artikel

Glaasje op? Laat je rijden

Horeca

In de horeca gelden ontelbare regels. Voorbeeld is het besluit Eisen Zedelijk Gedrag Drank- en Horecawet. Hierin staan overtredingen op grond waarvan de gemeente de Drank- en Horecavergunning kan intrekken. Dit betreft bijvoorbeeld artikel 8 van de Wegenverkeerswet: dronken achter het stuur zitten.

Ondernemer De Rooij heeft een avondcafé in Utrecht* en drinkt wel eens een borrel. Of twee. Helaas komt het ook wel eens voor dat De Rooij hierna toch in de auto stapt. Dit heeft in het verleden enkele malen tot boetes geleid. Zo kreeg De Rooij in 1997 een boete van ƒ1250,- en moest hij recent voorkomen voor een overtreding uit 1999. Het geconstateerde alcoholpromillage was aanzienlijk.

Betoog
De Rooij was verstandig en liet zich bijstaan door een advocaat. Deze hield een prachtig betoog over het feit dat het slechts een incident betrof en dat De Rooij in de toekomst nooit meer een dergelijke overtreding zal begaan. Een rapportage van de Jellinek-kliniek ondersteunde dit verhaal.
Tot ieders vreugde legde de rechter vervolgens een boete op van ƒ1000,-, waarmee De Rooij en zijn advocaat goed konden leven. De opgelegde boete was aanzienlijk lager dan volgens de richtlijnen van het Openbaar Ministerie bij het geconstateerde promillage.

Sluiten
Enkele maanden na de uitspraak ontvangt De Rooij van de gemeente Utrecht* een brief waarin wordt aangegeven dat zijn Drank- en Horecavergunning met onmiddellijke ingang wordt ingetrokken en De Rooij per direct zijn onderneming dient te sluiten. Mocht De Rooij hiertoe niet overgaan, dan zal de gemeente Utrecht een aanzienlijke dwangsom eisen. Aanleiding voor het schrijven is de recente veroordeling en de hierbij opgelegde boete.
De Rooij wendt zich vervolgens tot mijn kantoor en vraagt wat hij hiertegen kan doen. Hij heeft zich niet gerealiseerd dat bij twee veroordelingen van ƒ1000,- of meer in vijf jaar zijn Drank- en Horecavergunning door de gemeente zou kunnen worden ingetrokken.

Soelaas
Al snel blijkt dat er voor De Rooij veel op het spel staat. Hij is eigenaar van een eenmanszaak en kan zich dus niet zomaar van de vergunning laten uitschrijven en toch verder exploiteren. De boekhouder van De Rooij denkt vervolgens aan het snel omzetten van de eenmanszaak in een BV. Dit biedt echter ook geen soelaas omdat ook de directeur(en) van een BV aan de eisen van het Besluit moet(en) voldoen. Dit is alleen anders op het moment dat De Rooij zich niet met de bedrijfsvoering zou bezighouden en een en ander ook in de statuten zou zijn vastgelegd.
Een bijkomend probleem is dat het café lange tijd in een horecaconcentratiegebied lag, op grond waarvan latere sluitingstijden golden. Enkele jaren geleden besloot de gemeente Utrecht echter het horecaconcentratiegebied te verleggen, waardoor het café erbuiten kwam te liggen. Hierdoor zou bij verkoop van het café niet langer gebruik kunnen worden gemaakt van de late sluitingstijden. Ook het omzetten van de eenmanszaak in een BV zou een vervroeging van de sluitingstijd met zich meebrengen, met alle schade van dien.

Verkeerde uitleg
Het besluit van de gemeente Utrecht blijkt na bestudering een verkeerde uitleg van de wetgeving te bevatten. Met enige moeite – en met behulp van de Drankinspectie – kan de gemeente worden overtuigd van haar fouten. De inmiddels geplande zitting bij de president van de rechtbank komt te vervallen. De Rooij hoeft zijn zaak niet te sluiten, maar gaat door het oog van de naald.
Uiteraard had zijn advocaat hem moeten wijzen op de mogelijke gevolgen van de boete voor de Drank- en Horecavergunning. De meeste advocaten, en helaas ook rechters en officieren van justitie, zijn echter van deze regelgeving niet op de hoogte.
Nawoord: De Rooij schijnt door deze gebeurtenissen dusdanig te zijn geschrokken dat hij tegenwoordig naar verluidt bijna niets meer drinkt.

* Naam en plaats zijn gefingeerd.