blog

De zin en onzin over de biermarkt

Café

De bierwereld is al sinds jaar en dag een topic in de landelijk Horeca. Sinds Koninklijke Horeca Nederland (KHN) hierover kortgeleden een boekje open deed, lijken de brouwerijen niets meer goed te kunnen doen. Is er in de jaren dan zoveel veranderd, of heeft KHN hierin wellicht een ook ‘eigen’ belang?

De zin en onzin over de biermarkt

Bierprijzen

De horecaprijzen van het bier zijn de laatste jaren aanmerkelijk gestegen. Dan weer door hogere grondstofkosten, dan weer door gestegen accijnzen, en dan weer omdat de brouwerijen andere kosten moeten maken (kartelboete misschien?). Is het dan logisch, dat de bierprijzen stijgen? Ja, in veel gevallen is dit wel begrijpelijk. Immers, de kosten zijn aanmerkelijk gestegen.

Denk aan de hogere kosten door de aanleg van complexere taptechnieken, door hogere bierbonussen, door een jarenlange terugloop van de bierverkoop, door hogere kosten voor de distributie (Arbo, duurzaamheid, brandstof, etc.). Kortom: Hogere kosten betekent duurder bier. Aan de andere kant valt er zeker ook te twijfelen aan de oprechtheid van de brouwers, gezien de hoogte van de prijsstijgingen gedurende de afgelopen jaren.

Supermarkt

Een vaak gehoorde klacht is, dat het bier in de supermarkt veel goedkoper is dan in de Horeca. Dat klopt inderdaad. Maar hoe komt dat? Eigenlijk door twee redenen.

Ten eerste weten de supermarkten doorgaans beter hoe je scherp moet inkopen. Bovendien zijn de afgenomen hoeveelheden bij een supermarktketen natuurlijk vele malen groter dan bij een horecabedrijf.  Het betreft dus in feite een kwantumprijs.

Ten tweede is het ‘appelen met peren vergelijken’. In de supermarkt wordt enkel flesbier verkocht. Er zijn daardoor ook geen grote investeringen nodig. Geen dure taptechniek, geen relatief dure ‘klein distributie’, geen kosten zoals financieringen, marketing of een grote buitendienst. Allemaal bijkomende kosten, die in de horeca wel worden gemaakt.  Niettemin, wekt de grootte van het prijsverschil op z’n minst de indruk, dat de bierbrouwerijen de horeca gebruikt als melkkoe.

Wurgcontracten

‘De bierbrouwerijen sluiten wurgcontracten af’, wordt er vaak beweerd. Wurgcontracten bestaan wat mij betreft niet. Immers, een biercontract is pas geldig als er door beide partijen een handtekening is gezet. Een ondernemer draagt, door ondertekening van de overeenkomst, te allen tijde een eigen verantwoordelijkheid.

In de markt zijn genoeg partijen aanwezig om de ondernemer vooraf commercieel en juridisch te ondersteunen bij een correcte weergave van de gemaakte afspraken in de overeenkomst. Niettemin, zijn bierbrouwerijen wel altijd op zoek naar zekerheid, dus ook in het geval het niet direct noodzakelijk is, zullen ze toch proberen een afnameverplichting te bewerkstelligen. Met die wetenschap is het overigens prettig onderhandelen als je dus ‘vrij’  blijft.

Overstapgedrag

Uit het recente rapport, opgesteld in opdracht van KHN, komt naar voren, dat slechts 2,4 procent van de horecaondernemers wisselt van brouwerij. Dit hangt sterk af van de mate van gebondenheid aan de brouwerij’, aldus de lezing van KHN.

Dat is natuurlijk waar, maar het is slechts een deel van de waarheid. Immers, als het lopende contract met de huidige brouwerij voor beëindiging en in goed overleg met de ondernemer, wordt ‘opengebroken’, is er sowieso geen ruimte voor een concurrerende brouwerij.

Bovendien zijn veel horeca ondernemers simpelweg bang voor omzetverlies bij een wisseling van het biermerk. Het is dus in veel gevallen een eigen keuze om niet te wisselen. Waarschijnlijk wil KHN hiermee ook mooie sier maken bij de horeca, nadat men eerder een groot deel van de aanhang voor het hoofd heeft gestoten bij de recente antirookwetgeving.

Kortom: De waarheid rond de biermarkt ligt in het midden. De bierbrouwerijen maken zeker grif gebruik van de ondoorzichtigheid en complexiteit van de markt, maar de horecaondernemers zelf hebben ook een verantwoordelijkheid in deze situatie.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels