artikel

Negatief draagvlak voor horeca-CAO

Horeca

Koninklijk Horeca Nederland (KHN) heeft geen concrete plannen te stoppen met de CAO, maar het moet wél anders. Er is onder werkgevers een negatief draagvlak voor de horeca-CAO. Ze accepteren de overeenkomst omdat collega’s er ook last van hebben. KHN wil de CAO structureel veranderen, met minder verplichte nummers. De FNV Horecabond houdt vooralsnog vast aan een brede collectieve regeling.

Negatief draagvlak voor horeca-CAO

De horeca-CAO is talloze malen aangepast, maar van een structurele verandering is nooit sprake geweest, concludeerde stafmedewerker sociale zaken Rob Kloos van KHN. Hij sprak afgelopen maandag tijdens een bijeenkomst van Koninklijk Horeca Nederland in hotel Figi in Zeist. Daarin stond de toekomst van de horeca-CAO centraal. De CAO is te ingewikkeld en regelt te veel.

De overeenkomst geldt voor de hele bedrijfstak, maar door de grote diversiteit in de horeca is er geen werkgever die zich erin herkent. Genoeg voeding voor een negatief draagvlak, stelde Kloos vast. Voeg daarbij de beperkte organisatiegraad van werknemers (10 procent is lid van de bond) en het feit dat alle niet-georganiseerde werkgevers via de algemeen verbindend verklaring (avv) vastzitten aan het CAO-boekje, en de vraag: willen we dit nog met z’n allen, is gesteld.

Kloos stelde vast dat niet alles meer collectief van bovenaf geregeld moet worden, omdat de werknemers tegenwoordig mondig genoeg zijn om afspraken met hun baas te maken. De CAO zou voortaan moeten bestaan uit een raamwerk met een aantal basisvoorwaarden, die vervolgens in het overleg tussen werkgever en werknemer worden verfijnd. Het overleg met de vakbond verschuift naar overleg met de werknemer. Sociale partners poogden een paar jaar geleden al de CAO te flexibiliseren. Er kwam een B- en een C-regeling, waarbij werkgevers op bedrijfsniveau afspraken kunnen maken. Maar Kloos meldde dat regelingen, waar slechts tientallen werkgevers gebruik van maken, mislukt zijn. Ze zijn te ingewikkeld en te omslachtig omdat wijzigingen moeten worden doorgegeven aan de vakbonden.

Maatwerk
Het werd uit het betoog van Kloos overigens duidelijk dat werkgevers zich niet moeten vergalopperen met het tot in de finesses maken van afspraken met werknemers als een CAO-nieuwe-stijl dat mogelijk maakt. Want: ‘Hoe meer maatwerk, hoe minder vrijheid.’ Het is nu al een crime om een groep studenten in te roosteren en rekening te houden met persoonlijke voorkeuren. Een van de hoteliers op de bijeenkomst vond dat personeel zich op een gegeven moment maar moet schikken: ‘Je bent werkgever, geen sociale voorziening.’Verschillende aanwezigen lieten weten dat de CAO-regels niet alleen voor werkgevers, maar ook voor werknemers lastig zijn.

Sommige medewerkers willen graag altijd op zondag werken, anderen willen structureel méér uren werken dan toegestaan. Eén van de ondernemers vond dat de CAO er te veel vanuit gaat dat een werknemer nog dertig jaar bij hetzelfde bedrijf blijft.Vice-voorzitter Ben Francooy van de FNV Horecabond sprak dat tegen. De CAO schept geen voorwaarden voor werknemers om dertig jaar bij hetzelfde bedrijf te blijven, maar om dertig jaar in de bedrijfstak horeca te blijven. Daarom zijn er centrale afspraken over kinderopvang, opleiding, loon, functiewaardering, pensioen, enzovoort. ‘De CAO is het fundament van de arbeidsverhoudingen. Deze bedrijfstak heeft geen toekomst zonder CAO.’Rob Kloos van KHN, die eerder zei dat de horeca-CAO nog niet aan z’n eind is, vond die opmerking iets te stellig: ‘Wij zeggen niet dat de bedrijfstak zonder CAO geen toekomst heeft.’