artikel

Robert Meerendonk komt bij in Katar

Horeca

Hij zit op een ‘geweldige stek’, het Sheraton Doha in Katar. Het is er mooi, dynamisch, prettig werken en ook nog veilig. General manager Robert van Meerendonk heeft wel eens anders meegemaakt. In Uganda was het één grote dievenbende en in Indonesië sloeg hij op de vlucht met de laatste Amerikaanse charter.

Robert van Meerendonk (58) is een rehire. Sheraton dumpte hem, maar nam hem even zo vlot weer aan. Ruim vier jaar was hij general manager van Sheraton Kampala in Uganda, toen hij in 1995 aanbiedingen kreeg om gm te worden van Sheraton Riad in Saudi-Arabië of van het nog te openen Sheraton Legian Beach op Bali. Van Meerendonk koos voor het laatste, maar werd na zijn besluit onaangenaam verrast toen de investeerder het project cancelde. ‘En toen zat ik zonder werk.’

Aids
Zo kwam er een abrupt einde aan de zware maar ook interessante tijd die hij in het nog altijd straatarme post Idi Amin-Uganda onder staatshoofd Yoweri Kaguta Museveni meemaakte. Van Meerendonk, die in 1991 general manager werd van het Sheraton Kampala, raakte er 35 personeelsleden kwijt door aids en moest zeshonderd mensen ontslaan wegens diefstal. ‘Het is een land waar soms 25 mensen afhankelijk zijn van één salaris.’ Alles wat los- en vastzat in het hotel werd door het personeel gestolen. De Ugandese kamermeisjes leken altijd zwanger. Ze verduisterden de beddenlakens door ze om hun lichaam te winden. In een jaar tijd verdween er voor 45.000 dollar aan handdoeken en linnen uit het hotel. ‘Op een dag liep de lobby onder water. De riolering was verstopt geraakt door zilveren koffie- en theepotten die ze erin hadden weggestopt.’

Korting
Telefonistes in de nachtdienst sloten een deal met personeel van het postkantoor, waardoor gasten, via ambassades, met vijftig procent korting naar het buitenland konden bellen, terwijl ze contant moesten afrekenen. Dagelijks kwamen er bij de general manager bedelbrieven binnen en de lokale bevolking kwam bij hem op kantoor met haar financiële sores. ‘Ze denken dat je een wandelende portemonnee bent. Er kwam eens een twaalfjarig meisje huilend binnen. Ze had een brief bij zich van de hoofdonderwijzer. Of ik haar schoolgeld wilde betalen. Achteraf bleek het een brief van haar oom. Het is uitkijken geblazen met al die zielige verhalen. Het is een bodemloze put.’

Bijdrage
Toch vindt Van Meerendonk dat hij een structurele bijdrage heeft kunnen leveren aan de opbouw van het land, door te participeren in natuurprojecten. Het hotel steunde financieel de verhuizing van elf chimpansees naar een eiland in het Edwardmeer. Van Meerendonk was betrokken bij de bouw van een volière voor de uiterst zeldzame shoebill-ooievaar. In Bwindi, op de grens van Uganda en de Democratische Republiek Kongo, werd een bezoekerscentrum gebouwd bij de gorillakolonie. De general manager kreeg tweemaal president van het Wereld Natuur Fonds Prins Bernhard op bezoek.
In 1994 had het Sheraton Kampala plotseling een bezetting van honderdtwintig procent. Dit als gevolg van het bloedbad dat de Hutu’s onder de Tutsi’s aanrichtten in de buurlanden Rwanda en Burundi. Teams van Amerikaanse artsen verbleven in het hotel om van daaruit hulp te verlenen. Van Meerendonk bracht in die tijd ook militairen onder in de balzaal.

Tante Lien-gevoel
Na het Bali-debacle viel het plotselinge afscheid van Sheraton rauw op z’n dak, maar Van Meerendonk zat niet lang zonder werk. Hij vertrok naar Kenia, waar hij in Nairobi de leiding kreeg over de casino’s en de horeca in het Safari Park Hotel. Maar – wie schetst zijn verbazing – korte tijd later hing Sheraton aan de lijn. Of hij geïnteresseerd was om tóch naar Indonesië te komen, en wel als general manager van het Sheraton Surabaya. Van Meerendonk was opgetogen. ‘Mijn vrouw en ik hadden er echt zin in. We kregen dat nostalgische Tante Lien-gevoel.’
De praktijk was anders. De politieke situatie in Indonesië was instabiel. Relschoppers hadden het vooral op de Chinese middenstand gemunt. Het Sheraton Surabaya staat naast een Chinees winkelcentrum en heeft een Chinese eigenaar. De toestand werd gespannener en onveiliger. Het leger bewaakte het hotel met tanks voor de deur.
De datum 18 mei 1998 vergeet Van Meerendonk nooit. ‘Toen zijn we met de laatste Amerikaanse charter naar Singapore gevlucht.’ De general manager was in het gezelschap van nog zo’n 200 Nederlanders, die hij als blokhoofd van het Nederlandse alarmnetwerk had opgetrommeld. ‘Het was fijn dat we met de Amerikanen meekonden. Het was nog een gratis vlucht ook. Tenminste, ik heb nooit een rekening gekregen.’

Staatshoofden
Niet veel later had Sheraton nieuwe plannen met Van Meerendonk. Ze stuurden hem naar een ‘geweldige stek': Sheraton Doha op Katar, een schiereiland in de Perzische Golf, een olie- en gasstaatje, economisch en toeristisch volop in ontwikkeling. ‘Net Doebai van vijftien jaar geleden’, zegt Van Meerendonk, die in het Sheraton Doha het ene staatshoofd na het andere ontvangt. Sinds zijn aantreden in april dit jaar kreeg hij de president van Libanon, de sultan van Oman, de kroonprinsen van Saudi-Arabië en Bahrein over de vloer. Recentelijk nog bood hij onderdak aan de president van de Palestijnse Autoriteit Yasser Arafat en de president van Venezuela Hugo Chavez. De general manager ziet inmiddels de concurrentie letterlijk verrijzen. Marriott, Ritz-Carlton en Inter-Continental zijn in Katar aan het bouwen. Four Seasons en Holiday Inn komen eraan en Sofitel en Ramada zitten er al. ‘

Albert Heijn
Het kameraanbod neemt volgend jaar met 67 procent toe.’ De bezetting van het 371 kamers en suites tellende Sheraton Doha is nu 72 procent, de verwachting voor volgend jaar is, gezien de expansie van de hotellerie, 56 procent. Nee, nerveus wordt hij er niet van, hij zal de nieuwkomers benaderen om een convention- en visitorsbureau op te zetten met als eerste taak het WTO-congres (World Trade Organization) eind 2001 naar Katar te krijgen. Maar eerst is hij nog druk met een ander evenement. In november is in het Sheraton Doha, dat 700 werknemers heeft, het Islamitisch Wereldcongres met 4500 deelnemers. Van Meerendonk hoopt het in Doha uit te zingen tot aan zijn pensioen. ‘En dan naar onze flat in Buitenveldert, zélf koken en bij Albert Heijn boodschappen doen.’