artikel

Achtergrond

Horeca

De invoering van de euro roept veel vragen op. Wat zijn de voordelen ervan? Welke landen doen er aan mee? Wat gebeurt er met de gulden vanaf 2002? In deze achtergrondbeschrijving leest u de antwoorden op bovenstaande vragen.

Deelnemende landen
Voordelen van de euro
Nadelen van de euro
Munten en bankbiljetten

Deelnemende landen

Van de vijftien landen in de Europese Unie doen er twaalf mee aan de euro:

  • Duitsland
  • Ierland
  • Nederland
  • Griekenland
  • Finland
  • Luxemburg
  • Oostenrijk
  • Frankrijk
  • België
  • Italië
  • Portugal
  • Spanje
  • Groot-Brittannië, Denemarken en Zweden doen om politieke redenen (nog) niet mee met de nieuwe munteenheid.

    Voordelen van de euro

  • Eén gezamenlijke Europese munt levert gemak op. Financiële grenzen tussen landen vallen weg waardoor het betalingsverkeer sterk vereenvoudigt.
  • De euro neemt handelsbelemmeringen binnen Europa weg. Hierdoor wordt de Europese markt groter en overzichtelijker. De toenemende concurrentie kan meer werk opleveren, een lagere rente en lagere prijzen.
  • Wisselkoersrisico’s vallen weg. Im- en exporterende bedrijven hebben geen last meer van verschillende koersen en schommelingen in de waarde van de verschillende munten. De kostprijs gaat daardoor omlaag.
  • Met één Europese munt zijn prijzen uit verschillende landen eenvoudig vergelijkbaar. Prijsverschillen komen helder in beeld. Bij concurrerende prijsniveaus zal de nadruk sterker op kwaliteit komen te liggen. Producenten van kwaliteitsgoederen kunnen hierdoor een sterkere positie krijgen.
  • Nadelen van de euro

  • Belangrijkste nadeel is de invoering van de nieuwe munt. Het vergt nogal wat inspanningen van elk land om van de bestaande munt over te schakelen naar de euro.
  • De invoering kan resulteren in een hogere rente. Er geldt in de deelnemende landen maar één geldmarktrente. De Europese Centrale Bank (ECB) bepaalt in belangrijke mate de rentestand. Zowel de lange- als de kortetermijnrente zal iets hoger liggen dan nu. Hoe meer landen met zwakke valuta’s deelnemen aan de euro, des te hoger de rente zal zijn.
  • De bevolking van de deelnemende landen moet een gevoel voor de nieuwe waarde van de munt ontwikkelen.
  • Munten en bankbiljetten

    Munten
    De euromunten worden in Nederland geslagen door de Nederlandse Munt in Utrecht. In drie jaar tijd, van 1999 tot 2002, slaat ze er drie miljard. De munten zijn in alle eurolanden aan de voorzijde hetzelfde. Aan de achterzijde verschillen de afbeeldingen per deelnemend land. De Europese zijde van de munten is ontworpen door de Belg Luc Luycx. Op deze zijde is Europa in steeds wisselende vorm afgebeeld. Op de Nederlandse nationale zijde is Koningin Beatrix afgebeeld. De verschillende munten zijn wel in alle eurolanden bruikbaar. Er ontstaat dus een mengelmoes aan munten die in omloop zijn.
    Met de invoering van de euro komt ook de cent weer terug. Honderd eurocenten maken straks één euro. Er komen in totaal acht euromunten, namelijk van 1, 2, 5, 10, 20 en 50 eurocent en van 1 en 2 euro. De kleuren variëren van roodbruin, geel, grijs met een goudgele buitenrand tot goudgeel met een grijze buitenrand.

    Biljetten
    Voor alle eurolanden samen worden meer dan twaalf miljard eurobankbiljetten gedrukt. Deze zijn ontworpen door de Oostenrijker Robert Kalina. Er staan afbeeldingen op van allerlei Europese bouwstijlen door de tijd heen. De eurobiljetten zijn voor alle deelnemende landen gelijk. Er zijn zeven biljetten met elk hun eigen kleur en formaat. De waarde ervan is 5, 10, 20, 50, 100, 200 en 500 euro.

    Omwisselen
    Het omwisselen van guldens in euro’s is alleen van belang bij cashgeld. Het saldo op giro, bank- of spaarrekening wordt automatisch omgezet in euro’s.
    In decemer 2001 worden banken bevoorraad met euromunten en -biljetten. Vanaf 1 januari 2002 worden in alle deelnemende landen euromunten en -biljetten in omloop gebracht. Tot 28 januari 2002 kan er zowel in guldens als in euro’s betaald worden. Wie in deze periode met guldens betaalt, krijgt het wisselgeld in euro’s. Vanaf 29 januari kan er niet meer met de gulden worden afgerekend. De gulden is dan echter niet meteen waardeloos.

    Het omwisselen van guldens in euro’s is tot en met 30 maart 2002 tot een bedrag van maximaal ƒ250 gratis. Munten en biljetten kunt u nog tot 2032 omwisselen:· tot 31 december 2002 guldens omwisselen bij de bank· tot 1 januari 2007 oude guldenmunten omwisselen bij De Nederlandsche Bank· tot 1 januari 2032 oude bankbiljetten omwisselen bij De Nederlandsche BankHeeft u bankbiljetten uit andere eurolanden dan kunt u deze tot 1 juli 2002 omwisselen bij een bank. Deze brengt hiervoor wel wisselkosten in rekening. Na 1 juli 2002 kunt u met buitenlandse biljetten terecht bij kantoren van De Nederlandsche Bank. Deze bank wisselt kosteloos. Omwisselen kan natuurlijk ook bij de banken in het land waar de biljetten vandaan komen.