blog

Huub

Café

Pffff Huub! Wat een kerel was dat! Recht voor zijn raap, 150 kilo en barstensvol horeca- en productkennis. Eigenaar van een van de meest succesvolle restaurants in Nijmegen en inmiddels een goede vriend. Elke vrijdagmiddag zat hij met andere (horeca)-ondernemers aan onze gezellige halfronde bar, op de hoek natuurlijk. ‘Hee, ga ‘ns weg, je zit op m’n plek!’, zei de vriendelijke reus, mocht iemand de vergissing hebben begaand precies daar te willen gaan zitten.

Huub

Mannen als Huub zijn een zegen voor iedere horecaondernemer, ze houden je scherp. Zonder vervelend te zijn wees hij me regelmatig op zaken die ik kon verbeteren. Als de koffie bitter was, maakt hij de pistons open en wees mij erop dat de zwarte aanslag hiervoor verantwoordelijk was. Het schuim moest de hele tijd op de koffie blijven staan, net zoals op het bier. Net zoals op het bier? Waar had hij het over?

Soms ging het wat minder subtiel. Dan zat ie ‘aan het bier’ en opeens was het: ‘Franck, er zit een vreemde smaak aan ‘je’ bier, de andere keer was het niet koud genoeg. Zo was er regelmatig wat aan te merken over de kwaliteit van ‘mijn’ bier. Het bijkomende nadeel was dat tot de tijd dat Huub het proefde niemand iets geproefd had, maar dat daarna iedereen het in een keer proefde.

Ik verweerde me, ik kon er immers niets aan doen omdat ‘Heineken’ het bier had geleverd en de leidingen had gespoeld. Aan mij kon het niet liggen en of ie alsjeblieft z’n mond wilde houden. Hij sprak vervolgens de legendarische woorden die mij zouden aanzetten om te doen wat ik nu doe. ‘Ik snap niet dat jij zo weinig weet over wat jou zoveel omzet oplevert’.  Deze woorden en het citaat van Freddy:  ‘Ik beschouw elke klacht over ‘mijn’ bier als een persoonlijke belediging’, maakten dat ik mezelf ging bekwamen.

Leuk en leerzaam waren de biertapwedstrijden van het CBK (toen nog). Doel hiervan was de vakbekwaamheid binnen de horeca te vergroten, een nobel streven. De man met ‘de gouden handjes’ Jan Holterman liet ons keer op keer zien hoe het hoorde. Verder dan de eerste ronde kwam ik meestal niet, omdat alle perfect getapte pilseners vaak moesten worden opgedronken.  Maar de passie was geboren, voortaan werden alle pilsjes in Café Gompie perfect getapt en het frappante was, mijn gasten gingen het proeven, ze kwamen de weken na de biertapwedstrijd naar de bar met hun biertje met de vraag wat ‘jullie met het bier gedaan hebben, want het smaakt zo lekker’. Voor mij was het duidelijk dat het een met het ander te maken had. Toen ik jaren later tegen Huub zei dat ik taptrainingen voor Heineken gaf, zei hij op zijn typische  manier: ‘Heeft het klagen toch zin gehad?’ Huub is niet meer, maar zijn passie is er nog wel!

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels