artikel

Maak afspraken met oproepkrachten

Horeca

Een oproepkracht werkt alleen als er werk is. U als werkgever roept de medewerker op. In het verleden werd dit soort arbeid gegoten in de vorm van zogenaamde voorovereenkomsten en nulurencontracten. Hier lag vaak geen schriftelijk contract aan ten grondslag. Het was voor de oproepkrachten niet duidelijk wat hun rechten en plichten waren. Nu is het een en ander in de Wet flexibiliteit en zekerheid vastgelegd. Om problemen met contracten en uitbetalen te voorkomen, is het verstandig om goede afspraken te maken met de oproepkracht.

Arbeidsovereenkomst
De wet Wet flexibiliteit en zekerheid gaat ervan uit dat er een arbeidsovereenkomst bestaat als een oproepkracht gedurende drie maanden wekelijks (of ten minste twintig uur per maand) tegen betaling voor u heeft gewerkt. Het gaat hier om een rechtsvermoeden. U, als werkgever, mag aantonen dat dit vermoeden niet juist is. Dan moet u bewijzen dat de oproepkracht geen arbeidsovereenkomst heeft, bijvoorbeeld omdat er geen sprake is van een gezagsverhouding.

Arbeidsuren
Maak duidelijke afspraken over het aantal arbeidsuren dat de oproepkracht gaat werken. Voorbeeld: Een arbeidsovereenkomst heeft drie maanden of langer geduurd. U heeft geen afspraken gemaakt over de arbeidsuren. De wet gaat er dan vanuit dat de medewerker in dienst in voor het aantal uren dat hij in de afgelopen drie maanden gemiddeld heeft gewerkt. De oproepkracht heeft dan na deze drie maanden ook recht op werk en loon over dit aantal uren.

Let op bij beëindigen seizoensarbeid

Uitbetalen
Volgens de wet heeft u ook een verplichting om de oproepkracht per oproep minimaal drie uur uit te betalen, ook als hij geen drie uur heeft gewerkt. Dit geldt alleen als u geen minimum aantal uren heeft afgesproken of als hij minder dan vijftien uur per week werkt. Bovendien geldt dit minimum alleen voor ‘echte’ oproepsituaties; waarin u niets heeft afgesproken over de duur van het werk en de tijdstippen.