artikel

Mövenpick is een safe haven

Horeca

Halverwege de verdubbeling van het aantal Mövenpick-hotels maakt president en chief executive officer Jean Gabriel Pérès een tussenstop in Mövenpick ’s-Hertogenbosch. Pérès reikt hier een prijs uit voor de mooist geboetseerde mannentorso. Dit naar aanleiding van een wedstrijd die general manager Elvira Wilthagen uitschreef voor secretaresses die voor relaties steevast Mövenpick boeken.

Mövenpick is een safe haven

En passant doet hij voor de Nederlandse vakpers zijn strategie uit de doeken. Expansie van veiligheid, zekerheid en comfort, verpakt in degelijke Mövenpick-traditie, dat is zijn opdracht.Ceo Jean Gabriel Pérès van Mövenpick Hotels & Resorts is altijd in een travelling-mood. Een interviewafspraak met hem moet een half uur worden verzet in verband zijn strakke vluchtschema. De laatste weken maakte hij nogal wat airmiles door de heldere luchten van het Midden-Oosten en hij streek neer in de door hemzelf gecreëerde oases in die gigantische zandbak.

Pérès is wat je noemt een frequent flyer without fear. En dat laatste is een handige eigenschap in een periode van massa-angst voor aanslagen, kapingen en ander reislustontnemend ongerief. De Mövenpick-ceo (Parijzenaar van geboorte) relativeert nuchter: ‘Het is onveiliger om in Parijs de Champs-Elysées over te steken dan in een vliegtuig te stappen’, en ‘In Londen ben je niet veiliger dan in Egypte of Jordanië.’ Angst is slechts een psychologisch fenomeen voor Pérès. Meer een studieobject dan een state of mind. Niettemin, filling the planes is waar het op dit moment om gaat, en Pérès geeft graag het goede voorbeeld.

Clusterstrategie
De Zwitserse hotelketen staat sterk in de Arabische wereld. Waarom is er eigenlijk zoveel Mövenpick in het Midden-Oosten (14 hotels met 3261 kamers inclusief twee cruiseschepen op de Nijl). ‘Heel eenvoudig’, zegt Pérès, ‘omdat we vinden dat we er moeten zijn.’ Het zijn mooie landen, de mensen zijn er aardig en het is heerlijk om er vakantie te houden. Om die redenen heeft Mövenpick zich zo diep ingegraven in het woestijnzand. Bovendien is het allemaal onderdeel van de clusterstrategie van de keten. Een goede vertegenwoordiging in een regio geeft kracht en flexibiliteit. En dat is mooi meegenomen, zeker als er zo’n datum als 11 september langskomt. Die heeft z’n weerslag gehad op hotelbezettingen in het Midden-Oosten.

Pérès heeft daarop een deel van het personeel overgevlogen van de hotels in Jordanië naar Doha in het Golfstaatje Katar, waar Mövenpick vlak voor de aanvang van de conferentie van de World Trade Organisation een hotel opende. ‘Een kostenbesparende operatie, en je raakt je mensen niet kwijt.’ Mövenpick profiteert trouwens ook van het gegeven dat Amerikaanse hotelketens minder in trek zijn na de aanslagen in New York en Washington. Amerikanen, ver van huis, verschansen zich liever in hotels met een Europees etiket. Pérès: ‘Mövenpick wordt beschouwd als een safe haven. Een veilige verblijfplaats, en óók veilig in de zin voedsel, hygiëne en service.’

Zwaartepunt
Het zwaartepunt van de Mövenpickexpansie ligt op dit moment in Noord-Afrika. Mövenpick opent hier in rap tempo hotels. Behalve het Mövenpick Doha startte recentelijk het vijfsterren Mövenpick Djerba in Tunesië, en Mövenpick Tanger in Algerije. Binnenkort gaat Mövenpick Caïro in Egypte open. Op stapel staan onder meer hotels in Marrakech en Cassablanca in Marokko en Tunis in Tunesië; en, terug naar Europa, een Mövenpick Istanbul in Turkije. In de Midden-Oostenregio zijn managementcontracten ondertekend in brandhaarden als Israël (Ashkelon en Jeruzalem, en in het gebied van de Palestijnse Autoriteit Bethlehem, Ramallah en Gaza). De lijst gaat nog door met Libanon (Beiroet), Ghana (Accra), Egypte (El Alamein), Duitsland (Frankfurt en Berlijn). Mövenpick Hotels & Resorts, dat slechts enkele hotels zelf bezit, werkt voornamelijk met managementcontracten. In veel gevallen betreffen de exploitaties nieuwbouwhotels, maar ook bestaande hotels krijgen het Mövenpick-label.

Pérès, die tweeëneenhalf jaar geleden aantrad bij de onderneming, heeft zich ten doel gesteld de capaciteit van de keten te verdubbelen. Mövenpick Hotel en Resorts had van 1992 tot zijn komst vrijwel geen projecten. Pérès stelde vast dat Mövenpick niettemin een geweldig groeipotentieel heeft dankzij het wereldberoemde, door Uli Präger ontwikkelde gastronomische concept en het feit dat Mövenpick kan bogen op de Zwitserse hospitality. Gastvrijheid is geboren in Zwitserland, zegt Pérès. ‘De beste hotelscholen vind je in Zwitserland.’ De ceo heeft sinds zijn aantreden het aantal hotels van de keten met zes uitgebreid naar 42, en contracten getekend voor nog 20 andere. Daarmee is een uitbreiding van 50 procent een feit. ‘Over twee jaar hebben we het netwerk uitgebreid tot 75 of 80 hotels’, verzekert hij.

Acquisitie
In West-Europa wil Mövenpick een versnelde groei bewerkstelligen door een andere keten over te nemen. Pérès oriënteert zich in het viersterrensegment, en denkt in geen geval aan een vijandige overname. De fusiepartner moet passen in de cultuur en het karakter van Mövenpick. ‘Te veel acquisities mislukken door botsende culturen. Wat wij willen is chemistry.’ Namen kan Pérès nog niet noemen, hij zegt wel in een eerder stadium te hebben gedacht aan Principal Hotels en Swissôtel. In Nederland is Mövenpick beperkt vertegenwoordigd met het Mövenpick ’s-Hertogenbosch en het Mövenpick Den Haag (Voorburg). Maar daar komt verandering in; de clusterstrategie moet ook in ons land doorklinken.

Pérès zegt benaderd te zijn door enkele onafhankelijke viersterrenhotels in Amsterdam, die naar aanleiding van de nerveuze marktsituatie op zoek zijn naar een ‘solide partner’ Binnen twee jaar wil hij in de hoofdstad en in Rotterdam hotels hebben. Jean Gabriel Pérès ontleent zijn drive aan elf jaar ervaring bij Le Méridien, maar nog meer aan drie hectische jaren in de retail. Tussen 1996 en 1999 was hij managing director van een distributiemaatschappij van beroemde modemerken, accessoires en andere luxe producten in Azië. Pérès slaagde erin in een tijd van crisis de onderneming te reorganiseren en winstgevend te maken, onder meer door de opbrengt per vierkante meter verkoopruimte te optimaliseren. ‘Dat was een heel nuttige ervaring. In de retail telt elke vierkante meter en die moet je zo winstgevend mogelijk maken. En in onze hotels doe ik niet anders, daar pas ik hetzelfde recept toe.’