artikel

De evolutie van Twenste ‘dorpskroeg’ Café Sprakel

Café 4972

Een fikse brand door een lekkende gasfles, een publieke schop onder de kont, schipperen met het rookverbod; Café Sprakel heeft de afgelopen decennia de nodige obstakels overwonnen. Onder meer door flink in te zetten op eten hebben Mirko en Mariëlle Bergink een voormalige Twentse dorpskroeg omgebouwd tot een volwassen onderneming. ‘Maar Sprakel ís en blijft een écht café.’

De evolutie van Twenste ‘dorpskroeg’ Café Sprakel
Mirko en Mariëlle Bergink.

Mensen vermaken, gezelligheid brengen en ‘er gewoon van leven’. Met dat doel namen Mirko en Mariëlle Bergink Café Sprakel in 1999 over. Hij, uitvoerder bij een schildersbedrijf, zij, voeding en diëtetiek, hadden voorheen gewerkt in het café als bijbaan. Nu deed de kans zich voor het café in hun geboortedorp over te nemen. Anno 2018 blikt Mirko terug op die tijd. Met een kenmerkende Twentse nuchterheid: ‘Kunnen we dat? Och, vast wel… nou laten we het dan maar doen.’

Lees ook: Zo start je een horecazaak

Leven en werken in het café

Zo eenvoudig als het klinkt, zo was het toentertijd ook. ‘Maar bedenk je: Mariëlle was 21 ik 25 en we stonden voor de keus: of we beginnen een schildersbedrijf óf we nemen het café over.’ Mariëlle: ‘En in het café kon ik tenminste nog meewerken, bij het schildersbedrijf niet natuurlijk.’ Als ze Café Sprakel overnemen, is het de eerste jaren vooral op dezelfde voet voortzetten met het idee er meer uit te halen. Mirko: ‘We hebben alleen de toiletten verbouwd, dat is een visitekaartje vinden we. Maar verder hebben we het gewoon doorgedraaid zoals het was en deden alles met z’n tweeën. Boven het café wonen en beneden werken en leven.’

Maar na zo’n 6 jaar is er behoefte aan groei. Mirko: ‘We groeiden qua omzet maar deden wel continu hetzelfde. We hadden het idee dat we ons moesten ontwikkelen. We maakten er ieder weekend een feestje van, maar van horeca an sich wisten we nog niet zoveel. We kwamen vervolgens in aanraking met de Café Top 100 (zie kader, red.) en gingen zo ook bij andere zaken kijken.’ Mariëlle vult aan: ‘Wat we deden, deden we goed, maar we keken ook bij andere zaken en zagen dat er meer mogelijk was. Dat wilden wij ook wel.’ Brouwer Grolsch raadt het stel vervolgens aan om de cursus Actief Ondernemerschap bij Lenting en Partners te volgen. Dat advies wordt opgevolgd, maar een direct succes wordt het allesbehalve.

Sturen op cijfers

Met een glimlach denkt Mirko terug aan de eerste dag van de cursus. ‘Ik kwam ’s avonds thuis en zei direct tegen Mariëlle: daar ga ik dus niet meer naar toe. Die man – Ton Lenting – brandt mij ten overstaan van de andere cursisten Café Sprakelvolledig af.’ Lenting drukt de jonge Twentse ondernemer direct met de neus op de feiten. Mirko: ‘Hij vroeg me wat de jaaromzet van Sprakel was. Ik antwoordde: Dat weet ik niet uit m’n hoofd, maar dat staat toch in de papieren die ik ingevuld heb? En wat mijn personeelskosten waren? Dat staat daar ook in, antwoordde ik.’ Lenting wordt boos. Mirko: ‘Hij vond dat ik die kennis paraat moest hebben. Want waar stuurde ik mijn bedrijf op, vroeg hij zich af. Ik zei: op de bankrekening. Als ik geld heb, kan ik wat doen, anders niet.’ De horeca-adviseur brandt de cursist klassikaal flink af. Mirko: ‘Dus ik had me voorgenomen daar niet meer terug te keren. Maar goed, na een week was dat gevoel weer gaan liggen en ging ik toch terug.’

Uiteindelijk rondt Mirko de cursus in z’n geheel af en blijkt dat Sprakel van alle cursisten het beste draait. Mirko: ‘We hadden bij lange na niet de hoogste omzet, maar met 6 procent wel de laagste personeelskosten.’ Het opent de ogen van de ondernemers. Mariëlle volgt de cursus ook en het stel gaat ook jaarlijks mee op de Mobiele Horeca Training waarbij ondernemers middels een tweedaagse bustour langs diverse andere ondernemers reizen. Om te leren en te inspireren. Mirko: ‘Vanaf dat moment hebben we grote stappen gemaakt. We hebben ons toegelegd op coaching, kortom een belangrijke ontwikkeling voor ons als ondernemers.’ Het stel is hun leermeester daarvoor nog altijd dankbaar. ‘Je krijgt af een toe een schop onder je kont als het nodig is en af en toe een zetje in de juiste richting, dat is heel prettig.’

Heropbouw na brand

De jaren die daarop volgen, ontwikkelt Café Sprakel zich tot de complete horecazaak die het nu is. Een zaak waar eten Café Sprakeleen belangrijke rol speelt – waardoor het lokale café een regionale topper wordt – met een belangrijke terrasfunctie en waar feesten en partijen in aparte zalen gehouden kunnen worden. Maar voor het zover is, zijn er een paar ijkpunten in de historie van de zaak. Waaronder het moment dat het rookverbod ingevoerd werd. Mirko: ‘Dat was in 2008 en we vonden het toen heel moeilijk.’ Mariëlle: ‘We waren eerst aan het schipperen. Asbakken laten staan, toch van tafel. Dan vanaf 20.00 uur, dan vanaf 22.00 uur…’ Mirko: ‘In 2008 kwam de brand en hebben we bij de heropbouw een heel goede afzuiginstallatie laten bouwen. Ik dacht nog dat cafés die een goede installatie hadden, dat daar wellicht nog gerookt mocht blijven worden. Toen waren we echt nog met roken bezig.’

Lees ook: Alles over rookbeleid


Brand door terrasverwarmer

In 2008 wordt Sprakel getroffen door een fikse brand. Mirko: ‘Ik liep met een terrasheater waar een gasfles opzat naar buiten. Die fles zat blijkbaar niet goed vast en het propaangas liep over de grond eruit. Toen ik vervolgens per ongeluk op de automatische ontsteker drukte, ontstond er brand door een enorme steekvlam.’ Als Mirko ziet dat de gordijnen vlamvatten, haast hij zich naar de naastgelegen zaal waar zijn kinderen aan het kaarten zijn. ‘En ik haalde Mariëlle uit de keuken.’ Op het moment dat ze buiten staan wil de ondernemer naar binnen om de brand te blussen. ‘Maar ineens dacht ik: ja wacht eens, ik ben niet gek. Straks ontploft er iets en sta ik binnen.’ De brandweer wordt gebeld en een motoragent is als eerste ter plaatse. Mirko: ‘Die agent zei tegen me; kun je niet blussen? Ik zei: ga jij lekker blussen, ik weet niet wat er gebeurt met die gasfles.’ Het zorgt voor flink wat schade, maar niets onherstelbaars. Mirko: ‘Uiteindelijk hebben we daar wel geluk gehad. Als de brand een kamer verder was uitgebroken en het vuur zich onder de dakpannen had verspreid, was het pand er nu niet meer.’ Dat gebeurt niet, maar het stel moet flink aan de bak. ‘De brand was 12 augustus en op 23 december konden we weer open.’ De brand toont het belang van een goede verzekering, aldus de ondernemer. ‘We hadden een goede bedrijfsschadeverzekering en lieten iedere 3 jaar de inventaris taxeren en elke 5 jaar de opstal. Dan ben je nooit onderverzekerd.’


Dat liep nog door tot 2010. Mirko: ‘We waren écht bang om gasten te verliezen aan cafés waar nog wel gerookt werd.’ Mariëlle: ‘Dus dan bedachten we weer een andere regel. Zo zeiden we: na het eten mag er wél gerookt worden, vanaf 20.00 uur. Maar dan zat de hele zaak op de klok te kijken en klokslag acht uur stond heel Sprakel blauw. Dat sloeg echt nergens op.’ Mirko: ‘Toen maakten we van 20.00 uur 22.00. Vervolgens nog een keer 00.00 uur, tot we er zelf helemaal klaar mee waren. Ik zei tegen m’n gasten: ‘Jongens, ik heb een boete gehad, we stoppen ermee. Er wordt niet meer gerookt binnen.’

Eten en nieuwe doelgroep

De gevreesde reacties bleven redelijk uit. Mirko: ‘Er is wel wat weggelopen, maar het heeft uiteindelijk wel voor de juiste ommezwaai in het bedrijf gezorgd. De kok kwam erbij, er werd vol ingezet op eten en we zijn het écht anders gaan doen Café Sprakeldoor ons te richten op de regio in plaats van alleen op Lonneker. En dan moet je je wel op eten focussen. Want iemand hier uit het dorp komt wel om een pilsje te drinken, maar uit Enschede of Oldenzaal komen ze niet alleen daarvoor hier naartoe. Dat biertje kunnen ze dichterbij ook wel krijgen.’ Het café dat dagelijks om 19.00 uur openging, nam een kok in dienst en ging om 17.00 uur open. Mirko: ‘We zeiden tegen hem: we gaan het een jaar proberen en kijken hoe het loopt. En tegen elkaar: als we honderd eters in de week krijgen, zou dat mooi zijn. En als hij dan ook nog die buffetjes en die kleine cateringpartijen meepakt, dan kan zo’n kok wel uit.’

Wat volgde overtrof hun stoutste verwachtingen. Mirko: ‘Het sloeg in als een bom. Binnen een jaar namen we een tweede kok aan.’ In het eerste volledige jaar, 2011, draait Sprakel 12.014 couverts diner. Een jaar later wordt dat met ruim 10.000 overtroffen. Die groei blijft zich doorzetten, ook met de lunch die in 2012 geïntroduceerd wordt. In 2017 serveert Café Sprakel bijna 33.000 couverts diner en ruim 17.000 lunch. Afgelopen jaar is daar ook ontbijt bij gekomen, ruim 1200 over heel 2017.

Belang van de café-functie

Wat daarbij leidend is; de verwachtingen overtreffen, aldus Mirko. ‘In het begin deden we stokbrood vooraf. Daar zijn we vanaf gestapt en nu krijgt iedereen een amuse. Dat verwacht je niet en zo overtref je het verwachtingspatroon.’ Dat kan ook met drinken, vindt de ondernemer. ‘Toen we met wijn begonnen, vroeg een gast bijvoorbeeld om een rood wijntje. Dan zeiden wij: Merlot? Grenache? We hebben er meerdere open staan. Dat verwachten gasten niet en zo verras je hen en blijf je ze een stap voor.’ Het zorgt voor een hele nieuwe doelgroep, met name vrouwen. Mariëlle: ‘In het begin was dit echt een dorpskroeg. Daar kwam je als vrouw niet zo snel.’


Café Top 100
Sprakel staat al jaren in de Café Top 100. Iets dat is ontstaan bij Mirko en Mariëlle toen ze na de beginjaren, die vooral in het teken stonden van aanpoten in een gezellige dorpskroeg, verandering in de zaak wilden. Mirko: ‘Wij kwamen in aanraking met die Café Top 100 en ik zei tegen m’n personeel: vóór dat ik 65 ben, wil ik er ingestaan hebben. Dit moet ons doel zijn!’ Terugkijkend daarop: ‘Dat deed ik bewust om de medewerkers te sturen op netjes werken. Het was een houvast voor waar we naartoe wilden. Dan gingen we gezamenlijk kijken waar de jury op let, en op zo’n manier krijg je het team mee in je verhaal.’


Het feit dat eten een belangrijkere rol inneemt, gaat niet ten koste van de drank, zo blijkt. ‘Er wordt echt wel meer gedronken bij het eten en ook borrelen is belangrijker geworden. Bovendien waken wij heel erg voor de caféfunctie. Op het moment dat de lokale voetbalploeg kampioen wordt, vieren ze dat hier. Als een gast dan aan het eten is en klaagt dat het luidruchtig is, zeg ik altijd: ‘Maar u zit hier wel in een café.’ Natuurlijk vraag ik die jongens ook om een beetje rekening te houden met de andere gasten. Maar boven alles: dit is een café, geen restaurant.’

Reageer op dit artikel