artikel

Horecabond pakt gilde aan

Horeca

De FNV Horecabond gaat het Nederlands Horeca Gilde (NHG) juridisch aanpakken. Werknemers die bij NHG-leden werken, vallen buiten de boot nu hun vut-regeling is afgeschaft zonder dat is voorzien in een overgangsregeling. Volgens de bond heeft het NHG geen geld om nieuwe vut-uitkeringen te betalen en heeft de organisatie werknemers ten onrechte verwezen naar de overgangsregeling van Koninklijk Horeca Nederland en de vakbonden.

Twee leden van de FNV Horecabond hebben de problematiek bij hun organisatie aanhangig gemaakt. De personeelsleden gaven hun werkgevers, aangesloten bij het NHG, te kennen met de vut te willen. Ze kwamen bedrogen uit. De vut-regeling van het NHG is opgeheven en ze kunnen ook geen beroep doen op een overgangsregeling van KHN en de vakbonden, waar het NHG naar verwees. ‘Het is een drama voor deze werknemers. Die krijgen nu te horen: je moet nog zeven jaar blijven werken. Die verwijzing naar de overgangsregeling vind ik ronduit misleidend, want die geldt niet voor NHG-werknemers’, zegt vice-voorzitter Ben Francooy van de FNV Horecabond. Advocaten van de bond proberen via juridische weg het gilde te bewegen een uitkering voor de kandidaat-vutters te regelen. Vorige week ging er een brief naar het Gildebestuur.

Prepensioen
De problematiek is een gevolg van het feit dat NHG-leden en hun werknemers vastzitten aan de prepensioenregeling (uittreden bij 61 jaar) die door KHN, de FNV Horecabond en de CNV Bedrijvenbond is gemaakt. Deze regeling vervangt de vroegere vut-regeling (uittreden bij 58 jaar) van KHN en de bonden. Het NHG had een eigen vut-regeling, en vond het onredelijk om de leden én voor de eigen vut-regeling, én voor de prepensioenregeling premie te laten betalen. Maar door de eigen vut-regeling te schrappen, kunnen werknemers die tegen de vut-gerechtigde leeftijd aanzitten er ineens niet meer op terugvallen.

KHN en de bonden, die hun vut-fonds eveneens opdoekten, voorzagen het probleem en kwamen met een overgangsregeling om mensen die jarenlang premie betaalden toch de mogelijkheid te bieden te stoppen met werken op hun 58e. Deze regeling (de Sohor) staat los van de verplichte prepensioenregeling. Werknemers van NHG-werkgevers kunnen er geen gebruik van maken. Francooy vindt dat het NHG zelf een regeling had moeten treffen voor werknemers die buiten de boot vallen. ‘Tenminste voor de looptijd van hun eigen CAO. Nu hebben ze hun vut-regeling tussentijds overboord gezet.’

Gerechtelijke stappen
Vice-voorzitter Miranda van Dinther van het NHG zegt de kritiek van de FNV Horecabond aan een advocaat te hebben doorgespeeld. Volgens haar kwam het Gilde in een onmogelijke positie door de verplichte prepensioenregeling voor de horeca-bedrijfstak. De eigen vut-regeling werd op nul gesteld en de leden en hun werknemers zijn inderdaad doorverwezen naar de overgangsregeling van KHN en de bonden. Misleidend was dat niet, vindt ze: ‘In de statuten van die regeling staat dat iedereen zich vrijwillig kan aanmelden.’

Van Dinther meent dat KHN en de bonden verantwoordelijk zijn voor de vutters die in NHG-verband buiten de boot vallen. Ze hebben immers met uitzondering van het ene jaar dat het Gilde zelf een vut-fonds had, altijd premie betaald aan het fonds van KHN en de bonden.Ze bevestigt dat het NHG geen middelen heeft om een uitkering voor nieuwe vutters te financieren. Het gilde wacht af wat eventuele gerechtelijke stappen van de FNV Horecabond opleveren. ‘De betrokken werknemers zullen schadevergoeding eisen. Maar ze moeten niet bij ons zijn. Ik wil best een oplossing, maar voorop staat dat wij dit probleem niet hebben gecreëerd.’

‘Niets geregeld in NHG-CAO’

Koninklijk Horeca Nederland (KHN) en de FNV Horecabond hebben forse kritiek op de nieuwe CAO die het Nederlands Horeca Gilde (NHG) eind september afsloot. Ziet KHN nog een paar kleine lichtpuntjes (geen zwaar opgetuigd loongebouw, twee wachtdagen bij ziekte), de FNV Horecabond kwalificeert het stuk als ‘misleidend en asociaal’.

De CAO veronderstelt afspraken tussen werkgevers en werknemers, maar volgens vice-voorzitter Ben Francooy van de bond zijn er nauwelijks afspraken en is het document alleen bedoeld om onder de reguliere CAO uit te komen. Francooy vindt dat het Gilde met een regeling voor oproepkrachten (geen werk, geen loon) en de mogelijkheid om contracten vier keer te verlengen een schijnflexibiliteit creëert. ‘Het steeds opnieuw verlengen van contracten is geen impuls om personeel aan je zaak te binden.’

Ook KHN ziet geen heil in de regeling voor oproepkrachten. Volgens een beleidsmedewerker is een dergelijke regeling goed voor bedrijven die in zeer hoge nood verkeren. Die hoeven een kracht dan voor een periode van een half jaar niet op te roepen en niet te betalen.Francooy op zijn beurt over het NHG-stokpaardje dat leden en werknemers niet hoeven te betalen aan sociale fondsen: ‘Als je niets regelt, kost je dat ook geen geld.’ KHN en de FNV Horecabond zetten verder hun vraagtekens bij de status van de vakbond (ABGP) waarmee het NHG de CAO heeft afgesloten. Francooy: ‘Het is een bond voor trampersoneel. Ze zeggen dat ze leden hebben in de horeca, maar ik betwijfel het.’