artikel

‘IJsselmuiden wilde meteen aftreden

Horeca

Oud-burgemeester IJsselmuiden van Edam-Volendam heeft op 3 januari al verklaard af te willen treden. Dat heeft hij vrijdag verklaard voor de rechtbank in Haarlem. IJsselmuiden kwam tot die constatering na het lezen van een brief waarin een Volendamse brandpreventieambtenaar waarschuwde voor een ‘levensgevaarlijke situatie’ in rampcafé De Hemel.

IJsselmuiden kreeg de brief van officier van justitie Th. Bot. Die kwam volgens de oud-burgemeester ‘min of meer juichend’ naar hem toe, en riep gelijk dat hij de brief in de publiciteit zou brengen. ‘Hij was daar niet van te weerhouden. Ik adviseer dan ook iedereen geen officier van justitie in een rampenstaf op te nemen.’.
Uiteindelijk kwam IJsselmuiden op de beslissing terug. ‘Ik had twee nachten niet geslapen en was nogal labiel. Gelukkig heb je dan een adviseur die je terugroept.’

In zijn verhoor legt IJsselmuiden de zwartepiet voor de gebeurtenissen in Volendam bij de lokale politieke partij Volendam ’80. IJsselmuiden verklaart dat hij vlak na zijn benoeming, eind 1995, zich sterk heeft gemaakt voor de benoeming van een speciale ambtenaar op de afdeling milieu voor brandpreventie. Dat initiatief werd volgens de burgemeester de kop ingedrukt door wethouder Schilder van Volendam ’80, toen verantwoordelijk voor milieuzaken.

In een reactie zegt Schilder de uitlatingen van IJsselmuiden ‘grote onzin’ te vinden. ‘Brandpreventie viel helemaal niet onder de afdeling milieu, maar hoorde thuis bij Ruimtelijke Ordening. Daarbij waren we met vijf man in het college, hoe kan ik als eenling zoiets dan tegenhouden?’

Het verhoor van IJsselmuiden besluit de reeks ondervragingen die de afgelopen week plaatsvonden in een civiele zaak die de Stichting Slachtoffers Nieuwjaarsbrand Volendam samen met twee slachtoffers is begonnen om de aansprakelijkheid van de gemeente Edam-Volendam en cafébaas Veerman aan te tonen. Uit de verhoren is weinig spectaculair nieuws gekomen.

Voor een groot deel is dat te wijten aan het hardnekkige zwijgen van Jan Veerman, zijn dochter Laura en bedrijfsleider John Veerman (geen familie). Zij hielden hun mond, omdat er ook nog een gerechtelijk vooronderzoek tegen hen loopt.

Het opzienbarendste dat uit de verhoren naar voren is gekomen, is de grote vrijheid die Veerman heeft genoten bij het verbouwen van zijn zaken. De gemeente had geen tijd en mankracht om alles te controleren, en dus kon het gebeuren dat er dingen gebeurden in de Hemel die het daglicht niet konden verdragen.

Oud-burgemeester IJsselmuiden pleitte aan het eind van zijn verhoor voor een goede financiële overheidsregeling voor de slachtoffers. ‘Ik vind dat ze in de toekomst niet te maken moeten krijgen met financiële zorgen als gevolg van de ramp.’