artikel

Personeelstekort? Zo maak je jouw zaak aantrekkelijk voor jonge medewerkers

Fastfood 644

Sommige ondernemers komen ernstig in de problemen door een tekort aan personeel. Gelukkig zijn er stappen die je kunt nemen om je zaak aantrekkelijk te maken voor jonge, enthousiaste medewerkers.

Personeelstekort? Zo maak je jouw zaak aantrekkelijk voor jonge medewerkers
Toppers zoals Nick vinden en behouden is voor Loes Reijerse (midden) van cafetaria Hoogland geen probleem. ©Studio Kastermans / Daniëlle van Coevorden.

Cees Camphuis van Plaza het Stationsplein in Deventer komt personeel tekort. Hij zoekt vier nieuwe oproepkrachten, maar kan ze nergens vinden.

‘Ik had een geweldig team, maar een deel van mijn medewerkers is verhuisd voor hun studie.’ Het gevolg: Camphuis en zijn vrouw Linda staan beiden zes dagen per week 14 uren in de zaak. ‘We doen ons werk nog altijd met plezier, maar het wordt er niet makkelijker op.’

Een megaprobleem

Advertenties via Indeed of op Facebook leveren nog niets op. Zeker als er iemand ziek is, heeft Camphuis ‘een megaprobleem’. ‘Dan staan we met z’n tweeën in de spits. Hier op het station hebben mensen altijd haast. Als ze niemand achter de kassa zien staan, lopen ze door. Daardoor mis ik omzet. Onze online bestellingen stijgen, maar we hebben te weinig tijd en mankracht om ze af te handelen.’

 


 

Plaza het Stationsplein Deventer. Foto Hissink

‘Onze online bestellingen stijgen, maar we hebben te weinig tijd en mankracht om ze af te handelen’


 

Camphuis zit naast hogeschool Saxion. Potentiële medewerkers genoeg, zou je denken, maar dat valt tegen. ‘Jongeren zitten tegenwoordig tot 18.00 uur op school, waardoor ze niet kunnen meedraaien in de spits. De meeste jongeren zijn ook heel gemakzuchtig. Als ze een nulurencontract hebben, komen ze gerust een dag niet opdagen. De volgende dag appen ze ‘Sorry, ik was het vergeten’ of nog erger: ‘Weet je wel hoe hard het waaide?’ Dan kun je wat mij betreft wegblijven.’

Pampergeneratie

Johan van der Weerd, secretaris van De Lekkerste Wedstrijden en vakjurylid van de Cafetaria Top 100, ziet dat jongeren van nu een heel ander beeld hebben van werken, belonen en vrije tijd. ‘De ‘pampergeneratie’ die nu instroomt, heeft vaak moeite zich aan te passen en zich aan de regels te houden. Ze hebben wel geleerd, maar nog nooit wat gedaan.’

Volgens Van der Weerd is het de kunst om te kijken wat jongeren wél kunnen. ‘Benader het probleem vooral positief. Je moet slim opereren; wie laat je wat doen? Automatisering hebben jongeren vaak goed in de vingers; ze draaien zonder moeite een moderne kassa. Het sociale aspect zit vaak ook wel goed. Kijk naar de kwaliteiten van het individu én biedt de juiste training.’

 


>>Lees ook: 21 tips voor het vinden en behouden van personeel


 

Leertrajecten

Per jaar worden slechts negenhonderd jongeren opgeleid voor de fastservice. Ondernemers moeten een actieve rol spelen bij het aantrekken van nieuwe aanwas, vindt Van der Weerd. ‘Volg een cursus bij SVO tot leermeester. Bied leertrajecten aan en betaal die ook voor je medewerkers. Geef niet af op de leertrajecten, maar laat je stem horen. Hoe meer ondernemers dat doen, hoe beter de school naar de sector luistert.’

Als mensen het leuk vinden om voor jou te werken, vertellen ze dat door. ‘Medewerkers die meedenken, hebben meer werkplezier’, weet Van der Weerd. ‘Laat je medewerkers bijvoorbeeld uit eten gaan bij andere cafetaria’s. Hoe werden ze behandeld, hoe was het eten? Dit kun je later samen bespreken en op je eigen zaak projecteren.’


 

personeel

©Studio Kastermans/Daniëlle van Coevorden.

Sportmentaliteit

Loes Reijerse en haar man Hans van cafetaria Hoogland hebben geen problemen met het werven en behouden van personeel. ‘Al 24 jaar niet’.

Ze hebben zeven parttimers in dienst, in de leeftijd van 16 (hun dochter) tot 23 jaar. Ziekteverzuim is er heel weinig en de ondernemers hebben daarvoor ook geen verzekering afgesloten. Er is ook weinig verloop; meestal blijven medewerkers vijf jaar in de zaak, tot hun 22e of 23e.

Hoogland (gemeente Amersfoort) staat bekend om het dorpse verenigingsleven. Het duo Reijerse maakt daar graag gebruik van en heeft in de jaren een groot netwerk opgebouwd. Hoe komen ze aan personeel? ‘Vaak is het gewoon een kwestie van vragen’, zeggen ze. ‘Zo hebben we twee jongens in dienst gehad die hier de krant kwamen brengen. We hebben ze gewoon gevraagd.’

De cafetariahouders vinden het fijn om met sporters te werken. ‘De sportmentaliteit is van grote waarde, horeca is immers ook sport. Ze zijn nooit ziek, zijn gemotiveerd, verantwoordelijk en tonen inzet. Sporters hebben een regelmatig leven, trainen twee keer per week. Ze zijn fit en gedreven, dat merk je aan alles. En ze weten wat ze willen, zeker de toppers. Als er wedstrijden zijn, ben je ze wel kwijt, maar tot nu toe hebben we dat altijd kunnen oplossen.’

De ondernemers hebben ook goed contact met de ouders van medewerkers. ‘Dat is heel belangrijk’, is hun ervaring. ‘Ouders willen dat hun kinderen het goed doen.’


 

 

 

Negatief imago

Volgens Frans van Rooij, directeur van vakvereniging ProFri, is personeelstekort niet een specifiek probleem voor de horeca. ‘Je ziet het in meer sectoren; werknemers vertrekken zodra ze iets beters kunnen krijgen. De horeca worstelt daarnaast nog steeds met een negatief imago van slechte werktijden en weinig salaris.’

Van Rooij is medeoprichter van de nieuwe werkgeversorganisatie Nieuwe Horeca Nederland. De organisatie pleit voor een cao die beter aansluit bij de hedendaagse horeca- en fastservicebranche, maakt zich hard voor en beter imago van de horeca en wil een betere aansluiting met het beroepsonderwijs.

‘Een groot deel van de mensen die in de horeca werken, ziet dit als bijbaan’, weet Van Rooij. ‘Van ProFri-leden heeft 87 procent een deeltijdbaan, waarvan de helft minder dan 12 uur per week, en kiest voor een tijdelijk dienstverband. Dit zijn jongeren die een centje willen bijverdienen, maar na hun studie niet verdergaan in de horeca. De arbeidsvoorwaarden zijn nu vooral afgestemd op de 13 procent vaste krachten. Dat is in de praktijk onwerkbaar.’

Betrokkenheid

Ook Van Rooij benadrukt het belang om te investeren in scholing. ‘Zorg dat je mensen goed opleidt. Vaak wordt wel uitgelegd hoe dingen in jouw bedrijf werken, maar niet wáárom het zo gaat. Als dat wel gebeurt, is de betrokkenheid groter.’ Met name bij parttimers is nog veel te winnen op gebied van kennis. ‘Iemand die stilstaat en geen uitdagingen meer ziet, kijkt om zich heen of hij iets beters kan krijgen. Wie op een leuke manier wordt getraind, verkoopt ook meer.’

Ondernemers moeten in beweging komen om te zorgen dat meer jongeren kiezen voor een beroepsopleiding in de fastservice, vindt ook Van Rooij. ‘Zíj moeten laten zien dat de horeca een prachtige bedrijfstak is met volop doorgroeimogelijkheden.’

Van Rooij zorgde al eerder dat er mbo-opleidingen kwamen voor de sector fastservice en richtte in 2006 een stichting op die ijvert voor een betere aansluiting tussen beroepsonderwijs en de fastservice, destijds Stichting Vrienden Fastfoodopleidingen, tegenwoordig Stichting Vrienden Fastservice. Deze stichting beheert het leer- en ontwikkelplatform Fastserviceopleidingen.nl. De nieuwe werkgeversvereniging Nieuwe Horeca Nederland wil samen met de vakbonden dit platform verder uitbouwen, waarmee de aansluiting met het beroepsonderwijs kan worden gewaarborgd.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels