artikel

Heineken liberaliseert biercontracten

Horeca

Heineken Nederland schrapt de langdurige afnameverplichting. Vanaf 10 april worden nieuwe biercontracten per direct opzegbaar. Voor bestaande contracten geldt een overgangsregeling tot eind volgend jaar. De grootste brouwer neemt deze stap vooruitlopend op de nieuwe Europese regels die per 1 juni 2000 van kracht worden. Koninklijk Horeca Nederland (KHN) juicht de nieuwe koers van Heineken toe.

Een biercontract dat per direct opzegbaar is. Het is de wens van menig horecaondernemer. Vanaf aanstaande maandag maakt Heineken Nederland dit mogelijk. De brouwer neemt hiermee een voorschot op de nieuwe richtlijn van de Europese Unie die op 1 juni in moet gaan en erop gericht is de biermarkt te liberaliseren.
Hoewel de concepttekst van de nieuwe regelgeving pas vorige week bij de brouwers op het bureau belandde, komt Heineken alvast met een antwoord op de beperkende maatregelen. Contracten zonder bepaalde looptijd, die per direct opzegbaar zijn. Ook als de brouwer financiële belangen heeft in het horecabedrijf. ‘
Zoals het er nu naar uit gaat zien zouden wij, omdat we een marktaandeel hebben van meer dan 30 procent, geen contracten voor een bepaalde tijd meer af mogen sluiten. We hebben het nu dus omgedraaid en zeggen tegen de ondernemer: ‘Wil je maximale vrijheid? Regel die dan bij ons’. En natuurlijk verlangen we bepaalde zekerheden, vooral als wij ook medefinancier van het bedrijf zijn. Maar al onze contracten zullen voortaan per direct opzegbaar zijn’, zegt voormalig directeur horeca van Heineken Nederland, Philip de Ridder, per 1 april algemeen directeur van frisdrankenproducent Vrumona.
De nieuwe vrijheid betekent volgens De Ridder niet dat veel klanten voortaan onverhoeds een ander biermerk zullen nemen. ‘Wij hebben volop vertrouwen in de drie pijlers waarop ons beleid de afgelopen jaren is gericht. Ons serviceapparaat, de sterke merken die we voeren en de goede relatie met de ondernemer.’
Philip de Ridder zegt, in het bijzijn van opvolger Rob van Leendert en KHN-directeur Jeu Claes, dat de nieuw ontstane situatie overeenkomsten vertoont met die van voor de jaren ‘80. ‘Vanaf dat moment werden de brouwerijen steeds sterker in de rol van financier van horecagelegenheden getrokken omdat de banken deze taak niet meer op zich wilden nemen. Maar voor die tijd waren er ook nauwelijks contracten tussen brouwer en ondernemer.’

Financiering
De nieuwe Vrumona-directeur benadrukt dat ondanks de liberale opzet van de contracten er aan de financieringsrol geen einde zal komen. ‘Het imago van de branche is weliswaar sterk verbeterd, maar de banken blijven terughoudend. Zelfs als wij borg staan zijn ze vaak nog niet geïnteresseerd. Dus het is nog steeds zo dat we liever niet financieren, maar omdat we vinden dat we vernieuwing moeten stimuleren, blijven we dat toch doen. Natuurlijk vragen we wel de nodige zekerheden en financieren we alleen tegen marktconforme condities.’
De Ridder voegt er aan toe dat dit niet betekent dat Heineken Nederland het aantal horecapanden nu fiks uit gaat breiden om op die manier de afzet veilig te stellen. ‘Wij zijn zelf in 0,5 procent van de gevallen pandeigenaar, in totaal 250 panden. Van nog eens 1000 andere panden zijn wij hoofdhuurder.’
Jeu Claes zegt er tevreden mee te zijn dat Heineken Nederland heeft geluisterd naar de wens om de markt liberaler te maken. ‘Het is daarnaast in Heineken te prijzen dat ze geloven in hun eigen product. Wij dringen al meer dan twee jaar aan op een grotere vrijheid voor de ondernemers. In de cijfers zie je ook terug dat ‘ongebonden’ horecaondernemers gemiddeld 10 procent meer rendement behalen.’
Dat Heineken Nederland bereid blijft startende ondernemers financieel op weg te helpen, stemt de KHN-directeur eveneens tot tevredenheid. ‘Al handhaven wij ons standpunt dat ondernemers minimaal 25 procent eigen vermogen moeten meebrengen als ze een bedrijf willen starten en dat financiering eigenlijk via een bank moet verlopen.’

Liberale biermarkt
Het nieuwe beleid van Heineken Nederland zal volgens Claes leiden tot een liberale biermarkt waarin ook de overige brouwers geen voorwaarden meer kunnen opleggen aan hun klanten. ‘Wij hopen in ieder geval dat ze dit initiatief zullen volgen. Doen ze dat niet, dan zou de markt hen wel eens hiertoe kunnen dwingen.’
Dat zou precies passen in de ideeën van de Europese Unie die erop zijn gericht de macht van de grote brouwerijen in te perken ten faveure van de kleinere en bovendien de vrijheid voor de horecaondernemer moeten vergroten. Om dit te bewerkstelligen werden er door de EU vorig jaar al maatregelen aangekondigd. Hoewel de details nog niet bekend zijn, komen deze er globaal op neer dat geen enkele brouwerij de ondernemer nog langer contracten mag laten tekenen met een looptijd langer dan vijf jaar. Voor de kleinere brouwers, met een marktaandeel van minder dan 30 procent, gelden er echter soepeler regels. Marktleider Heineken leek het zwaarst getroffen door de beperkende maatregelen.

Biertanks
De nieuwe aanpak van Heineken Nederland kan problemen opleveren voor horecaondernemers met een kelderbierinstallatie. Immers, over de overname van reguliere biertapinstallaties hebben de brouwers onderlinge afspraken gemaakt om kapitaalvernietiging te voorkomen. Bij de kelderbierinstallaties is dit niet het geval. Simpelweg omdat de systemen die de vier grote Nederlandse brouwers plaatsen, technisch van elkaar verschillen.‘
Wellicht zal het sneller leiden tot een uniform kelderbiersysteem’, meent De Ridder. ‘Maar stel dat bijvoorbeeld brouwerij De Leeuw leverancier wordt bij een bedrijf waar een installatie van ons staat. Dan zal deze brouwerij heus wel een manier vinden om het bier in die tanks te krijgen.’
Ondernemers die al een contract hebben met Heineken Nederland zullen nog even geduld moeten hebben voordat ook zij van de nieuwe liberale situatie kunnen profiteren. ‘Voor de bestaande afspraken geldt een overgangssituatie die duurt van 1 juni 2000 tot en met 31 december 2001. In deze negentien maanden krijgen wij, maar ook de andere grote brouwers, de gelegenheid de bestaande afspraken aan te passen aan de nieuwe wetgeving.’ Naar schatting heeft ongeveer de helft van alle horecaondernemers in Nederland een bindend afnamecontract met een brouwerij, zo’n 22.000 bedrijven dus.

Geen prijsafspraken

De invallen die twee weken geleden door de Nederlandse Mededingingsautoriteit werden gedaan bij een aantal grote bierbrouwers, waaronder Heineken Nederland, hebben volgens Philip de Ridder niets te maken met de aankondiging de afnamecontracten tussen Heineken en de horecaondernemers te liberaliseren. ‘De Europese Commissie zoekt al langere tijd naar documenten waaruit zou moeten blijken dat de Nederlandse brouwers onderlinge prijsafspraken hebben gemaakt. Ik ben ervan overtuigd dat er niets wordt gevonden.’