artikel

FOOD woordenlijst G H I

Horeca

Hier staat alle foodjargon voor de letters G H I

G

Gasverpakking
Luchtdichte, zuurstofarme verpakking. Gebruikt om producten die snel door zuurstof worden aangetast een langere houdbaarheidsduur te geven.

GDV
Grootschalige Detailhandels Vestiging(en). Over het algemeen de aanduiding voor hypermarkten en grote winkelcentra die gelokaliseerd zijn aan de rand van steden. De perifere locatie maakt het vestigen van grote winkels eenvoudiger en biedt meer mogelijkheid tot parkeren.

Gebruiksmoment
De aanbieders van diverse producten proberen hun product ook geschikt te maken voor consumptie op andere tijden dan de geëigende tijdstippen. Dit met als doel de aankoopfrequenties te verhogen. Bijvoorbeeld koekfabrikanten die met meeneemvarianten komen.

Geelvetten
Aanduiding voor margarine- en halvarineproducten en bak- en braadproducten op basis van vet.

Gemaksproducten
Producten waarvan de toegevoegde waarde ligt in het gemak dat de koper wordt geboden. Mensen hoeven weinig meer voor te bereiden om deze producten te kunnen consumeren of anderszins gebruiken. Voor fabrikanten en supermarkten bieden gemaksproducten vaak het voordeel van een hogere marge.

Generic brand
Een prijsagressief merk dat veelal exclusief door een bepaalde organisatie wordt gevoerd voor artikelen in verschillende assortiments- en productgroepen.

Gen-soja
Benaming voor sojasoorten die genetisch gemodificeerd zijn, d.w.z. waarvan het genetisch materiaal aangepast is om een betere oogst mogelijk te maken of de resistentie tegen ziekteverwekkers en/of bestrijdingsmiddelen te vergroten.

Gewogen distributie
Een aanduiding voor het percentage winkels dat een bepaald product in het assortiment heeft opgenomen, gerelateerd aan het marktaandeel van de betreffende winkels.

GfK
Marktonderzoeksbureau dat op continue basis verkoopgegevens in de detailhandel via huishoudpanels verzamelt.

GGO
Genetisch Gemodificeerde Organismen. Producten die middels genmanupilatie veranderd zijn en daardoor andere eigenschappen krijgen zoals bijvoorbeeld soja.

Global marketing
Wereldwijde marketing van internationaal opererende concerns waarbij dezelfde vorm van promotie centraal staat, ongeacht land of cultuur.

Grazing
Een term die de eetmomenten tussen de traditionele maaltijden door omvat.

Grazing
Tussendoorconsumptie. Een trend waarbij de consument tussen de maaltijden door levensmiddelen consumeert, zoals snacks of stukken pizza. De industrie en supermarktketens springen hier in meer of mindere mate op in door in hun assortiment op grazing afgestemde levensmiddelen op te nemen.

Grijs kanaal
Verzamelnaam voor alle foodverkooppunten die geen supermarkt, speciaalzaak of drogisterij zijn. Voorbeelden zijn tankstations, tabakswinkels en kantines.

Grootbrood
Bulkbrood, dus niet de broodjes of broodsnacks.

Groothandel
Grossier die zich toelegt op de wederverkoop van niet in eigen onderneming vervaardigde producten aan andere bedrijfshuishoudingen. Deze beschrijving geeft een ideaaltype weer dat in werkelijkheid niet bestaat, aangezien veel groothandels in Nederland ook eigen winkelformules bezitten.

Grootwinkelbedrijf
GWB. Organisatie waarbij meerdere vestigingen van een winkelformule centraal eigendom zijn en onder centraal beheer staan. Als geïntegreerde organisatie vervult het gwb zowel de groothandels- als detailhandelsfunctie.

Grossier
Zie groothandel.

Grüne Punkt
Milieu-keurmerk uit Duitsland dat inhoudt dat de verpakking van het product hergebruikt kan worden.

Gwb
zie grootwinkelbedrijf.

Gwb I
Nationaal opererend grootwinkelbedrijf.

Gwb II
Regionaal opererend grootwinkelbedrijf.

H

HACCP
Hazard Analysis of Critical Control Points. Het beschrijven van alle risicopunten in een distributieketen met als doel het voorkomen van onhygiënische situaties. Sinds 1 januari 1996 is de toepassing van HACCP door de overheid verplicht in de gehele foodsector, van grondstoffenleverancier tot supermarkt. Vanaf 1 januari 1997 controleert de Inspectie Gezondheids Bescherming (voormalige Keuringsdienst van Waren) op het gebruik van de HACCP-code.

Handling
Alle sjouw-, in- en uitpakhandelingen die nodig zijn voordat het product in het schap staat.

Harddiscount
Een formule met een zeer beperkt assortiment levensmiddelen tegen de laagst mogelijke prijs. Voorbeelden zijn Aldi en Lidl.

HCFK
Koelmiddel dat dient als een vervanger voor cfk’s, met minder ernstige gevolgen voor de ozonlaag en een kleiner broeikaseffect.

Health drinks
Dranken met een dusdanige ingrediÎntenmix dat de fabrikant in zijn marketinguitdrukkingen de nadruk kan leggen op het gezondheids-aspect van het product.

Health food
Levensmiddelen speciaal gepositioneerd op de gezondheid omvat functional foods, vitaminepreparaten, reform- en dieetproducten.

Herhalingsaankoop
Het opnieuw aanschaffen van een product na een eerste kennismakingsaankoop.

Herpositionering
Een restyling of vernieuwing van een merk of winkelformule vanwege verouderde en/of slecht werkende elementen in de oorspronkelijke uitstraling.

Home shopping
De consument plaatst vanuit huis zijn bestellingen via post, telefoon, internet of andere electronische communicatiemiddelen.

Huismerk
Een merk dat exclusief eigendom is van een winkelorganisatie.

Hulpkracht
Deeltijdwerker die minder dan 12 uur per week bij een onderneming in dienst is. Veelal uitzendkrachten.

Hypermarkt
Supermarkt met gigantisch vvo (meestal meer dan 3.000 vierkante meter), waar naast food ook veel non-food verkocht wordt. Een hypermarkt heeft over het algemeen een grote hoeveelheid parkeerruimte en is gevestigd in de periferie van steden.

I

IKB-vlees
Vlees dat volgens de normen van de Integrale Ketenbeheersing is geproduceerd

Imagebuilder
Artikel dat aan een assortiment toegevoegd wordt vanwege een (verwacht) positief effect op een onderdeel van het nagestreefde winkelimago, bijvoorbeeld prijsimago, kwaliteitsimago.

Impulsaankoop
Niet geplande aankoop ingegeven door een aantrekkelijke winkelpresentatie of een andere aankoopstimulans.

Incentive
Cadeautje voor de consument om het gewenste koopgedrag te bevorderen

Indirecte distributie
Uitbesteding van distributie-activiteiten aan een zelfstandige tussenhandel, wat kan leiden tot langere kanalen.

Indirecte promotie
Artikelpromotie waarbij een consumentenvoordeel uitgesteld aangeboden wordt, dus enige tijd n· de aankoop. Voorbeelden zijn waardecoupons of een geld-terug- (refund-)actie.

Information Resourses
Marktonderzoeksbureau dat op continue basis verkoopgegevens in de detailhandel verzamelt

Inkoopcondities
De financiële afspraken tussen fabrikant en supermarktorganisatie met betrekking tot de levering van bepaalde producten.

Innovatie
Vernieuwing.

In-store

Binnen de winkel. Betreft zaken zoals promoties en marketingactiviteiten die gericht zijn op de klant wanneer deze al in de winkel is.

In-store marketing
Marketing van producten binnen de winkel.

In-store media
Technieken om de aankoop op de winkelvloer te beïnvloeden bijvoorbeeld door geluidsreclame, videobeelden.

In-store promotie
Actie op de winkelvloer om de aankoop van een bepaald artikel te stimuleren.

Instromen
het in de winkels (op het schap) terecht komen van een product.

Integraal keten-management
Onderdeel van partnershipping. Fabrikant en detaillist verbeteren beiden hun rendement door integratie van artikelstromen.

Integrated Suppliers
Het aangaan van een langdurige samenwerking met een leverancier, waarbij de processen van beide bedrijven op elkaar worden afgestemd.

Interpay
Opvolger van Beanet, organisatie van de gezamenlijke Nederlandse banken die zorg draagt voor het beheer van elektronische geldstromen.

ISO‘
Een officiële erkenning voor het hebben van en werken met een of meerdere kwaliteitssystemen. De toevoeging 9002 houdt een erkenning in van een kwaliteitssysteem op het gebied van distributie en productie; de toevoeging 9003 geldt voor het gebied van de eindcontrole, terwijl 9001 zowel de voorgaande gebieden omvat, zoals kwaliteitssystemen voor productontwikkeling en nazorg.’

ISO-certificering
verkrijgen van een goedkeuring op een bepaald terrein via een ISO-erkenning.