artikel

FOOD woordenlijst V W X Y Z

Horeca

Hier staat alle foodjargon voor de letters V W X Y Z

V

Vakcentrum Levensmiddelen
Belangenbehartigingsinstantie voor zelfstandig ondernemers in de levensmiddelenbranche.

Value for money
Situatie waarin de verhouding tussen prijs en kwaliteit zodanig is dat je goede kwaliteit voor een gunstige prijs krijgt.

Vandaag Voor Morgen
Een logistiek systeem bij Albert Heijn, dat de voorraad in de magazijnen en winkels terugdringt door het moment tussen bestellen en leveren zo klein mogelijk te maken.

Veka-producten
Panklare producten, convenience goods, in dit geval voornamelijk koel- en diepvriesproducten.

Vendor Scorecard
Een kaart die de detaillist gebruikt om een leverancier op een aantal operationele criteria te beoordelen.

Vers van het mes
Niet voorverpakte kaas of vlees, die onder toeziend oog van de consument wordt gesneden tot stukken of plakken.

Verskanaal
Traject voor verse en koelverse producten van producent tot consument.

Versproducten
Kort houdbare levensmiddelen zoals zuivel/kaas, aardappelen, groenten, fruit, brood, vlees en vleeswaren.

Verticale prijsbinding
Een situatie waarbij de producent het alleenrecht heeft de verkoopprijzen te bepalen en detaillisten wettelijk verplicht zijn deze prijzen aan te houden.

Verticale prijspromotie
Promotie, gericht op het vergroten van de bestaande omzet per klant.

VFB
Vrijwillig Filiaalbedrijf.

VGL
Vereniging van Grootwinkelbedrijven in Levensmiddelen.

Virtueel winkelen
Het aanschaffen van levensmiddelen en andere zaken via Internet.

Vloerproductiviteit
De omzet per vierkante meter vloeroppervlak.

Volumebuilder
Een productgroep die veel omzet genereert.


Voorverpakt
Versproducten die in consumenteneenheden verpakt in zelfbediening worden aangeboden.

Vrijwillig Filiaalbedrijf
In Nederland ontstane organisatiestructuur waarbinnen zelfstandige ondernemers volgens gezamenlijke formule-afspraken en uitingen naar buiten treden.

VVM
Zie Vandaag Voor Morgen.

Vvo
Verkoopvloeroppervlak. Het aantal vierkante meters van een bedrijf dat als verkoopvloer gebruikt wordt. Als daar ook de overige bedrijfsoppervlakte bij wordt gerekend (magazijn, kantine, etc.) spreekt men van bvo (bedrijfsvloeroppervlakte).

W

Warehouse Club
In Amerika succesvolle winkelvorm, waarbij consumenten vanuit een verenigingsstructuur gezamenlijk inkopen. Winkels zijn meestal ingericht als zelfbedieningsgroothandelcentra.

Warehouse clubs
Zelfbedieningsgroothandel die zich ook richt op particulieren.

Weidewinkels
Zie hypermarkten.

Wheel of Retail
Belangrijkste Nederlandse prijs voor levensmiddelenfabrikanten. Wordt jaarlijks uitgereikt door Distrifood

Wheel of retail’
Theorie die uitgaat van een regelmaat ofwel een kringloopmodel in de detailhandelsvorming. Er worden vier fasen onderscheiden: gevestigde orde; nieuwe vormen; imitatie; nivellering.’Wichtgoed
Producten – meestal snoepgoed – die de fabrikant in bulk aan de verkooppunten aanbiedt om aldaar in de gewenste consumenteneenheid te worden verpakt.

Winkeldochter
Product waarvan de verkopen zwaar tegenvallen. Staat te lang op het schap. Sanering is meestal het eindpunt voor zo’n product.

Winkelformule
Het geheel van factoren dat uiterlijk, uitstraling, doelgroep, verkoopbeleid en imago van een winkel of winkelketen bepaalt.

Winkelmerk
Zie private label.

Winkelpositionering
Vanuit de krijgsmacht afkomstige term die aangeeft welke strategische positie een bepaalde winkel te midden van zijn concurrentie wil innemen om succesvol te kunnen zijn.

Winkelpositionering
Met een aantrekkelijke en onderscheidende winkelformule en een daarmee samenhangende retail-marketing-mix een duidelijke en herkenbare marktpositie veroveren.

Winkelstijl
De wijze van uitdrukken en de visuele presentatie van een detaillist in onder andere promotionele activiteiten.

Winkeltest
Tijdelijke proefopname van producten in het assortiment om hun afzet- en omzetbijdrage te testen.

Winkeltijdenwet
Vervangt de Winkelsluitngswet. De Nederlandse overheid staat sinds 1 juni 1996 ruimere openingstijden toe: van 06.00 tot 22.00 uur.

Winkeltrouw
De mate waarin de consument boodschappen steeds in dezelfde supermarkt doet.

Winkelvloer
Term om de winkel als werkvloer aan te duiden, in relatie tot het hoofdkantoor. Op de winkelvloer gebeurt het, niet op kantoor.

Winkelwagen
Karretje van draadwerk of kunststof waarin de consument zijn inkopen in de winkel verzamelt alvorens naar de kassa te gaan.

Winstbrenger
Assortimentscategorie met een relatief lage omzet maar een relatief hoge marge.

Wit merk
Product zonder merkaanduiding maar uitsluitend met een generieke naam.

Wurgcontract
Aanduiding voor dwingende (financiële) afspraken die voor een ondernemer of fabrikant knellend en nadelig werken bij de uitoefening van haar marktfunctie.

Z

ZAV
Zuurstofarm verpakt.

Zb
Zie zelfbediening.

Zelfbediening
Vorm van consumentenbediening in de winkel. Consumenten kunnen zelf pakken wat zij wensen, en afrekenen bij een centrale kassa.

Zelfbedieningsgroothandel
Groothandel die de detailhandel de mogelijkheid biedt om de benodigde producten ter plekke mee te nemen en af te rekenen.

Zelfscannen
Vorm van scanning waarbij de klant zelf zijn artikelen scant met een handscanner. De kassabon die de klant vervolgens laat uitdraaien kan bij de kassa overhandigd worden zodat de wachttijden verminderen.