artikel

Vereniging van partycateraars in zicht

Horeca

Op 27 november is het zover: dan wordt in de Amsterdamse Arena besloten of een vereniging van Nederlandse partycateraars voldoende draagvlak heeft bij de branche om daadwerkelijk van de grond te komen. En als het gaat lukken, wat krijgt die club dan allemaal op zijn bord. Een van de initiatiefnemers vertelt.

‘Het is de hoogste tijd dat de partycateraars van Nederland wakker worden’, zegt Harm Heeres, sectormanager restaurants van Koninklijk Horeca Nederland.

Steun bieden
Heeres is een van de initiatiefnemers van de huidige werkgroep partycateraars. Hij is steeds enthousiaster geworden over het idee om een organisatie van partycateraars van de grond te krijgen. ‘Zeker als je het rapport van de Hoge Hotelschool Maastricht leest. Daarin staan de problemen van de branche heel goed beschreven.’ ‘Een verenging kan veel steun bieden, vooral aan kleinere bedrijven die problemen hebben of informatie zoeken. Maar ook een spreekbuis vormen richting overheid, bijvoorbeeld als het gaat om wet- en regelgeving, zoals de BTW en de Flexwet. En ook naar het publiek toe zou een vereniging waar partycateraars lid van zijn een goede zaak zijn. De branche zou daardoor veel transparanter voor de buitenwereld worden. Nu is het toch een vrij onoverzichtelijke sector’, aldus Heeres. De kwaliteit van de opleidingen, een betere instroom en het imago van het vak opvijzelen: dat zijn ook zaken waar een vereniging zich mee bezig zou kunnen houden. Kortom: er is veel werk aan de winkel.

Uit het raam kijken
Maar de vraag is vooralsnog of er voldoende partycateraars zijn die overtuigd zijn van het nut van zo’n club. En dus ook actief willen meewerken en betalen. Een eerdere bijeenkomst, begin dit jaar leverde zo’n negentig reacties op. Op de naar schatting honderd tot honderdvijftig echte’ partycateraars is dit geen geringe respons. Heeres is zeer hoopvol. ‘De grote partycateraars willen wel’, zegt hij, ‘Nu moeten we nog de kleinere overtuigen. Veel kleine cateraars zijn te druk met hun eigen sores om uit het raam te kijken. Daarom zien ze niet dat een eigen vereniging ook werk uit handen kan nemen. En dat het aloude gezegde: ‘Samen sta je sterker’ nog steeds van kracht is.’ Hoe de organisatievorm eruit moet zien, of het een vereniging, een werkgroep of een platform wordt, dat moet besloten worden op 27 november in de Amsterdamse Arena. Ook over geld moet worden gesproken: hoe hoog wordt de contributie? En wie gaat er in het bestuur zitten.