artikel

Koffie oogsten in Kenia: naar de oorsprong van de boon

Café 1950

Elke reis heeft een begin. Een startpunt. Een oorsprong. Het startpunt van deze reis ligt op zo’n 6500 kilometer van Nederland, in de groene heuvels van Nyeri, Kenia. Een vruchtbare regio met rode aarde, bekend om zijn koffie. Elke koffieboon legt hier een grillige weg af, van plantage en verwerken tot veiling en export.

Koffie oogsten in Kenia: naar de oorsprong van de boon

Bean to cup – Koffie in Kenia

Koffie uit Kenia is ‘hot’, zeker in horecazaken die graag een single origin schenken. De kwaliteit is hoog, de smaak fruitig en fris. De meest bekende variëteiten zijn SL28 en SL34. Voorheen werd koffie uit Kenia veel in blends gestopt, inmiddels omarmt de specialty coffee-wereld de bonen uit het land. Vooral de hoogvlaktes in Centraal- en Noord-Kenia, zo rond de 1700 meter boven zeeniveau, zijn bekend om hun kwaliteitskoffie.

Koffie plukken in Kenia met Joost LeopoldMisset Horeca is in Kenia met Joost Leopold, eigenaar van De Koffieschool en als expert verbonden aan Misset Horeca. In oktober 2016 organiseerde hij samen met reisbureau African Travels een oorsprongreis naar Kenia voor zo’n tien koffie-enthousiastelingen.

Koffiestek

De overland truck stuurt hobbelend over een karrespoor in een gortdroog grasveld en houdt halt bij een verzameling gebouwen, kassen en koffiestruiken. Dit terrein is van de Universiteit van Nyeri, waar veel koffieplanten in de regio hun leven beginnen. Koffieboeren kopen geen zaden, ze kopen stekjes. En de universiteit is een grote leverancier van die stekjes. Zaadjes van sterke variëteiten als SL28 en SL34 worden in kassen geplant en als ze groot genoeg zijn geënt op wortels van variëteiten met een hoge opbrengst als ruiru-11 en bathian. Zo ontstaan koffieplanten met sterke wortels die diep gaan voor water, met daarop een struik die hoogwaardige bessen produceert. Van zaaien tot planten kost een stekje tien maanden tijd. De kas biedt plek aan 70.000 stekjes per keer; elk stekje kan de universiteit verkopen voor 35 Keniaanse shilling (€0,30). Voor de universiteit ook een aangename aanvullende inkomstenbron. Omdat de arbeid wordt gedaan door studenten, zijn de kosten relatief laag.

Eduard Mbayo toont één van zijn 70.000 stekjesEduard Mbayo is verantwoordelijk voor de koffieplantage. Hij stapt omzichtig tussen de kwetsbare stekjes door en toont ze liefdevol aan zijn toehoorders. Elke twee maanden worden de stekjes verpoot naar een ander deel, een cyclus die non-stop doorgaat en jaarlijks ruim 200.000 zaailingen oplevert.

De faculteit Food Science Technology heeft een opleiding Coffee Technology, de enige in Oost-Afrika. Hier wordt onder meer onderzocht hoe boeren de kwaliteit kunnen verbeteren; er wordt in een laboratorium getest met nieuwe variëteiten. Interessant weetje: dit lab is tien jaar geleden gebouwd door Starbucks, waar toen een nauwe samenwerking mee was. Inmiddels is de Amerikaanse koffiegigant niet meer actief in Kenia, de prijs van groene bonen is er vanwege de toenemende interesse voor specialty coffee te hoog.

De volgende stap na de kassen van de universiteit is een koffieplantage. De overland truck rijdt door het stof en de warme middagzon naar Nchengo Estate, een 90 hectare tellende boerderij die door de ligging tussen twee rivieren geen last heeft gehad van de droogte die Kenia afgelopen jaar teisterde. Door het droge weer in met name het noorden van Kenia lag de productie in 2016 25 procent lager dan normaal. Dit heeft gevolgen voor de prijzen die branders en dus uiteindelijk ondernemers in Nederland betalen voor bonen uit het land. In 2011 was er bijvoorbeeld een flink lagere productie in Colombia, waardoor de prijzen van koffie wereldwijd stegen: de vraag naar koffie uit andere landen nam toe.

De totale jaarproductie van Kenia is 800.000 zakken (van 60 kilo), waarmee het een kleine speler is. De grootste producent De totale jaarproductie van Kenia is 800.000 zakken van 60 kiloter wereld, Brazilië, produceert jaarlijks 43 miljoen zakken. Hierdoor is koffie in Kenia ook minder interessant voor grote spelers in de koffiewereld als Jacobs Douwe Egberts, die minimaal een productie willen van 500.000 zakken om hun blends consistent te houden. Dat laat dus veel ruimte voor specialty coffee. Dit is ook te zien in de investering die wordt gedaan in de koffieplantages. In Kenia is die investering gemiddeld €45.000 per hectare, in Brazilië eentiende daarvan. Daarbij is de return on investment per jaar 6 procent in Kenia, waar investeerders liever 15 procent zien. Daarom is er nog geen interesse van bijvoorbeeld Chinese investeerders, die wel zeer actief zijn in andere bedrijfstakken in Afrika.

Wassen en de ochtendzon

Boer Robert Kamau zit sinds 1976 in de koffie en neemt ons mee over zijn Nchengo Estate. Zacht glooiende heuvels van roestrode aarde, met daarop de 2,5 meter hoge donkergroene koffiestruiken. De lucht zindert, het enige geluid is het getsjirp van insecten en af en toe een vogel.

Robert Kamau snoeit zijn koffiestruiken aan de oostzijdeKamau snoeit de koffiestruiken aan de oostzijde, zodat de bessen wel ochtendzon krijgen, maar in de middag door de bladeren worden beschermd tegen de verzengende stralen. ‘Overdag beschermt de moeder haar kroost.’ Net als Mbayo zijn stekjes liefkoost, koestert Kamau ‘zijn’ koffieplanten. Koffie groeit langzaam en gaat pas vijf jaar na planten bruikbare oogst bieden. Als een struik eenmaal volwassen is, draagt deze zeker dertig jaar bessen.

In de verte klinken stemmen, een groep van zo’n twintig vrouwen in kleurige kleding komt terug van een ochtend oogsten. Ze storten hun volle emmers, die ze op hun hoofd droegen, uit op de betonnen vloer van het sorteerstation, waar de eerste selectie plaatsvindt. Dit is een ‘eind van het seizoen’-oogst. Omdat hier alles met de hand wordt geplukt (dat levert uitsluitend rijpe bessen op en dus een betere kwaliteit), zijn in de eigenlijke oogst nog bessen blijven hangen die net niet rijp waren. Nu, enkele weken na die echte oogst, zijn bijna alle achtergebleven bessen dieprood gekleurd.

Bij de grootste coöperatie
zijn ruim 15.000 boeren
aangesloten, bij de kleinste 200

Uit de bergen geplukte bessen halen de vrouwen blaadjes, takjes en per ongeluk toch geplukte overrijpe of nog groene De plukkers zoeken blaadjes, takjes en afwijkende bessen uitbessen. Na het uitzoeken worden de bessen gespoeld in het washing station en gaan de ontpulper in. Het vruchtvlees wordt van de eigenlijke boon gescheiden (twee bonen per bes), waarna de boon 24 uur wordt geweekt in water. Hier vindt ook de eerste fermentatie plaats in de gelei-achtige suikerlaag om de boon. Na een nacht in water is die laag grotendeels opgelost en worden de bonen zo’n twee weken op droogbedden uitgespreid. Ze ogen nu niet groen maar eerder wit, omdat de laag pergamino er nog als een dun schilletje omheen zit. Deze verwerking is de zogeheten ‘gewassen methode’; 95 procent van de koffie uit Kenia wordt op deze manier verwerkt.

Vanaf het washing station worden de bonen naar een milling station gebracht, waar de pergamino eraf wordt gehaald en de bonen in grootte en dus kwaliteit worden gesorteerd. Pas nu gaan ze in de jute zakken voor export.

Een groot bedrijf dat in de hele keten van koffie in Kenia verweven is, is Neumann Kaffee Gruppe (NKG). Dit van oorsprong Duitse bedrijf zit al sinds 1964 in Kenia, dat in 1963 onafhankelijk werd van Engeland. Het bedrijf is groot in het verbouwen, verwerken en verhandelen van groene bonen en verantwoordelijk voor 10 procent van de totale koffievraag wereldwijd. Na het wassen worden de bonen twee weken uitgespreid op droogbeddenNKG is aanwezig in 28 landen en heeft 35 milling stations. Het bedrijf heeft eigen plantages of managet ze in
opdracht van de boeren. Ook biedt het advies en verzorgt de administratie voor andere boeren en coöperaties.

NKG heeft in Kenia (en andere koffielanden) drie grote takken. Het verbouwen van koffie wordt gedaan door NKG Tropical. Een tweede pijler is het millen, het verwerken van de geplukte bonen, of eigenlijk: het verwijderen van de laatste schil om de boon, de pergamino. Ook worden op de milling stations de bonen op kwaliteit geselecteerd. De partijen worden getest in het lab van NKG, waarna ze ter veiling worden aangeboden. De derde pijler is de exporttak Ibero, die op de veiling bonen inkoopt en ze vervolgens aan handelaren in de rest van de wereld verkoopt.

In Kenia draagt NKG de verantwoordelijkheid over zo’n veertig grote farms en zestig kleine van 0,2 tot 0,8 hectare. Een boer met minder dan 5 hectare koffie is in Kenia verplicht zich bij een coöperatie aan te sluiten. Bij sommige van die coöperaties zijn wel duizenden boeren aangesloten. De grootste waar NKG zaken mee doet, heeft dertien washing stations en 15.000 boeren, de kleinste één washing station en 300 boeren. Per hectare wordt zo’n 200 tot 300 kilo bonen geoogst.

Lees in de serie ‘Bean to cup’ ook:
>> De weg van de groene boon
>> Zelf je koffie branden loont, en zó werkt het

In bijvoorbeeld een regio als Nyeri is NKG verantwoordelijk voor 52 procent van de koffieproductie, in Kirinyaga zelfs voor 76 procent. Nog een weetje: 75 procent van de koffie uit buurland Tanzania gaat naar Japan. Doordat de Mount Kilimanjaro erg lijkt op de populaire Japanse berg Fuji zijn Japanners dol op Kili-koffie.

In het eigen kwaliteitslab van NKG passeren elke week zo’n 200 tot 500 samples, die door een team van 25 controleurs Neumann Kaffee Gruppe heeft een eigen kwaliteitslaboratoriumworden getest en gecupt. Deze kwaliteitscontroles gebeuren voor partijen die van de plantages komen en ter veiling worden aangeboden, maar ook voor partijen die exporttak Ibero wil kopen om te verschepen. NKG faciliteert ook direct trade. 90 procent van de Keniaanse koffie wordt via de veiling verkocht, de overige 10 procent verkopen de coöperaties rechtsreeks vanuit hun milling station aan buitenlandse kopers. NKG verzorgt in dat geval de afhandeling en logistiek.

NKG heeft de enige opslagloods in Kenia die speciaal is gebouwd voor het bewaren van koffie, met onder meer een extra isolerend dak. De loods biedt ruimte aan maximaal 70.000 zakken van 60 kilo. Elke partij die binnenkomt, wordt letterlijk steekproefsgewijs gecontroleerd, door met een speciaal soort probe een gat in de zak te steken en er een handvol groene bonen uit te halen. Zo is snel te zien wat de kwaliteit van de partij is en of deze niet is aangetast door vocht.

De koffie in de loods is niet van NKG, zij is enkel tussenpersoon. Daarom staat op de jute zakken niet de naam van het Duitse bedrijf. De koffie is van de coöperatie tot ná de veiling, dan is hij van de exporteur. In het geval dat exporteurs of klanten hele oogsten opkopen, staat op de zak al de naam van het land waar de koffie naartoe gaat (we zien Australië, Noorwegen, VS), anders staat er dat het Keniaanse koffie is plus een label met coöperatie en lotnummer.

Veiling in Nairobi

Een belangrijke tussenstop in de reis van de groene boon is de Nairobi Coffee Exchange, de ‘beurs’ of veiling van Keniaanse koffie. Al reizen maar weinig groene bonen daadwerkelijk via de Keniaanse hoofdstad, hun lot wordt er wel bezegeld. Van elke Potentiële kopers kunnen voorafgaand aan de veiling de samples bekijkenpartij koffie gaat een sample naar de veiling in Nairobi. Hier kunnen potentiële kopers een week voor de veiling naar de sample room om de partijen die worden verkocht te bekijken en eventueel samples op te vragen om te branden en te cuppen. In het seizoen is er wekelijks een veiling.

De veilinghal zelf is een stap terug in de tijd: donker hout, muffe stoeltjes en een veilingklok uit de jaren tachtig die met irritante piepjes de prijs laat oplopen tot niemand meer biedt. Omdat we tussen twee oogstseizoenen in zitten (door de ligging op de evenaar kent Kenia twee keer per jaar een oogst) is het nu rustig en zijn de aangeboden partijen niet van topkwaliteit. Een stuk of twintig inkopers zitten in de stoelen met een vinger aan de knop waarmee ze aangeven op het op dat moment aangeboden lot hoger te willen bieden dan het bod dat op dat moment staat. Voor een buitenstaander gaat het te snel en is het proces onbegrijpelijk. Complicerende factor voor de leek: koffie wordt verpakt in zakken van 60 kilo (tenminste, hier in Kenia. Elders op de wereld is het ook wel eens 59 of 65 kilo), maar op de veiling wordt de prijs bepaald per 50 kilo. Nu, buiten het seizoen, fluctueert de prijs zo’n beetje van $220 tot $250, afhankelijk van de kwaliteit. En alles komt langs, van C grade tot PB en AA. In seizoen 2014/2015 zag de veiling van Nairobi de hoogste prijzen langskomen: toen gingen partijen AA weg voor $650 per 50 kilo.

Van rode bes tot groene boon

Waar Nchengo Estate een grote plantage van één boer is, zijn bij de Muthua-ini coöperatie 880 boeren aangesloten die samen 200 hectare koffie hebben in de heuvels van Nyeri. De boeren dragen 20 procent van de opbrengst van de veiling van hun koffie af aan de coöperatie, die daarvoor de fabriek en het washing station onderhoudt. Opzichter Steven Manina Wanegombe houdt fabriek en washing station in topconditie en is beschermend over ‘zijn’ koffieplanten. Bij hoge uitzondering mogen de gasten uit Nederland ervaren hoe het voelt om koffie te oogsten. De reis van elke kop koffie die wordt gezet, begint met deze eenvoudige handeling: een hand die een glanzend rode bes plukt. De eerste stap van de groene boon.

Zelf op oorsprongreis naar Kenia?

De in dit artikel beschreven reis werd georganiseerd door De Koffieschool van Joost Leopold en African Travels, een reisbureau gespecialiseerd in kleinschalige en zelfstandige reizen in Afrika. Ook in 2017 staat deze koffiereis weer op de planning, van 4 tot en met 10 november.

Reageer op dit artikel