artikel

Max Massen moet z’n conclusies trekken

Horeca

Op 1 mei jl. verruimde John Mullins Irish Pub zijn openingstijden. In plaats van om half twaalf gooit Max Massen sindsdien om tien uur ’s ochtends al de deuren open. Bovendien zette hij de twee sluitingsuurtjes in de middag (van drie tot vijf uur) overboord, waardoor de pub nu dagelijks geopend is van tien uur ’s ochtends tot (op z’n minst) twee uur ’s nachts. Geen al te gelukkige zet, zo blijkt nu.

Max Massen moet z’n conclusies trekken

Er is weer van alles gebeurd bij John Mullins de afgelopen tijd. Voor het eerst in zijn bijna driejarig bestaan kreeg de pub een fatsoenlijke opknapbeurt aan de gevel. Toen het café eind 1997 werd geopend, gaf de gemeente geen toestemming voor de door Max Massen geprefabriceerde gevel.

Midden in de nacht is de eigenaar toen maar op een trapje geklommen om zijn pub dan toch in ieder geval wel in de door hem gewenste kleur groen te schilderen, zonder meteen op de vingers getikt te worden door een ijverige gemeenteambtenaar. Het resultaat van deze middernachtelijke actie was een gevel die weliswaar groen was, maar wel allerlei vlekken, strepen en andere oneffenheden vertoonde. Nu pas is de zaak dus echt het aanzien waard.

De opknapbeurt werd bekrachtigd door een keurig reclamebord, deels bekostigd door brouwer Guinness, dat passanten op de aanwezigheid van de pub met restaurant moet wijzen. Het bord wordt elke dag op de stoep gezet en zo af en toe op last van de ambtenarij enkele decimeters dichter naar de muur geschoven, om de volgende dag weer op de oude plek midden op de stoep te staan.

Openingstijden
Een nog veel ingrijpender gebeurtenis is de verruiming van de openingstijden. Eerder ging de zaak dagelijks om half twaalf ’s morgens open, per 1 mei is die openingstijd vervroegd naar tien uur. Bovendien werden de twee sluitingsuurtjes ‘s middag opgeheven, waardoor de pub nu vrijwel de hele dag geopend is.

Bedrijfsconsultant Ton Lenting zet zo zijn vraagtekens bij deze beslissing. ‘Hebben jullie wel eens uitgerekend in welke uren je welke omzet draait?’, vraagt hij Max Massen en bedrijfsleider Gaby Keijmes. Na enige aarzeling komen er computeruitdraaien tevoorschijn die aan duidelijkheid niet veel te wensen overlaten. De omzet die vóór twaalf uur ’s morgens gedraaid wordt is dermate laag dat de extra kosten nooit gedekt kunnen worden.

Het brengt nog niet op wat we ervan verwacht hadden’, geeft Max toe. ‘De personeelskosten zijn flink gestegen. Dat is grotendeels toe te schrijven aan de extra openingstijden. We moeten toch de keuken en de bar bemand hebben in die uren. En de publieke belangstelling blijft inderdaad flink achter bij de verwachtingen. Misschien moet dat groeien.’

Conclusies
‘Onzin’, vindt Lenting. ‘Als je slim bent, trek je hieruit je conclusies en doe je de zaak gewoon weer dicht ’s morgens. Die twee uurtjes tussen drie en vijf moet je zelf weten of je open wilt blijven, al zie je ook daar een kleine terugval in de omzet. Maar tot twaalf uur moet je gewoon de deur op slot houden. Dat kost alleen maar geld.’

Max belooft erover na te denken. Hij vindt het eigenlijk bij het karakter van het bedrijf horen om de hele dag open te zijn, maar is het met Ton Lenting eens dat het wel wat moet opbrengen. De cijfers over de eerste acht maanden van 2000 komen op tafel. Omgerekend naar een jaaromzet blijkt een omzetstijging zichtbaar van een kleine 100.000 gulden. Het brutowinstpercentage (71 procent in 2000 ten opzichte van 67 procent in 1999) ziet er goed uit, maar omdat met name de personeelskosten flink gestegen zijn, valt het rendement over de eerste acht maanden toch tegen.

Kanttekening
Max Massen maakt hier een belangrijke kanttekening bij: ‘Wij draaien verreweg de meeste omzet in de maanden oktober, november en december. En dat zijn nou net de drie maanden die in dit resultatenoverzicht ontbreken. De maanden juli en augustus zijn onze minste maanden van het jaar en die zijn weer wel meegenomen in dit overzicht. Die drukken dus zwaar op de resultaten. Ik weet zeker dat de zaken er veel florissanter uitzien als we straks de werkelijke jaarcijfers over 2000 kunnen uitdraaien. Deze acht maanden geven een totaal vertekend beeld.’

Waar Max vurig op had gehoopt was dat zijn deelname aan het Preuvenemint in augustus een wezenlijke bijdrage zou leveren aan de bekendheid en populariteit van zijn bedrijf onder Maastrichtenaren. ‘Dat valt eigenlijk vies tegen’, concludeert hij nu.

‘Het Preuvenemint heeft ons in totaal een kwart ton gekost en hetzelfde bedrag opgebracht. Feitelijk draaiden we daarmee quitte. Maar ik had er wel op gerekend dat onze deelname een bepaalde spin-off zou genereren. Dat mensen die ons op het Vrijthof hebben zien staan, nu hier naartoe zouden komen. En dat is niet gebeurd. Kennelijk waren de bezoekers van het Preuvenemint vooral toeristen van buiten de stad. En die komen niet in groten getale naar John Mullins. ‘Met name de keukenomzet is achtergebleven bij de verwachtingen’, concludeert Max teleurgesteld. ‘Dat weten we dan ook weer.’

Jaarcijfers
Ton Lenting vraagt of hij de definitieve jaarcijfers over 1999 even mag inzien. Zijn mond valt open van verbazing als hij hoort dat die er nog niet zijn. ‘Begin maart stonden de voorlopige jaarcijfers al op papier. Je hebt toen zelf gezegd dat je het niet nog eens wilde laten gebeuren dat je definitieve cijfers, zoals in 1999, pas aan het eind van het jaar zouden verschijnen. En nu gebeurt dus toch weer hetzelfde. Hoe kan dat nou?’

Max verdedigt zich door te verwijzen naar de altijd nog niet volmaakte samenwerking met zijn administrateur, die tevens een goede vriend is. ‘Die samenwerking is dus nu definitief beëindigd. Voortaan is de ZR Groep in Beek de enige partij met wie ik zakendoe. Dit is dus écht de laatste keer geweest dat mijn definitieve jaarcijfers zo lang op zich laten wachten.’

Maar Ton Lenting neemt hier geen genoegen mee. ‘Het gaat niet alleen om de vertragingen die je telkens weer oploopt, het gaat ook om de kosten. Ik zie hier 12.000 gulden adminstratiekosten en daar bovenop nog eens 25.000 gulden accountantskosten. Dat is samen 37.000 gulden. In acht maanden tijd. Een absurd bedrag. Daar kun je iemand fulltime voor in dienst nemen. Voor 20.000 gulden per jaar moet je ruimschoots klaar kunnen zijn. Regel dat nou eens.’

Wasserij
De meeste overige kosten lopen aardig in de pas. Er zijn wat eenmalige kosten gemaakt (het Preuvenemint, nieuwe kleding voor het personeel) en de post ‘wasserij’ is zichtbaar duurder geworden. ‘Dat komt doordat we de personeelskleding nu ook naar de wasserij sturen. Tot voor kort lieten we het wassen van personeelskleding aan de mensen zelf over, maar dat werkte dus niet. Ze liepen er soms bij als zwervers, omdat ze geen tijd of zin hadden hun kleren even in de wasmachine te stoppen. Daar zijn we nu dus definitief vanaf. Iedereen loopt er pico bello bij.’

Een aardige eenmalige investering was ook de inrichting van een heus kantoor boven de zaak. ‘Voor mij hoefde het niet zo, maar Gaby werd gillend gek als hij moest werken in het rommelhoekje dat ik drie jaar geleden voor mezelf had gecreëerd. Een ruimte van één bij één vond ik genoeg, maar Gaby verklaarde me voor gek. Daarom hebben we nu boven een ruimte ingericht als kantoor. Ziet er heel professioneel uit.’

Het nieuwe kantoor heeft John Mullins zo’n 10.000 gulden gekost. Er staat een modern bureau, een nieuwe personal computer, een rij kasten en er ligt zelfs een keurige laminaatvloer. De muren zijn fris geel geschilderd, alleen het plafond ziet er wat zielig uit met zijn grote vochtplekken.

Ja, dat was flink balen’, herinnert Max zich. ‘We hadden net alles geschilderd, toen bleek dat we een lekkage op zolder hadden. Een heel klein leidinkje spoot een heel klein straaltje water weg. Bijna niet te zien. Maar de gevolgen zijn na een paar weken natuurlijk wel enorm. Nu moeten we dus het plafond nog een keer overschilderen.’

Het nieuwe bureau biedt, in tegenstelling tot het oude beneden, ruimschoots plaats aan twee personen. Een mooie ruimte dus ook om eens fatsoenlijk onder vier ogen met personeelsleden te praten. Max aarzelt of hij op deze suggestie in moet gaan. ‘Laat ons nou maar alles één voor één doen’, zegt hij dan. ‘Functioneringsgesprekken en dat soort dingen, dat komt later wel. We moeten eerst de zaken zelf helemaal op orde hebben.’

Maar ondertussen klaag je wel over het grote verloop onder je personeel’, haakt Ton Lenting in. ‘Dat zou je al een heel eind kunnen oplossen door regelmatig met je mensen te praten. Dan weet je wat er bij hen leeft en andersom. Als zij ergens mee zitten, moeten ze toch ook bij jou terecht kunnen. Daar heb je nu een heel mooie ruimte voor.’

Kassa-uitdraai
Een eenvoudige kassa-uitdraai geeft goed inzicht in de omzet per uur in procenten van de totale omzet. Hieruit blijkt onder meer dat verreweg de meeste omzet tussen 21.00 en 02.00 uur wordt behaald en dat de omzetten in de ochtenduren fors tegenvallen. Max Massen dient zich op basis hiervan serieus af te vragen of de extra openingsuren, met name die in de ochtend, ooit renderend zullen zijn.