artikel

‘Met pannetje saus langs cafetaria’s

Horeca

De sauzen van Rimboe zijn een begrip in Den Haag en omstreken. En ook de rest van Nederland begint deze sauzen te ontdekken. Reden om eens te gaan kijken bij deze kleine Haagse sauzenfabriek. ‘Misschien wel de kleinste fabriek van Nederland’, aldus de eigenaren.

Ex-cafetariahouder Maarten Mourits en bouwvakker Ruud van Bemmelen runnen samen Rimboe Sauzen, sinds 1 februari 1993. ‘Ik kende Ruud uit de tijd dat ik cafetariahouder was’, vertelt Mourits. ‘Ik kocht verloederde cafetaria’s op en als ze weer draaiden, verkocht ik ze weer. Hij was er eigenlijk altijd als er iets te verbouwen viel en we konden goed met elkaar overweg.’

Naam
Mourits maakte destijds al zijn eigen satésaus, waar klanten uit heel Den Haag op af kwamen. ‘Taxichauffeurs maken vaak ruzie’, zo weet Mourits. ‘Maar bij mij in de zaak zaten ze zonder bonje naast elkaar. En als ik weer een nieuwe zaak had, gingen ze gewoon mee.’
Samen met Van Bemmelen werd de eerste stap naar een sauzenfabriek gezet. Het begon allemaal met één saus: de satésaus van Mourits. ‘We hadden destijds een naam: Saus International’, herinnert Van Bemmelen zich. ‘Door de Kamer van Koophandel hadden we laten uitzoeken of die naam kon. Op een dag ging de telefoon, dus ik neem op: ‘Met Saus International’. ‘Nee, daar spreek jij mee’, klonk het aan de andere kant. Bleek er dus toch een bedrijf te bestaan met die naam. Omdat we destijds net bezig waren met een ‘Rimboesaus’, besloten we de hele fabriek maar Rimboe te noemen. Ach, dat blijft ook lekker hangen.’

Uitbreiding
Het tweetal begon met ongeveer 35 vierkante meter voorin het pand aan de Isingstraat, in een Haagse woonwijk. ‘De achterkant was toen nog verhuurd’, vertelt Mourits. ‘Nu hebben we dat gedeelte erbij en dit jaar gaan we aan de achterkant nog verder uitbreiden. Naast de productieruimte hier hebben we nog twee panden. In het ene, hier tegenover, komt het kantoor, het andere wordt gebruikt voor opslag.’ Die uitbreiding is na zeven jaar wel nodig. ‘Er komt steeds meer vraag naar onze sauzen. Ik denk dat zo’n negentig procent van de Haagse cafetaria’s Rimboesauzen gebruikt. En we boeken nog elke maand omzetstijging’, vertelt Mourits. ‘Maar het begin was heel moeilijk. Je moet afzet vinden, vraag creëren. En bij de groothandels kom je ontzettend moeilijk binnen.’

Moeilijke klant
In het begin gebruikten de sauzenfabrikanten daarom elke verkoopmethode die voorhanden was. ‘We reden bijvoorbeeld achter de wagens van andere sauzenfabrikanten aan en overal waar zij saus afleverden, lieten wij een emmer satésaus en een kaartje achter. Verder niets. Zo kwamen de eerste bestellingen binnen.’ Ook ging Van Bemmelen met een pannetje warme satésaus bij Rotterdamse cafetaria’s langs. ‘Gewoon laten proeven. En dan gingen ze vanzelf om.’
Hoewel, ze herinneren zich één wel heel moeilijke klant. ‘Dat was een cafetariahouder hier in Den Haag, die gewend was zijn eigen satésaus te maken. En die was gewoon echt niet lekker. Maar wij wilden hem niet voor het hoofd stoten en dus gaven we hem een emmer om te proberen. Maar hij liet niks van zich horen. Dus brachten we weer een emmer en wachtten toen af. En op een gegeven moment belde hij. Hij had reacties gekregen van klanten die zijn saus niet meer wilden, met opmerkingen als: “Doe ons maar die lekkere saus”.’

Goede grondstoffen
Inmiddels is het assortiment gegroeid van één naar achttien sauzen. Waaronder 1-1-2 saus (‘lekker heet, joh’), Mac Rimboe en Hot Maxima (‘Voor de minima’). ‘Maarten ziet gewoon wat er in sauzen zit’, vertelt Van Bemmelen. ‘Hij pakt zo’n plastic A4-mapje, wrijft er wat saus in uit, steekt zijn neus er een keer in en schrijft zo het recept op. Hij heeft daar letterlijk een neus voor.’ Verder maken ze drie marinades.
Het belangrijkste is volgens Mourits en Van Bemmelen een goede kwaliteit grondstoffen. ‘Daar betaal je dan wel voor. Soms scheelt de ene kruidenmix wel de helft met de andere. Maar dat proef je wel. De pindakaas hebben we al jaren van Zwartberg in Rotterdam. Die kopen we tegenwoordig direct bij de fabriek in, want de groothandel snapte het niet helemaal. Die leverde ons oude pindakaas.’

Creatieve oplossing
De sauzen worden allemaal door het tweetal in het pand aan de Isingstraat gemaakt, op een beperkt aantal vierkante meters. ‘En het is echt ongelofelijk als je ziet wat hier de deur uitgaat. Samen kunnen we toveren.’ De machines vormden, zeker in het begin, een probleem. ‘We konden nog niet veel investeren.’ Maar daar zoeken ze zelf creatieve oplossingen voor. Van Bemmelen: ‘Onze eerste kookketel was een afgedankte sterilisatieketel, die we bij het oud ijzer konden ophalen. Zelf opgeknapt en zo. Alleen moest je de roestvrijstalen binnenketel er zelf uittillen.’ Mourits grinnikt: ‘Ja hij heeft me wel laten werken. Ik was toen nog sterk, dus ik moest die zware en hete ketel (140 graden!) eruit tillen. Tegen de tijd dat ik helemaal versleten was, wilde híj het wel proberen. Nou, hij kreeg het ding zo’n stukkie omhoog. En toen kon er ineens wel een nieuwe ketel komen.’

Export
Ook ontwierpen zij hun eigen vulmachine (‘de eerste is destijds ontploft’) en zijn ze nu bezig met een zakkenleegmachine (‘zoiets bestaat immers nog niet’).Volgens Mourits en Van Bemmelen was het in het begin het ene gat met het andere vullen. ‘En zuinig leven. Alle winst steken we weer in het bedrijf. En als het nodig is, werken we ook ‘s avonds en op zaterdag en zondag. Maar het loopt inmiddels goed. We zijn bezig met een bedrijf dat onze sauzen wil exporteren. Zelfs tot in Orlando (VS) willen ze onze satésaus. En dat terwijl de pinda daar vandaan komt.’

Landelijke verkrijgbaarheid
Het probleem blijft alleen dat de saus niet landelijk verkrijgbaar is. ‘De groothandels, zoals Sligro, Ven, Hagex en Harry Tavecchio, verkopen het inmiddels wel, maar alleen in de omgeving Den Haag. En verder hebben we klanten in Amsterdam en Rotterdam, en eentje in de buurt van Helmond. We willen best landelijk gaan leveren, maar we zijn natuurlijk maar met z’n tweeën. We kunnen niet voor tien emmers gaan rijden. Dus we kijken wat er mogelijk is met transport. Cafetariahouders kunnen er ook bij de groothandel om vragen.’ Maar capaciteitsproblemen ziet het tweetal niet voor zich. ‘Na de verbouwing kunnen we samen nog twintig keer zoveel aan’, grijnst Mourits. ‘En meer hoeven we niet, dan zitten we allang op de Bahama’s.’