artikel

Toppers van eigen bodem

Horeca

Wat is een tripel eigenlijk?’ Nico Derks, de brouwer van de Texelse Bierbrouwerij, stelt de vraag als het Rondje Bier al bijna op zijn eind loopt. Er wordt door de gasten nog wat genipt aan het laatste glas bier, genoten van de zon, en de eerste bordjes met in bier en honing gemarineerde ham verschijnen op tafel. In de twee voorgaande uren zijn vijf Nederlandse tripels de revue gepasseerd.

‘Er is geen verschil in brouwproces met andere bieren’, gaat Derks verder. ‘Hooguit een grotere storting van ingrediënten. Dus waarom dan toch de naam tripel?’
Collega Walrick Halewijn, van de Amersfoortse bierbrouwerij De Drie Ringen, denkt dat het de trappistenbrouwers waren die ooit met de naam op de proppen zijn gekomen. ‘Vaak werden in een abdij drie bieren gebrouwen. De enkel was een licht tafelbier voor eigen gebruik, de dubbel was iets zwaarder, en het allerzwaarste bier werd tripel genoemd.’
Als Nico Derks vervolgens met een ander verhaal komt, wordt duidelijk dat de naam wel nooit helemaal verklaard zal worden. In zijn algemeenheid geldt dat een tripel meestal goudkleurig is, een hoge gisting heeft ondergaan en nagist op de fles. Het alcoholgehalte ligt rond de 8,5 procent.

Meesterproef
De opleving van de biercultuur in Nederland heeft ervoor gezorgd dat het aanbod tripels uit eigen land fors is toegenomen. Voor menig brouwer is dit type bier een soort ‘meesterproef’. Zo ook voor gastheer Nico Derks. Hij zegt: ‘Ik ben al bij verschillende brouwerijen brouwmeester geweest, maar had nog nooit een tripel gemaakt. Hier, bij de Texelse, kon het wel. Ik heb echt een bier gebrouwen zoals ik het wil. Dus mooi diep blond en een goede balans tussen zoet en bitter. Een bier met een ‘bite’.’
Schrijver, Texelaar en voorzitter van de 1100 leden tellende Multi Functionele Ezelsvereniging i.a. (interactief) Theun de Winter vraagt belangstellend hoe Derks een bier ‘ontwerpt’. ‘Als je al veel bieren hebt gemaakt, heb je toch een flinke grondstoffenkennis. Je weet dus welke invloed het gebruik van bepaalde soorten hop of gerst op je bier heeft. Het enige wat je niet weet, is wat het brouwwater en de gisting met de smaak doen. Toen ik hier op het eiland kwam viel het water me tegen. Maar sinds een paar maanden is het heerlijk zacht en kun je er uitstekend mee brouwen.’ De Winter prijst het bier dat op zijn eiland wordt gebrouwen. ‘Lekker. Het heeft een pittige bitterheid. Ik zou erop door kunnen drinken.’
Rita Huizinga, mede-eigenares van hotel-restaurant De Smulpot en café ‘t Tesselaartje op Texel, vindt het bier vooral goed combineren met het erbij geserveerde stokbrood. Bierbrood zo blijkt. Bij de bereiding ervan is bostel gebruikt, een restproduct van het brouwproces.

Brouwcafé
Het is aardig om de Texels Tripel te vergelijken met de Grunn Dreidubbel. Als brouwerij van dit bier vermeldt het etiket weliswaar de Groningse Stadsbrouwerij, maar ook dit bier is afkomstig uit de ketels van de Texelse bierbrouwerij. Directeur van beide brouwerijen, Jaap van der Weide, doet uit de doeken dat hij momenteel wacht op de vergunning om in een historisch pand in Groningen een brouwcafé te vestigen. Om de stad alvast warm te maken voor de ‘eigen’ bieren, worden er op dit moment al diverse bieren onder de naam Grunn op de markt gebracht. En hoewel Nico Derks toezicht houdt op de vergisting van deze bieren, is voor het brouwen ervan een nieuwe brouwer aangetrokken. ‘
Je proeft de honing’, merkt Theun de Winter op. En inderdaad, de toegevoegde klaverhoning laat zich duidelijk gelden en maakt het bier wat milder in de hoofdsmaak dan de Texels Tripel. Niet dat het bier overwegend zoet is. De voormalig directeur horeca van Oranjeboom en als adviseur bij de Groningse brouwplannen betrokken Ab Douwes merkt op dat de bitterheid nadrukkelijk aanwezig is. Walrick Halewijn gaat zelfs nog een stap verder. ‘Ik ben een liefhebber van Orval (een uitgesproken droogbitter trappistenbier – red.) en dit bier lijkt er wel een beetje op. Je hebt ook de neiging je glas snel leeg te drinken.’ Eigenaar van café De Kuip in De Koog Rein Stam zegt het anders: ‘Een gevaarlijke tripel.’
De sfeer is gemoedelijk. In verband met het mooie weer is besloten met het proefgezelschap plaats te nemen op de houten banken voor het proeflokaal van de brouwerij. Met regelmaat klinkt het geblaat van de schapen op, die grazen in een aanpalend weiland.
Van de vijf tripels is die van Hertog Jan niet alleen het langst op de markt – al vanaf begin jaren ’80 – het is ook de meest vercommercialiseerde tripel. Het bier opereert onder de vleugels van een groot concern, Interbrew, en wordt landelijk verkocht. In vergelijking tot de twee voorgaande bieren is de Hertog Jan Tripel zoeter. Theun de Winter merkt al na één slok op: ‘Ik mis de bitterheid. Een beetje een slobbertripel.’
Guus Roijen van brouwerij De Schans in Uithoorn laat het bier eens goed rondgaan in de mondholte en constateert dat de gebruikte gistsoort het bier een beetje zurigheid geeft. ‘Dat maakt het frisser.’ Hij voegt eraan toe: ‘Ik ben wel blij met dit bier. Het leert een groter publiek speciaalbier drinken en na verloop van tijd zal men overstappen op meer ambachtelijke bieren.’ Walrick Halewijn ruikt nog eens goed aan zijn net ingeschonken glas bier en merkt op dat het waarschijnlijk erg vers is. ‘Het is de geur die je ruikt als je in de buurt van een brouwerij bent.’ Collega Nico Derks prijst het glas. ‘Een mooie ambachtelijke uitstraling. Je kan er heel goed aan snuffelen en ruiken.’
Als dan ook Rein Stam opmerkt het een prettig drinkende tripel te vinden en het bier kwalificeert als ‘een goede cafétripel’, vraagt voorzitter Dick Wildeman het gezelschap of het geconstateerde smaakonderscheid het verschil bepaalt tussen een ambachtelijke en een commerciële tripel. ‘Ik ben van mening dat een brouwer geen bier moet maken naar zijn eigen smaak, maar moet kijken naar wat de doelgroep wil’, zo doceert hij.

Balans
We willen niet veel hectoliters, maar wel heel bijzondere bieren brouwen.’ Met die woorden zet Guus Roijen de filosofie van zijn brouwerij De Schans uiteen. Een aantal jaren geleden kon de voormalige IT-manager met een gouden handdruk IBM verlaten. Met het geld schafte de amateurbrouwer een nieuwe brouwinstallatie aan waarmee jaarlijks zo’n 200 hectoliter bier wordt gemaakt.
Rita Huizinga neemt een slok en merkt op: ‘Dit smaakt goed.’ Voor haar lijken deze ochtend nieuwe deuren open te gaan. ‘Ik merk nu voor het eerst dat ik deze bieren lekker vind.’ Ab Douwes prijst de tripel om zijn balans tussen zoet en bitter. ‘Een heel mooi bier Guus.’ Nico Derks aarzelt. Hij ruikt. En ruikt. Om dan op te merken dat iets hem herinnert aan salmiak. ‘Ik vind het heel bijzonder. Zeker als dessertbier zeer geslaagd. Krijg je hem altijd zo, Guus?’ ‘Ja’, merkt deze op.
De volle smaak valt niet bij iedereen goed. ‘Hij zou van mij iets frisser mogen’, merkt voorzitter Wildeman op. Guus Roijen is het hiermee eens. ‘Het is een van mijn oudste bieren en ik vind hem enigszins gedateerd. Ik ben nu bezig met de ontwikkeling van een soort tarwetripel. Die moet wat frisser worden dan dit bier.’

Fris bier
Alweer tijd voor het laatste bier. De tripel van de Amersfoortse bierbrouwerij De Drie Ringen. Gevraagd naar het waarheidsgehalte van de geruchten die het voortbestaan van de brouwerij betwijfelen, vertelt Halewijn dat hij de brouwerij inderdaad heeft verlaten. ‘Maar De Drie Ringen blijft gewoon doordraaien. De brouwerij is eigendom van een BV met in totaal zo’n 200 aandeelhouders. Zij zijn op zoek naar een nieuwe brouwer.’ Een paar dagen na het Rondje Bier wordt bekend dat er een opvolger is gevonden. Maar zover is het op Texel nog niet. Walrick Halewijn laat de aanwezigen eerst even proeven als hij de vraag stelt: ‘Hoe oud denken jullie dat dit bier is?’ Naar aanleiding van de frisheid ervan variëren de schattingen van een maand tot hooguit een jaar. Verbazing alom dus als Halewijn onthult het bier al tweeënhalf jaar geleden gebrouwen te hebben. ‘Toen is het op fles gegaan en het is al die tijd koel en donker bewaard. Ik vond het wel leuk het mee te nemen.’ Ook in dit bier is honing verwerkt. De gebruikte hop is afkomstig van Heineken.
Rita Huizinga vindt het een aangenaam bier en prijst het naar haar mening professionele etiket. Gevraagd naar zijn mening zegt Ab Douwes: ‘Na vijf bieren is het moeilijk nog objectief te proeven. Maar ik drink dit bier met plezier. Het is een gemakkelijke tripel.’
Daar is Theun de Winter het mee eens. De bezitter van zeven ezels zegt: ‘Het bier heeft absoluut één, overwegend milde, smaak. Dit is helemaal een doordrinktripel.’

Texelse bierbrouwerij

Na de overname van de Texelse Bierbrouwerij door Jaap van der Weide heeft de voormalige topmanager van Siemens de zaken voortvarend aangepakt. Niet alleen werd een nieuwe brouwmeester aangetrokken in de persoon van Nico Derks, ook werden de bieren doordrinkbaarder gemaakt, werd de kwaliteit constanter, en is dankzij nieuwe etiketten de uitstraling verbeterd. De Texelse bieren zijn tegenwoordig ook op het vasteland goed verkrijgbaar.