artikel

Gestrande wereldreis mondt uit in carrière als ijsbereider

Horeca

Jaap (49) en Hanneke (52) Hoebé toerden vanaf 1978 met een oude bus door Azië. Rond 1981 waren ze terug in Nederland, maar het avontuur bleef lokken. In september van dat jaar togen ze naar Brazilië voor een nieuwe rondreis. Ze kwamen uiteindelijk terecht in Equador en namen daar in Cuenca, de vierde stad van het land, in het najaar van 1983 een nog niet volledig ingerichte ijssalon over van een Oostenrijker.

‘Heladeria Holanda’ heet de zaak. Nog altijd is de ijssalon eigendom van de Hoebé’s, maar ze besturen nu op afstand. Ze zijn neergestreken in het uiterste puntje van de Achterhoek, de buurtschap Woold bij Winterswijk. Dat ze een ijssalon in de monumentale stad Cuenca bezitten, is het gevolg van een samenloop van omstandigheden. In Nederland zaten Jaap en Hanneke helemaal niet in de horeca. Hanneke was in 1983 in verwachting van hun tweede kind en hun oudste was ziek. Verder trekken kon dus tijdelijk niet. Omdat de Hoebé’s in Argentinië waren ten tijde van de Falkland-oorlog, wilden ze niet voor Britten worden aangezien. Met grote letters schilderden ze dus ‘Holland’ op hun bij de VW-fabriek in Chili gekochte bestelbus. Vanwege dit opschrift sprak de Oostenrijkse ijssalonhouder in Cuenca hen aan en kwam het tot de aankoop van diens ijssalon, die de naam Richie droeg.

Vallen en opstaan
De ijssalon was echter nog niet klaar. De vrouw van de Oostenrijker kon echter niet aarden in Equador en dus wilde hij van de zaak af. De Hoebé’s leerde hij binnen twee dagen ijsdraaien en taartjes en cakes maken. Zo werden Jaap en Hanneke ijssalonhouders in Zuid-Amerika. Nadat de overname was bezegeld, doemde meteen een eerste obstakel op. ‘Richie’ bleek niet de enige eigenaar, ook een broer zat in de zaak. Na veel heen en weer gepraat en gedoe, kon de overname alsnog worden beklonken. De Hoebé’s waren nu écht de bezitters van een ijssalon in een historisch monumentaal pand in Cuenca, een pand overigens dat ze huurden van een Duitse eigenaresse. Met vallen en opstaan kregen de Nederlanders, van huis uit ingenieur en landschapsontwerpster, het vak onder knie. Bovendien ging Jaap Hoebé een jaar na de opening in de leer bij een ijsbereider in Moerbeek.

Groei
Jaap begon elke ochtend om vijf uur met het draaien van ijs. Een machine van vijf liter, om de zeven bakken in de vitrine te kunnen vullen. Om negen uur opende ‘Heladeria Holanda’ de deuren. Vervolgens sloot de zaak tussen de middag, de bakken waren dan ook goeddeels leeg. Jaap toog opnieuw aan het ijsdraaien, zodat er bij de middagopening om drie uur weer voldoende aanbod was. De Hoebé’s: ‘ Om elf uur ‘s avonds lagen we in bed. We hadden tegen onszelf gezegd dit voor een periode van vijf jaar te doen en dus gingen we er ook voor.’ De groei kwam in de zaak. Op de kaart kwamen ijscoupes. Hanneke Hoebé zorgde voor een aantrekkelijker interieur. De zeven tafels met elk zo’n vijf stoelen waren vrijwel permanent bezet. De Hoebé’s: ‘IJssalons zijn in Equador geen algemeen verschijnsel. Veel gewoner is het op straat schaafijs te kopen. Dat wordt geschaafd van een blok ijs in een bekertje, met siroop erbij, vaak hygiënisch onverantwoord. We hadden wel enkele concurrenten in de stad, maar we kregen het steeds drukker. In het weekeinde stond de straat vol klanten en ook door de week zat de loop er goed in.’

Inflatie
De eerste uitbreiding van de ijssalon werd noodzakelijk. In 1987 kon een aangrenzende antiekzaak bij de ijssalon worden getrokken, waardoor het aantal zitplaatsen ongeveer verdubbelde. Hanneke: ‘Een gouden greep bleek de verkoop van mokkataarten, kwarktaarten en andere taarten uit Nederlandse kookboeken. Ze waren niet aan te slepen.’ De omzet bleef een stijgende lijn vertonen, maar op een goed moment bleven de winsten achter, want er sloeg een verwoestende economische crisis om zich heen in het Zuid-Amerikaanse land. Ter illustratie somt Jaap Hoebé op hoe sterk de nationale munteenheid ‘sucre’ in waarde daalde. Eén Amerikaanse dollar was in 1983 83 sucres waard, een ruim jaar later 150, weer twee jaar later vijfhonderd sucres. Eind 1999 diende je liefst 25.000 sucres neer te tellen voor een dollar. Natuurlijk, de prijzen van ijs stegen, maar de kosten stegen ook. Ergens is er een halt aan wat mensen nog voor ijs neertellen. Jaap Hoebé: ‘Er waren jaren bij dat we niet meer dan 5000 tot 6000 gulden verdienden.’

Retour Holland
Gelukkig kreeg Jaap Hoebé de kans te werken bij een project in het kader van ontwikkelingshulp, Hanneke hield met behulp van medewerkers de zaak draaiende. Ze beschikte bovendien over een bedrijfsleidster. Ze vertrouwde haar door en door en kwam van een koude kermis thuis, nadat bleek dat de medewerkster de kluit bedonderde. Desondanks volgden in 1993 en 1997 opnieuw verbouwingen. Zowel de keuken als de verkoopruimte (tot honderd zitplaatsen) werden flink ruimer. De Hoebé’s zelf waren toen inmiddels terug in Nederland en vestigden zich in de Achterhoek. In 1992 gingen Hanneke en de kinderen terug naar Nederland, een jaar later volgde Jaap. De dagelijkse gang van zaken laten ze over aan een compagnon, met wie ze frequent overleg hebben via de moderne communicatiemiddelen. Aanvankelijk ging Jaap Hoebé nog drie maal per jaar naar Equador om de zaken goed op de rit te houden. Nu gaat hij maar eens per jaar meer. Jaap Hoebé: ‘Eind 1998 was er sprake van zo’n gigantische inflatie dat het niet meer lonend is om zelf naar Equador af te reizen.’

Tweede ijssalon in hoofdstad Equador

Jaap Hoebé is druk doende geweest een tweede filiaal van ‘Heladeria Holanda’ te openen in de hoofdstad van Equador, Quayaqill. Het pand was geregeld, de apparatuur stond in Europa klaar voor verscheping. Op het laatste moment zag Hoebé af van dit avontuur. Een geluk bij een ongeluk, want korte tijd later stortte de economie daar in.

De omzet verdeling in ‘Heladeria Holanda’ in Cuenca was ongeveer als volgt: veertig procent ijs, veertig procent gebak, twintig procent yoghurt, sappen, koffie, thee, fruitsalades, frisdranken en andere producten.