artikel

Vier vragen over de nieuwe suikerrichtlijn

Catering

25 tot 30 gram suiker, dat is wat een volwassen persoon gemiddeld per dag maximaal zou moeten eten volgens de nieuwe richtlijnen van de Wereldgezondheidsorganisatie WHO. ‘Een bakje cruesli uit een pak en een kop tomatensoep uit blik, dan zit je al aan meer dan 25 gram’, zegt Meike Rijksen, campagneleider bij consumenten- en voedingsorganisatie foodwatch. Vier vragen over de nieuwe suikerrichtlijn.

Vier vragen over de nieuwe suikerrichtlijn
Vier vragen over de nieuwe suikerrichtlijn

Wat houdt de richtlijn precies in?

De Wereldgezondheidsorganisatie heeft woensdag 5 maart een nieuw advies gepubliceerd: van alle calorieën die iemand eet, mag maximaal 10 procent uit suiker bestaan. Beter is nog als dat 5 procent is. Voor een volwassen vrouw komt dat neer op ongeveer 25 gram suiker per dag.

Is dit haalbaar?

‘Het is haalbaar om niet meer dan 25 gram suiker per dag te eten, mits je niet uit pakjes en zakjes eet en drinkt. Wat het dus voor de gemiddelde Nederlander totaal onhaalbaar maakt’, zegt Rijksen. ‘Als je één glas cola per dag drinkt, kom je al aan die hoeveelheid suiker.’

Behalve het bekende suikerklontje dat veel mensen in de thee of koffie gebruiken, is aan een heleboel voedingsmiddelen suiker toegevoegd. ‘Suiker zit in mayonaise, ontbijtkoek, vleeswaren, vruchtensappen, blikken bonen, kant-en-klare sausjes en ga zo maar door. Het is moeilijk om in de supermarkt een gefabriceerd product te vinden waar géén suiker aan toegevoegd is.’

Volgens Rijksen hebben fabrikanten suiker toegevoegd om het product lekkerder te maken voor de consument. ‘Maar het gevolg is nu dat we veel te veel suiker per dag binnenkrijgen.’

Wat gaat er nu gebeuren met dit WHO-advies?

De Wereldgezondheidsorganisatie is een onderdeel van de Verenigde Naties. De adviezen van de WHO zijn niet bindend, maar de organisatie heeft wel een sterk adviserende rol en is ook veel in overleg met bijvoorbeeld de Europese Commissie.

Voor Nederland zou het ministerie van Volksgezondheid een rol kunnen spelen in het terugdringen van suiker in het voedsel, op basis van dit advies.

Wat zou het ministerie van Volksgezondheid dan kunnen doen?

De kans dat een fabrikant zelf het suikergehalte fors terugbrengt is heel klein, denkt Rijksen. ‘De consument eet het product dan niet meer omdat de smaak ineens heel anders is en stapt over naar de concurrent. Maar als de overheid het gaat reguleren en het verplicht stelt, dan moeten de fabrikanten wel.’

Bron: ANP