artikel

Biertypen en -soorten.

Horeca

Het is niet makkelijk de ontelbare bieren die er op de wereldmarkt verschijnen in “waterdichte” groepen in te delen.


Om toch een overzicht te geven, delen we ze in naar de vergistingsmethode, dus:

  • ondergistende bieren
  • bovengistende bieren
  • spontaangistende bieren
  • Ondergistende bieren.
    Een ondergistend bier is een bier waarbij tijdens de vergisting de gist naar de bodem van de gistkuip zakt. In de 11de eeuw waren er in Europa al brouwers die af en toe een ondergistend bier brouwden. Pas halverweg de 19de eeuw, mede dankzij de uitvinding van de koelmachine kwam het ondergistend bier in zwang.Tot de ondergistende bieren rekenen we:
  • Pilsener
  • Dortmunder
  • Münchener
  • Weens
  • Lager
  • Oud Bruin
  • Bokbier
  • Märzen
  • Stout (continentale)
  • Pilsener.
    Dit biertype dankt zijn naam aan de stad Pilsen in Tsjechië. Begin 19de eeuw experimenteerde de Boheemse mouter František Andrej Poup_ met een ondergistend bier. Vanaf 1842 kwam de Pilsener Burgerbrouwerij met een goudgeel bier op de markt dat wereldberoemd zou worden. Vele brouwerijen over de gehele wereld brouwen tegenwoordig een bier volgens het Pilsener receptuur.
    Stamwortgehalte: maximaal 13,5 % Plato
    Alcoholgehalte: veelal rond 5 volumeprocenten
    Kleur: blond, goudgeel, minder dan nummer 30 van de E.B.C.schaal
    Smaak: hoppig, moutig
    Dortmunder.
    Dit biertype stamt uit de gelijknamige stad in Duitsland, dat “uitgevonden” is door Wilhelm Overbeck, eigenaar van de door hem in 1843 gestichtte Löwenbrauerei. Zijn biertype werd eveneens door buitenlandse brouwers gebrouwen. In Nederland zijn nog enkele brouwerijen die dit biertype op de markt brengen.
    Stamwortgehalte: (Nederlandse Dortmunder) 15,5 % Plato of hoger
    Alcoholgehalte: rond 6,5 volumeprocenten
    Kleur: blond, EBC 9
    Smaak: moutig.

    Münchener.
    Ook hier is de afkomst niet moeilijk te raden. In 1839 kwam de Münchener brouwer Gabriël Sedlmayr met een revolutionair bier op de markt. Dit ook Beierse Bier genoemde bier was aanvankelijk donker, zwak gehopt en moutig van smaak. In 1928 verscheen er ook een lichtgekleurde Münchener. Ook Nederlandse brouwers brouwden het. Tegenwoordig alleen voor de export.
    Stamwortgehalte: vanaf 11 % Plato of hoger
    Alcoholgehalte: vanaf 4 volumeprocenten
    Kleur: goudgeel tot donkerbruin
    Smaak: moutig.

    Weens.
    Dit bier werd op de markt gebracht door de beroemde Weense brouwer Anton Dreher, die in 1836 de brouwerij van zijn vader overnam. Samen met de hiervoor genoemde Sedlmayr experimenteerde hij met verschillende mout- en brouwmethoden. Zijn moutmethode werd zeer bekend.
    Stamwortghealte: vanaf 11 % Plato of hoger
    Alcoholgehalte: 5 volumeprocenten
    Kleur: amber
    Smaak: ietwat moutig, licht gehopt

    Lager.
    Lager is een verzamelnaam van allerlei lichtgekleurde, soms zwakalcoholische bieren. De naam komt uit het Duits en betekent zoiets als: legbier. Vreemd genoeg wordt het in Duitsland niet gebrouwen, maar komt men het bijna uitsluitend in Engelstalige landen tegen.
    Het is feite een zeer vrije interpretatie van het Pilsener en het Weense type.
    Stamwortgehalte: vanaf 11 % Plato
    Alcoholgehlate: vanaf 3 volumeprocenten
    Kleur: lichtgeel tot donkerbruin
    Smaak: droog tot moutig

    Oud Bruin.
    Dit biertype is een typisch Nederlands type. De naam doet vermoeden dat het een zeer oud bier is. De naam “oud” slaat echter op de (bovengistende) brouwmethode die vroeger werd gebruikt.
    Stamwortgehalte: 7 – 11 % Plato
    Alcoholgehalte: 2,5 – 3,5 volumeprocenten
    Kleur: donkerbruin, boven 40 EBC
    Smaak: moutig, zoet

    Bokbier.
    Er doen vele mythen rond dit bier de ronde. De meest betrouwbare verwijzing omtrent de herkomst is naar de stad Einbeck in Duitsland. Aldaar werd eeuwenlang een donker bovengistend tarwebier gebrouwen dat in geheel Europa een zekere faam had. De Beierse bierliefhebbers verbasterden de naam van “Ainpöckisch Bier” via “Ain pöckisch Bier” tot “Bockbier”. De benaming Bockbier en Bokbier komt ook in Nederland voor.
    Sinds midden 19de eeuw is het een ondergistend goudgeel (Heller) en donkerbruin (Dunkles) bier. Varianten inmiddels zijn de Meibo(c)k, Paasbock (in o.a. Denemarken) en Kerstbok.
    In Nederland wordt het ook gebrouwen. Volgens onderlinge afspraken wordt het bokbier door de Nederlandse brouwers rond oktober op de markt gebracht. In de maand mei komt het mei- of lentebok op de markt.
    Stamwortgehalte: 15,5 % Plato of hoger
    Alcoholgehalte: vanaf 6,5 volumeprocenten
    Kleur: goudgeel tot donkerbruin
    Smaak: moutig tot zoet
    Märzen.
    Dit bier wordt voornamelijk in Duitstalig Europa gebrouwen en in het voorjaar op de markt gebracht. (Märzen = maart). In de maand maart brouwde men vroeger (zonder koeling) een extra sterk bier dat bestand was tegen de zomerse temperaturen.
    Stamwortgehalte: 15,5 % Plato of hoger
    Alcoholgehalte: vanaf 6,5 volumeprocenten
    Kleur: donkerbruin
    Smaak: moutig, vol

    Stout.
    Dit bier hoort eigenlijk bij de bovengistende bieren thuis. In Nederland en enkele Scandinavische landen brouwt men een ondergistend stout met een relatieve lage hopgift.
    Stamwortgehalte: 15,5 % of hoger
    Alcoholgehalte: vanaf 6 volumeprocenten
    Kleur: zeer donkerbruin
    Smaak: zeer moutig, zoet

    Van de hierbovengenoemde biersoorten worden ook varianten met een zeer laag alcoholgehalte of zelfs zonder alcohol op de markt gebracht. Meestal zijn deze bieren van het Pilsener-type. Volgens de Bierverordening mag een alcoholvrij bier hooguit 0,1 volumeprocent alcohol bevatten. Het stamwortgehalte moet minstens 2,2 % Plato zijn. Alcoholarm bier moet minstens hetzelfde stamwortgehalte hebben en mag hoogstens 1,2 volumeprocenten alcohol bevatten.
    Bieren met de benaming “light” moeten tenminste 33 % minder energie opleveren dan het bier waaraan het refereert.

    Bier zonder of met zeer weinig alcohol verkrijgt men door het pure wort, voordat het vergist wordt, af te vullen óf door na een zeer lange vergisting de alcohol door vacuümdistillatie of door osmose (vloeistofsplitsing door membraan) te verwijderen. Calorie-arm bier verkrijgt men door tijdens het maischen een lange versuikeringspauze in te lassen en de navergisting te verlengen, zodat alle suikers vergist worden.

    Bovengistende bieren:

    Vóór ongeveer 1840 waren alle bieren bovengistend. Door de uitvinding van de koelmachine en de specifieke gistsoorten brouwde men steeds meer ondergistende bieren. Toch zijn er enkele bovengistende bieren overgebleven; de laatste jaren komen er steeds meer bij.
    De volgende biersoorten zijn bovengistend:

  • tarwebier
  • alt
  • kölsch
  • trappistenbier
  • klooster- en abdijbier
  • oud bruin
  • ale
  • stout

    Tarwebier.
    Dit biertype is bezig aan een wedergeboorte. Tot voor enkele jaren werd het bijna nog uitsluitend in Duitsland gebrouwen. Daar noemt men het Weissbier of Weizenbier, in het Nederlands taalgebied: witbier. Ook in Scandinavië en Oostenrijk komt het witbier of Weizenbier voor.
    (Weiss = wit; Weizen = tarwe)De hier bedoelde tarwe bieren zijn voor maximaal 40 % uit tarwemout gebrouwen.
    Het tarwebier stamt oorspronkelijk uit Bohemen. In Beieren dronk men het reeds in de 16de eeuw. Door de opleving van het tarwebier in de jaren 1970 in België nam de populariteit ook in Nederland toe. Sinds een aantal jaren brouwen Nederlandse brouwers het ook (weer).
    Het Weizenbier kent een aantal varianten, zoals het
    Hefeweizen – met gist afgevuld op fles
    Kristallweizen – gefiltreerd Weizenbier
    Heller Weizen – zeer lichtgekleurd, gefiltreerde Weizen
    Weizenbock/doppelbock – donker, zwaar Weizenbier
    Champagner Weizen – Weizen met hoog koolzuurgasgehalte
    Stamwortgehalte: 15,5 – 18 % Plato
    Alcoholgehalte: vanaf 3,5 volumeprocenten
    Kleur: lichtgeel tot donkerbruin
    Smaak: ietwat zurig, rinzig tot lichtzoet

  • Witbier.
    Het Nederlandse en Belgische witbier wijkt enigszins af van de Duitse Weizen en Weissbieren.
    Stamwortghealte: 11 – 15,5 % Plato
    Alcoholgehalte: vanaf 4 volumeprocenten
    Kleur: lichtgeel, troebel
    Smaak: ietwat zurig, fris
    Alt.
    Dit biertype stamt uit het Rijnland. Een Alt-bolwerk was en is nog steeds Düsseldorf. Tegenwoordig wordt het ook in Nederland en tot in Bazel toe gebrouwen.
    Alt betekent oud en slaat op de oude bovengistende methode. Altbier wordt gebrouwen met veel donkere, gebrande mout. Die gebrande mout geeft het Alt haar karakteristieke kleur en smaak.
    Stamwortgehalte: vanaf 11 % Plato
    Alcoholgehalte: vanaf 4 volumeprocenten
    Kleur: donker amber
    Smaak: bitter, gebrand
    Kölsch.
    Dit biertype, alhoewel met iets lichtere mout gebrouwen is een variant (en concurrent) uit Keulen van het Alt. Kölsch mag sinds 1980 alleen nog in Keulen gebrouwen worden en door brouwerijen buiten Keulen, die het toen al brouwden.
    Stamwortgehalte: 11,2 – 11,8 % Plato
    Alcoholgehalte: 3,5 – 3,9 volumeprocenten
    Kleur: iets lichter dan Alt
    Smaak: licht zoetig
    Trappistenbier.
    Omtrent dit biertype doen nogal wat verwarrende verhalen de ronde. Maar al te vaak wordt dit bier op één hoop gegooid met abdij- en/of kloosterbieren. Zowel de bieren als de naamgeving is uitzonderlijk.
    In 1664 scheidden zich enkele monnikken, die behoorden tot de in 1098 gestichte Cisterciënser Orde, zich af en vestigden zich in de Franse plaats La Trappe. Vandaar de naam Trappisten. Later vestigden zich in vele Europese landen (en zelfs in Indonesië) Trappisten, zo ook in Nederland. In België zijn er nog vijf Trappistenkloosters, die binnen de poorten bier brouwen, t.w. die in West-Malle, Westvleteren, Chimay, Rochefort en Orval. In Nederland is dat de Trappistenbrouwerij “De Koningshoeven”.
    Het Trappistenbier kent vier variëteiten, t.w. naar de vroegere hoeveelheid moutstorting per brouwsel (volgens de Wet van 1867, die in 1871 definitief werd):
    Enkel – voor een storting onder de 400 pond per brouwsel hoefde geen aangifte te worden gedaan;
    Dubbel – een dubbele storting
    Triple – een driedubbele storting
    Quadrupel – een vierdubbele storting

    De meeste Trappistenbieren hebben een nagisting op fles. De Enkel is niet buiten de poort te koop!

    Enkel Dubbel Triple Quadrupel

    Stamwortgehalte: 12 % 16 % 18 % 20%
    Alcoholgehalte: 3 vol.% 6 vol.% 8 vol.% 10 vol.%
    Kleur: Licht donker licht licht
    Smaak: Moutig met een lichte gistsmaak

    Kloosterbier/Abdijbier.
    Vele kloosterlingen brouwden in het verleden en ook nu nog bier. In West-Duitsland is er nog een aantal kloosters (zowel nonnen- als monnikkenkloosters), die bier produceert. Aangezien die kloosterlingen geen Trappisten zijn, heet hun bier geen Trappistenbier. Er is natuurlijk wel sprake van kloosterbier!
    Daarnaast zijn er een heleboel brouwerijen, uitsluitend in handen van leken, die een klooster- of abdijbier in de handel brengen. De meesten hebben de naam die zij aan het bier of de afkomst geven, “gekocht” van een al dan niet meer bestaand klooster of abdij. Het is ondoenlijk om hier alle variëteiten van deze bieren te vermelden. Enkele lijken erg veel op een Trappist, andere weer op een Duits bockbier.

    Oud bruin.
    Onder deze naam kunnen we een heleboel bieren rangschikken, die volgens de (oude) boven-gistende brouwmethode zijn gebrouwen. Er zijn zg. Malzbieren met amper 1 volumeprocent alcohol tot zeer sterke bruine bieren van ruim 8 volumeprocenten, met kleuren die lopen van lichtbruin tot bijna pikzwart.

    Ale.
    Het Engelse woord “ale” komt van het Keltische “ealu”, net als het oud-Nederlandse woord “aal” en het Scandinavische “øl”. Het door ons gebruikte woord “bier” komt uit het Latijn. De Engelsen noemden alleen de gehopte dranken van het continent “beer”, hun eigen ongehopte drank heette “ale”. Dit wezenlijke verschil tussen bier en ale is er niet meer. Heel wat ales zijn nu gehopt; dat hebben ze te danken aan de vele Vlaamse en Hollandse brouwers, die zich de afgelopen eeuwen zich met name in Zuid-Engeland hebben gevestigd. In Zuid-Engeland wordt zelfs hop op grote schaal verbouwd. In het Verenigd Koninkrijk worden verschillende soorten ales gebrouwen.
    Zo is er de “pale ale”, hetgeen “bleek” betekent en slaat op de kleur. De “bitter ale” daarentegen is sterk gehopt, de “mild ale” weer niet. Deze ale is zwakalcoholisch en daardoor vaak de goedkoopste ale die er te koop is. De “brown ale” is enigszins vergelijkbaar met de hiervoor genoemde oud bruin. Een relatief lang gelagerde brown ale noemt men een “old ale”. Eén van de hiervoor genoemde ales met een hoog alcoholgehalte noemt men “strong ale”. Van de “scotch ale” zou men denken dat hij in Schotland wordt gebrouwen, maar de brouwketels van deze bieren staan in België.
    Overigens zijn de bekende Belgische bruine bieren als Palm en De Koninck ook van het ale-type.

    Stout/Porter.
    Dit biertype is beroemd geworden door de Londense dragers (porters) op de markten. Zowel de stout als de porter zijn zeer stevige bieren, met een hoog stamwortgehalte en veelal ook een hoog alcoholgehalte. Zwakalcoholische versies zijn b.v. de milk stout en de invalid stout.

    Spontaangistende bieren.
    In vroegere eeuwen werd bier gebrouwen zonder dat de brouwer precies wist wat er zich in de kuip of ketel afspeelde. De vergisting was helemaal een raadsel. Men merkte wel dat door toevoeging van sommige kruiden of vruchten de vergisting versneld werd. In sommige streken, zoals rondom Brussel en Danzig werden bieren gebrouwen waaraan geen gist werd toegevoegd. In Danzig was het Jopenbier, gebrouwen met rozenbottels (die de giststof leverden) zeer geliefd. In Brussel e.o. brouwde en brouwt men nog steeds het lambiekbier. “Lambiek” is een afgeleide van “alambiek”, de gesloten koperen brouwketel, die men nu nog in sommige brouwerijen aantreft. Aanvankelijk brouwde men in open ketels, maar in de 17de eeuw schakelde men over op de gesloten ketels, zoals die ook door de whisky- en cognacstokers werden gebruikt.
    De meeste lambiekbieren worden gebrouwen uit 60 % gerstemout en 40 % tarwe. Het wort laat men minimaal 1 etmaal in een ondiepe open bak (koelschip) staan, waardoor het als het ware geinfecteerd wordt door een wilde gist: brettanomyces bruxellensis. Na de hoofdgisting van enkele dagen volgt een nagisting die wel 4 jaar kan duren.
    Een lambiek, al dan niet versneden, afgevuld op fles noemt men “gueuze”. Dit woord betekent: oud, vermoeid. Vaak kan de gueuze op fles nog nagisten. Een volledig uitvergiste gueuze kan ruim 7 volumeprocenten alcohol bevatten.
    Enkele lambiekbrouwerijen laten de lambiekbieren enkele maanden tot enkele jaren trekken op kersen (Krieken genaamd) of andere vruchten, zoals appels, peren en perzik.
    Stamwortgehalte: 12 % Plato en hoger
    Alcoholgehalte: 4 – 7,5 volumeprocenten
    Kleur: lichtgeel tot donker/koperkleurig (gueuze)
    Roze tot donkerrood (kriek)
    Smaak: licht tot sterk rinzig