artikel

Shoes lopen ook lekker in horeca

Horeca

Ze zijn niet ten onder gegaan aan seks, drugs en rock and roll, maar floreren tegenwoordig als horecaondernemers in Leiden. De tweelingbroers Henk en Jan Versteegen van de legendarische Nederpopformatie The Shoes runnen in het centrum van Leiden vier horeca-etablissementen in een straal van een paar honderd meter. Sinds een paar jaar zijn ze druk als gastheer in het luxe restaurant Het Prentenkabinet, maar er is nog voldoende tijd over voor sport en muziek.

Ze rekruteerden chef-kok Eugène Hoogenboom uit de eigen fietsploeg. Een ‘topkok’ die beloofde Het Prentenkabinet binnen vijf jaar aan een Michelinster te helpen. ‘Gaat die gozer na tweeëneenhalf jaar naar de concurrent. Gewoon weggekocht. Hij gaat bij Engelbertha Hoeve werken.’ Henk Versteegen is teleurgesteld, maar ook hoopvol, want sous-chef Marco Smit wordt nu chef-kok: ‘Eugène zegt altijd dat Marco beter kookt dan hijzelf.’
Het Prentenkabinet moet en zál z’n ambities waarmaken. De broers Versteegen kochten het historische pand in 1997 na enige aarzeling voor 1,2 miljoen gulden. Een voormalige pastorie uit de 12e eeuw, later, na tal van verbouwingen en bestemmingen, locatie voor het Rijks Prentenkabinet.
Ze hebben er een goedlopend sjiek restaurant van gemaakt. ‘Een uitstekend restaurant waar een subliem potje (klassiek, mediterraan en oost-west) wordt gekookt’, schreef de gids Lekker in de editie van ‘99 bij de bespreking van de nieuwkomer. Het is de vierde zaak van de broers in een straal van een paar honderd meter, allemaal vlakbij de Pieterskerk in Leiden gevestigd.

Machinebankwerkers
Niet gek voor twee machinebankwerkers uit Zoeterwoude die zichzelf, niet gespeend van relativeringsvermogen, omhooggevallen muzikanten noemen en nog steeds deel uitmaken van de legendarische Nederpopformatie The Shoes, die met nummers als Standing and Staring en Na na na in de jaren ‘60 – en met Osaka in 1970 – grote hits had.
Henk en Jan Versteegen, beiden 54. De jaren hebben vrijwel geen vat op hen gehad. Het zijn kekke verschijningen. Ze zijn nog steeds uitgerust met een weelderig krullende haardos, zijn superslank en staan, afgezien van de culinaire ambitie van Het Prentenkabinet, volstrekt zonder sterallures in het leven.
De Versteegens waren destijds vastbesloten beroepsmuzikanten te worden. Vader en moeder Versteegen zaten op de mandolineclub in Zoeterwoude. Vader speelde mandola, moeder gitaar. De jongens sloopten de mandola, maar gingen wel aan de gang met de gitaar. Moeder deed ze uiteindelijk ook maar op de mandolineclub.
Op de ambachtsschool traden de selfmade muzikanten voor het eerst op met Willem van Huis voor diens klasgenoten. Van Huis, gitaar, Henk Versteegen, drums, en Jan Versteegen, bas. Henk Versteegen: ‘En toen stond Theo van Es op: mag ik ook effe! En hij begon me daar te zingen. Wat een stemgeluid!’ The Rockin’ Friends, The White Shoes en uiteindelijk The Shoes, waren geboren.

Grüss Gott
De broers Versteegen waren zeventien toen het gezelschap naar Hamburg vertrok. ‘In Duitsland gebeurde het, dat was superprogressief, dat liep voorop in het uitgaansleven. Het was een internationaal gebeuren met al die Franse en Amerikaanse militairen.’
The Shoes speelden ruim vier jaar als coverband in onder meer de legendarische Star Club in Hamburg, waar de Beatles hen voorgingen. Henk Versteegen: ‘Zij eruit en wij erin.’ Het was een nieuwe wereld voor de broers uit Zoeterwoude en ze spraken geen woord Duits. ‘We maakten kennis met iemand die zich voorstelde met Grüss Gott. Henk Versteegen, zei ik. Maar er bleken wel héél erg veel mensen in Duitsland Grüss Gott te heten.’
The Shoes namen in Duitsland een plaatje op, maar dat flopte. De feitelijke ontdekking van de groep vond plaats in clubhuis St. Antonius in Leiden, waar producer Freddy Haayen hen een platencontract aanbood. Het eerste plaatje, Standing and Staring, een compositie van Jan Versteegen en Theo van Es, werd een regelrechte hit. De groep viel vooral op door het stemgeluid van Van Es, dat diep achter uit de keel kwam.
De naam The Shoes was gevestigd. De groep stond op de cover van het tienerblad Kink. De hits volgden elkaar in rap tempo op. Na verloop van tijd volgde er wel een dipje, maar The Shoes kwamen in 1970 terug met de hit Osaka.
De groep leefde er in de topjaren goed van en de leden gingen niet, zoals zoveel collega’s, ten onder aan seks, drugs en rock and roll. ‘We waren en bleven gewone dorpsjongens’, zegt Henk Versteegen. ‘We stonden versteld als we de zanger van Cuby & The Blizzards voor een optreden een liter jenever achterover zagen gooien.’
The Shoes verdienden in de succestijd goed. Maar zoals de meeste popgroepen overkwam, verdween er ook veel geld in andermans zakken. ‘Een bekende Nederlandse ex-dj’ heeft volgens Henk Versteegen een aardige cent overgehouden aan The Shoes. ‘We traden op in Turijn in de Caterina Valenteshow en we moeten ons geld nóg krijgen.’

Autoloze zondag
Ze hielden niet genoeg over om bij het opsplitsen van de groep eind jaren ‘70 op hun lauweren te gaan rusten: ‘Dan hadden we minstens een paar wereldhits gehad moeten hebben.’ De groep, maar vooral het publiek, had het wel gehad. ‘Autoloze zondagen begin jaren ‘70 en de opkomst van de disco waren funest voor bands zoals de onze. Bovendien waren wij ook niet het type groep van de in die tijd populaire lange gitaarsolo’s.’ Het was op. Theo van Es wilde wat anders en Willem van Huis ging als conducteur bij de NS werken. ‘Daar werkt hij nog. Wim is een degelijke jongen’, aldus Henk Versteegen.
Henk en Jan Versteegen gingen in Leiden respectievelijk in eetcafé La Bota in de Herensteeg en restaurant Malle Jan in de Nieuwsteeg werken. Eigenaar Jan Lange nam ze aan. Het was toen dat bij beiden de sportverdwazing toesloeg. ‘We waren 32 toen we als beroepsmuzikanten ophielden. Dat is een leeftijd dat het lichaam zich niet meer vanzelfsprekend herstelt.’
Ze stopten met roken en al snel bleken de tweelingbroers uit te blinken in de triatlon en wonnen ze wedstrijden. Ze waren zo goed dat (‘shoes-leveranciers’) Nike en later New Balance hen sponsorde en er zelfs sprake van was dat ze beroepssporters zouden worden, maar ze vonden zichzelf daarvoor te oud.
Dertien jaar lang stonden ze achter de tap van La Bota en Malle Jan. ‘Totdat de baas tegen mij zei: Hé, grijze. Toen dacht ik: we zijn te oud om hier nog te staan. Straks vliegen we eruit en neemt hij iemand anders aan.’
De broers gingen op zoek naar een eigen zaak en kochten uiteindelijk La Bota, waar ze zelf zoveel jaren goodwill hadden opgebouwd. De zaak liep zó goed dat ze na een tijdje vlakbij aan de Kloksteeg restaurant De Bisschop overnamen. Aanvankelijk dé culinaire tent van Leiden, maar na een overname om zeep geholpen ‘door een vent die als een landloper door de zaak liep en zich liet bijstaan door een bezopen ober met een peuk in z’n bek’. De zaak werd zes jaar geleden omgedoopt in eet- en drinkwinkel M’n Broer. ‘Dat was makkelijk hè, als het in La Bota te druk wordt, zeggen we: Ga maar naar M’n Broer.’

FIOD
De broers breidden onverwacht hun imperium uit naar drie zaken nadat hun voormalige baas een inval had gehad van de FIOD en daardoor in een uitzichtloze situatie terecht was gekomen. Henk en Jan Versteegen kochten van hem Malle Jan en betaalden er een prijs voor die hem in staat stelde om zijn andere bedrijf, Annie’s Verjaardag, te kunnen blijven exploiteren.Vervolgens kwam het voormalige Rijks Prentenkabinet in zicht, een statig pand aan de Kloksteeg waarmee de Universiteit Leiden al jaren liep te leuren. De gebroeders Versteegen hadden niets met het pand, dat ze vanwege ‘de hoge drempel’ nooit hadden willen betreden. Een bevriende aannemer trok hen over de streep. Henk Versteegen: ‘Toen we binnenkwamen, waren we meteen verkocht. Zó’n prachtig pand.’
Het stond voor de broers vast dat zich hier in elk geval geen concurrent mocht vestigen, dus kwamen ze zelf met het plan om er een luxe restaurant te beginnen. Voorwaarde om horeca in het pand te mogen uitoefenen was wel dat er op de bovenverdieping woningen kwamen. En, het ligt voor de hand, Henk en Jan Versteegen hebben beiden sinds kort ieder een woning boven Het Prentenkabinet.
Het Prentenkabinet ging in oktober 1997 open en Henk en Jan zijn er de gastheren. Ze merken trouwens nauwelijks verschil met het muzikantenbestaan: ‘We moeten het ‘t publiek nog steeds elke avond naar de zin maken’, zegt Jan Versteegen.
De broers hebben de ideale mix gevonden tussen muziek maken, sporten en horeca bedrijven. De groep treedt weer regelmatig op en viert in oktober z’n 40-jarig bestaan.En sporten? Henk en Jan Versteegen doen aan hardlopen en fietsen, al moet Henk het met een achillespeesblessure rustig aan doen. Jan voert op maandag-, woensdag- en vrijdagochtend de fietsploeg aan. Wie mee wil rijden is welkom. Het zijn tochten van 60 tot 80 kilometer. Jan Versteegen: ‘Een rondje Wassenaar, een rondje Lisse, een rondje Haarlemmermeer en een rondje Omaatje, waarbij we aanleggen in een sportcafé waar een oude vrouw achter de tap staat.’ ‘s Winters schaatsen de broers (bij voorkeur de Elfstedentocht).

Advocaat
De horeca is inmiddels een familie- en groepsgebeuren. Michel Versteegen, zoon van Henk, is bedrijfsleider in La Bota, Dennis Versteegen, zoon van Jan, is bedrijfsleider in Malle Jan. Melanie van Huis, dochter van Willem van Huis, zwaait de scepter in M’n Broer. De vier zaken draaien met 120 man personeel. Geen sinecure, menen de broers. Ze vinden het horecavak in de loop der jaren een stuk gecompliceerder geworden.
Henk Versteegen: ‘Je moet eigenlijk opgeleid zijn tot advocaat om mee te komen. Je kunt een hoop kennis inhuren, maar je moet zelf het overzicht houden. Vroeger was het makkelijk, dan liet je een paar studenten opdraven voor een tientje per uur. Tegenwoordig moet je op je woorden passen als je geen problemen wil met je mensen. En jaaropgaven verstrekken en een loonstrookje. Ja, het loonstrookje is heilig. Toen wij in de horeca in loondienst werkten, wisten we van het bestaan van die dingen niet af.’
Niettemin hebben Henk en Jan Versteegen als horecaondernemers hun draai gevonden en ze beschouwen hun Shoes-verleden zeker niet als ballast. Henk Versteegen: ‘Het helpt alleen maar. We hebben aantrekkingskracht op het publiek. De mensen zeggen: Laten we gaan eten bij die gasten van The Shoes.’

Eeneiige tweeling

Henk en Jan Versteegen zijn het typische voorbeeld van de eeneiige tweeling. Ze zijn moeilijk uit elkaar te houden en doen alles samen. Hun eerste baantjes als machinebankwerker en onderhoudsmonteur bij bedrijven in Zoeterwoude hadden ze gezamenlijk. Ze zaten en zitten samen in de band. Ze sporten samen en wonen naast elkaar. Ze hebben ook dezelfde smaak auto’s: de Volvo Amazone. Hoewel, wat dat laatste betreft loopt Henk sinds kort uit de pas: ‘Ik heb nu een Porsche 356 uit ‘69.’