artikel

FOOD woordenlijst A B C

Horeca

Hier staat alle foodjargon voor de letters A B C

AAankoopfrequentie
Het aantal keren dat een consument binnen een bepaalde periode opnieuw overgaat tot aankoop van een bepaald product.

ABC
Zie Activity Based Costing

ACNielsen
Marktonderzoeksbureau dat op continue basis verkoopgegevens in de detailhandel verzamelt

Activity Based Costing
Rekenmethode waarbij de overhead wordt toegerekend aan activiteiten.

Additioneel
Toegevoegd

Adviesprijs
De consumentenprijs waarvoor een artikel volgens de fabrikant in het schap zou moeten liggen.

Afromen
Tussentijds uit veiligheidsoverwegingen geld uit de kassa halen

Afroombeleid
Op de markt brengen van een artikel tegen een hoge prijs voor niet-prijsgevoelige consumenten, waardoor de winstmarge toeneemt. Bij marktveranderingen (concurrentie) wordt met prijsverlagingen ook de prijsgevoelige groep consumenten benaderd.

Afschrijven
Artikelen vernietigen wegens bederf of beschadiging: hiervan wordt een lijst bijgehouden

AGF
Aardappelen, Groente en Fruit.

AH Vaste Klanten Fonds
Beleggingssysteem van Albert Heijn. Vaste klanten van AH kunnen sinds 1992 geld inleggen bij het fonds, waarvan de helft in aandelen Ahold wordt belegd en het overige bedrag tegen een relatief lage rente aan het Ahold-concern wordt geleend

Air Miles
Loyaliteitssysteem dat in Canada ontwikkeld is om vliegtuigmaatschappijen aan extra passagiers te helpen. In 1994 in Nederland door Loyalty Management Nederland ingevoerd. Met Air Miles kan in Nederland ook worden gespaard voor toegangskaarten voor attractieparken en speciale evenementen (zoals concerten)

AKB
Alternatieve Konsumenten Bond

Alimentaria
Internationale voedingsmiddelenbeurs

Allochtonenwinkels
Winkels die het aanbod hebben afgestemd op etnische bevolkingsgroepen en veelal ook gerund worden door ondernemers uit deze bevolkingsgroep.

A-locatie
Vestigingspunt met zeer goede uitstraling, zoals een goed te bereiken en/of bekende winkelstraat in het stadscentrum.

Ambulante handel
Detailhandel zonder vaste verkooppunten (markthandel, straathandel)

A-merk
Product van merkartikelfabrikant met hoge kwaliteit en brede (inter)nationale ondersteuning. Ook: hoogste gradatie van merken op basis van kwaliteit en ondersteuning.

AMS
Associated marketing Services – Europese inkoop- en marketingorganisatie waarvan in Nederland Ahold/Albert Heijn lid is. Het in Zurich (Zwitserland) gevestigde AMS telt als lid verder Allkauf (Duitsland) Argyll (Groot-BrittanniÎ), Casino (Frankrijk), Hakon (Noorwegen), ICA (Zweden), Ahold-partner JMR (Portugal), Kesko (Finland), Mercedona (Spanje), Rinnscente (Italië) en Superquinn (Ierland). De AMS-partners werken onder meer samen met uitwisseling van private labels, terwijl een aantal AMS-leden (waaronder Albert Heijn) het gezamenlijk ontwikkelde C-merk Euroshopper voert.

Anti-dumphandel
Een door de overheid ingestelde wettelijke regeling die verkoop van artikelen beneden de inkoopprijs verbiedt op grond van concurrentievervalsing.

Anuga
Tweejaarlijkse internationale levensmiddelenvakbeurs in Keulen.

Arbo-wet
Arbeidsomstandigheden wet

Artikelgroep
Afzonderlijke productgroep om binnen een bredere assortimentsgroep een smallere consumentenbehoefte te dekken. Bijvoorbeeld de productgroep tijdschriften binnen de assortimentsgroep lectuur.

ASO
Zie Automated Store Ordering.

Assortiment
De verzameling artikelen in een winkel of winkelformule, ook wel gebruikt als benaming voor de verzameling artikelen van producenten.

Assortimentsbeleid
Het samenstellen van een productmix met een goed evenwicht tussen commerciële en financiële performance van het assortiment. Een afweging tussen het belang van een zo volledig mogelijk en een zo profijtelijk mogelijk assortiment.

Assortimentsbreedte
Het aantal verschillende producten waaruit een assortiment bestaat.

Assortimentsdiepte
Het aantal variëteiten van een bepaald product binnen een productgroep.

Assortimentsgroep
Bundeling van artikelgroepen die eenzelfde brede consumentenbehoefte dekken (vers, kruidenierswaren).

Automated Store Ordering
Door gebruik te maken van informatietechnologie wordt het traditionele bestelproces uit de keten verwijderd en worden de voorraden aangevuld op basis van de werkelijke vraag.

BBackhauling
Onderdeel van routeplanning/logistiek. Bij routing wordt gepoogd vervoer met niet maximaal beladen vrachtwagens te inimaliseren door afleveringen aan klanten te koppelen aan inladingen bij dezelfde of andere ophaalpunten.

Bagger
Persoon die klanten helpt met het inpakken van hun boodschappen (o.m. bij Wal-Mart).

Bake-off
Het afbakken van halffabrikaten brood in de supermarkt of bij de consument thuis.

Balans(en)
Voorraadopname in het filiaal

Barcode
EAN-, UAC- of streepjescode.

Bedrijfsleider
Manager die verantwoordelijk is voor de dagelijkse gang van zaken bij een onderneming. In supermarkten is er in dit geval sprake van een filiaalmanager.

Beheerskorting
Bepaald bedrag om afschrijvingen en afprijzingen te dekken

Benchmarking
Het vergelijken van de prestaties en werkwijzen van de eigen organisatie met die van (leidende) concurrenten.

Bestedingslimiet
Maximaal bedrag dat een klant met behulp van een elektronisch betaalmiddel kan besteden.

Bewaarvoorschrift
Voorschriften over de manier waarop producten moeten worden bewaard.

BHV
Bedrijfshulpverlener.

Bio-producten
Producten die milieuvriendelijk geteeld worden, met weinig of geen bestrijdingsmiddelen of kunstmest.

B-locatie
Vestigingspunt op een redelijk goede locatie, bijvoorbeeld in een zijstraat van een belangrijke winkelstraat.

Blok-presentatie
Het samenbrengen van producten uit dezelfde productgroep in één schap of een deel daarvan.

B-merk
Artikel in ranking onder het A-merk. Het product is veelal van lagere kwaliteit met een scherpere prijs en een beperkte verkoopondersteuning.

Bodemprijs
Minimumprijs van een product, door de fabrikant aan de detailhandel opgelegd of gezamenlijk afgesproken.

Bonus-malus-regeling
Wettelijke regeling waarin de vergoedingen en boetes geregeld zijn die ondernemers ontvangen of moeten betalen bij arbeidsongeschiktheid en ziekte van de werknemers

Branchevervaging
Door het toevoegen van nieuwe assortimenten in de traditionele handelskanalen worden de verschillen tussen de diverse branches steeds kleiner.

Brand management
Het bewaken van de strategie en de positie van een merk.

Break-even point
Omslagpunt waarbij niet langer verlies wordt geleden.

Breed assortiment
Assortiment dat uit veel verschillende producten bestaat.

Breuk
Verloren gaan van producten omdat de verpakking of inhoud beschadigd is.

Brobankrat
Gestandaardiseerde krat voor brood en broodproducten.

Brutomarge
Het verschil tussen de in- en verkoopprijzen van een detaillist.

Bulk
Producten die in grote hoeveelheden en in grote consumenteneenheden geleverd worden danwel in het schap liggen.

Bulkpresentatie
Massale presentatie van actieproducten op de verkoopvloer.

Buurtsuper
Klein type supermarkt (vvo tot circa 300 vierkante meter) met een beperkt assortiment en een buurt- of wijkverzorgende functie.

Buz
Bedien-u-zelf. Uitschepsysteem waar consumenten zelf hun zakje kunnen vullen. Veel gebruikt voor snoep en diervoeding.

Bvo
Bedrijfsvloeroppervlak; de totale oppervlakte van het winkelpand (zie ook vvo).Ook: Bruto vloeroppervlakte.’

CCash cows
Product(groep)en die gekoesterd worden omdat ze een belangrijke bijdrage leveren aan de omzet- en winstdoelstelling.

Cashbox
Zwaar beveiligd onderdeel van het kassameubel waarin groot geld en cheques kunnen worden opgeborgen

Category
Groep van producten die op basis van gebruiksmogelijkheden en/of -momenten bij elkaar kunnen worden geplaatst.

Category management
Proces waarbij fabrikant en detaillist samenwerken op het gebied van assortiment, productontwikkeling, reclame en logistiek van productgroepen en productgroepmanagement.

Category managemer
Verantwoordelijk persoon voor beheer van een bepaalde productcategorie bij supermarktorganisaties.

Category plan
Productgroepenplan.

CBL
Centraal Bureau Levensmiddelenhandel. Overkoepelende organisatie voor de belangenbehartigingsorganisatie van de supermarktorganisaties.

CBS
Centraal Bureau voor de Statistiek.

CBT
Centraal Bureau Tuinbouwveilingen.

Channel management
Het optimaal gebruik maken van de kansen in het gehele traject van producent tot consument.

Channel marketing
Een maatwerkbenadering waarbij de fabrikant zijn activiteiten optimaal afstemt op de wensen van de afnemer.

Check-out
Afrekenpunt, kassa en het meubel er omheen.

Chipkaart
Een chipkaart is een electronische betaalkaart voorzien van een chip die allerhande aanvullende gegevens van de gebruiker kan bevatten.

Chipkaart
Klanten- of betaalkaart waarop een chip zorgt voor registratie, opslag en uitwisseling van gegevens.

Chipknip
Een chipkaart bedoeld voor kleinschalig elektronisch betalingsverkeer door de consument. De chipknip is een project van de gezamenlijke Nederlandse banken en wordt beheerd door Interpay.

Chipperchipkaart
Ontwikkeld door PTT Telecom en de Postbank, als concurrent van de Chipknip.

Claim
Belofte van de producent aan de consument. De belofte bestaat voor een deel uit een verklaring wat het product is of doet.

C-locatie
vestigingspunt op een minder toegankelijke plek of met weinig klantentrekkende infrastructuur (zoals parkeerruimte).

CLP
customer loyalty program. Klantentrouwprogramma, promotiestrategie om klanten aan een merk of winkelformule te binden. Voorbeelden zijn spaaracties en klantenkaarten.

C-merk
Een product met een lage prijs-/kwaliteits-verhouding dat veelal wordt gebruikt voor prijsagressieve acties en ter ondersteuning van het prijsimago van een winkelformule.

C-merk
Laagste gradatie van merken op basis van een kwaliteit/prijsperceptie.

CMIS
Category Management Information System. Informatiesysteem ter optimalisering van productgroep-management.

Cocooning
Trend waarbij de consument zich afsluit van de buitenwereld en zich terugtrekt op het eigen terrein als in een cocon. Gericht op gezelligheid en genieten zonder bemoeienis van de buitenwereld.

Collo
logistieke benaming voor goederen zoals dozen, kratten of tray’s. Meervoud: colli.

Collomoduul
Systeem van standaardmaten voor producten, opdat zij binnen vaste pallet- en schapmaten passen, waardoor de efficiency van het transport wordt vergroot, een minimum aan lucht wordt vervoerd en de schapruimte optimaal wordt benut, zonder ruimteverlies.

Co-makership
Leverancier en afnemer ontwikkelen gezamenlijk een product.

Concessionair
Zelfstandig detaillist die een ruimte huurt in een bestaande zaak en op die ruimte voor eigen rekening en risico een speciaalzaak heeft.Condities
Voorwaarden op grond waarvan de detailhandel producten van een producent in het assortiment opneemt. Heeft betrekking op factoren als betaling, marge, acties en promoties.
Consumentenkeuze en koopgedrag
Algemene kenmerken van het gedrag van groepen klanten.

Consumentenmarketing
Marketing direct gericht op de eindconsument.

Consumentenprijs
winkelprijs, prijs die de consument betaald voor een product.

ConsumentenTrends
tweejaarlijks onderzoek van het CBL dat de kerncijfers omtrent supermarkten inventariseert, tendensen opspoort en de servicegraad onder de loep neemt.

Consumentenverpakking
verpakking die om de artikelen in de winkel heen zit.

Consumentisme
verzamelnaam voor het fenomeen van de kritische, veeleisende consument en diens steeds sterkere belangenbehartiging.

Continuous replenishment
Zo snel en flexibel mogelijk aanvullen van producten die in de retail verkocht worden; rekening houdend met acties e.d. ‘

Convenant
Overeenkomst zonder wettelijke vastlegging.

Convenience
gemak. Alom erkende behoefte van de consument om zich zo weinig mogelijk in te spannen en zo weinig mogelijk tijd te verliezen

Convenience goods
Producten die inspelen op de gemaksbehoefte van de consument.

Convenience shop
Winkels die met assortiment, locatie en/of presentatievormen inspelen op de gemaksbehoefte van de consument.

Core business
De oorspronkelijke kernactiviteit van een winkelorganisatie of een producent.

Counter
een aparte toonbank of servicebalie. In supermarkten meestal gebruikt voor de verkoop van tabakswaren, medicijnen, fotorolletjes en lectuur. Vaak ook gebruikt als klantenservicebalie.

Counterverkoop
Toonbankverkoop.

Crossdocking
Distributiecentrum als overslagcentrum. Bestelde goederen worden ontvangen en afhankelijk van categorie binnen korte tijd naar de afnemers getransporteerd. Soms worden goederen ook direct van de ene vrachtwagen naar de andere overgeladen.

Cross-docking
Een distributietechniek waarmee de voorraden worden verlaagd en de complexiteit van de logistieke stroom vermindert. Veelal wordt bij cross-docking direct vanuit de ene vrachtauto naar de andere overgeladen.