaringsbeding op te nemen. Dus verdwijnt het, tenzij de ondernemer er zelf om vraagt.

5. Pandeigenaar wijst leverancier aan

Dit is een foefje dat nogal eens wordt gebruikt als brouwers niet via de tussenhuur kunnen binden. Particuliere pandeigenaren laten in de huurovereenkomst opnemen dat de pandeigenaar de leverancier mag aanwijzen. De ondernemer is verplicht om bij die leverancier af te nemen. Brouwerijen omzeilen zo de mededingsrechtelijke regels en de pandeigenaar steekt een deel van de korting in zijn zak.

6. Gebonden sponsoring

De ondernemer krijgt een sponsorovereenkomst geboden met mooie voordeeltjes. In de sponsorovereenkomst staat wel een exclusief afnamebeding opgenomen.