artikel

Abdijbieren met respect

Horeca

Abdijbier is, in tegenstelling tot trappistenbier, geen beschermde benaming. En omdat veel consumenten het verschil tussen beide biertypen niet kennen, is de combinatie monnik en bier voor menig brouwer een dankbaar thema. Vooral in België heeft dit de afgelopen jaren geleid tot een wildgroei aan abdijbieren. Toch bestaat er wel degelijk ‘echt’ abdijbier. Je moet er alleen even naar op zoek. En dat is precies wat het Rondje Bier deed.

Ooit opgericht als bolwerk tegen het oprukkende protestantisme ligt het Klooster Wittem er vandaag de dag een stuk minder onverschrokken bij. Een gure wind slaat tegen de vaalgrijze muren. Binnen duiden verfbussen op een aan de gang zijnde restauratie. Het kleurige bord bij de voordeur, met daarop de aankondiging dat binnen het Gerardus Kloosterbier te koop is, dissoneert bijna met de staat van het pand. ‘We hebben wel even geaarzeld of we het bier aan huis moesten verkopen. We hebben het toch gedaan. Het past ook bij het beeld dat mensen hebben van het katholieke geloofsleven.’ Aan het woord pater Henk Erinkveld. Rector van het nog slechts twaalf inwoners tellende redemptoristenklooster in het Zuid-Limburgse Wittem. Maar ook degene die een oude traditie weer nieuw leven inblies.
Tot 1952 werd ook hier, zoals nog steeds gebeurt bij de trappistencollega’s in Berkel-Enschot (La Trappe) bier gebrouwen. ‘Toen zijn de brouwactiviteiten stopgezet. Waarom is niet precies bekend, maar de broeder die het betrof was waarschijnlijk zo kwaad dat hij het recept heeft verscheurd’, antwoordt Erinkveld op de vraag of het Gerardus Kloosterbier een authentiek recept betreft. Nee dus. Eerder al heeft Paul Rutten, directeur van de Gulpener Bierbrouwerij en brouwer van het kloosterbier, uit de doeken gedaan hoe het kloosterbier is ontstaan. ‘Het initiatief is vanuit het klooster gekomen. Al gebiedt de eerlijkheid mij te zeggen dat we al wel het concept voor een dergelijk bier in het archief hadden liggen.’

Wonderen
Gezeten in de imposante bibliotheek van het klooster vertelt Rutten het omvangrijke proefgezelschap dat bij de totstandkoming van het bier een absoluut record is gebroken. ‘Zes weken. In die periode is het bier ontwikkeld, verpakkingen, glazen, alles.’ ‘In een klooster gebeuren wonderen’, lacht Paul Berings, hoofd verkoop Nederland van Brouwerij Moortgat. ‘We hebben gekozen voor een donker en niet al te zwaar bier’, vervolgt Rutten, die net als zijn medeproevers dan de lippen aan het glas zet. Jos Som, nog drie dagen burgemeester van Gulpen/Wittem en inmiddels burgervader van Kerkrade, typeert het als een ‘allemansvriend’: ‘Van de tap zou ik het zo gaan drinken.’ Theo Wassink, directeur van de Janshen Hahnraths Group, is het hier mee eens. ‘Een toegankelijk doordrinkbier.’ De enige Belg in het gezelschap, Romain Anthonissen, marketing director van Haacht, geeft als smaaktypering: ‘Een mooi bier met een goede schuimkraag. Het heeft een zekere volmondigheid die goed overeenkomt met andere bieren met dit alcoholpercentage.’
Anthonissen vertelt zijn tafelgenoten dat de Belgische tegenhanger van het Centraal Brouwerij Kantoor, de Confederatie der Brouwerijen van België (CBB), een reglement heeft uitgevaardigd dat onderscheid maakt tussen erkende abdijbieren en ‘andere’ abdijbieren. ‘Allereerst moet er een link zijn met een bestaande abdij. Ten tweede, er moeten door de brouwer royalty’s worden betaald aan die abdij, en drie, de publicaties om het bier te promoten moeten goedgekeurd zijn door de orde.’ ‘Die regels gelden ook voor het Gerardus Kloosterbier’, vult Rutten aan.

Capucijnen
Een bier dat niet voldoet aan de CBB-regels is de Capucijn van de Budelse Bierbrouwerij. Genoemd naar de kapucijner monniken die ooit een klooster in de buurt van Budel bevolkten. Pater Erinkveld weet te vertellen dat het de kapucijnen waren die op de plaats waar nu ‘zijn’ klooster staat in 1732 een klooster stichtten na uit Keulen naar Zuid-Limburg te zijn getrokken. Na de Franse revolutie – in 1789 begonnen met de bestorming van de Bastille – verdween de kloosterorde uit Wittem. Veertig jaar zou het klooster leegstaan, waarna de redemptoristen hun intrek namen in de vervallen gebouwen.
Maar terug naar dé Capucijn. Door vertegenwoordiger Marin Kwakernaak bestempeld als een ‘genietbier’. Rondje Bier-voorzitter Dick Wildeman laat het bier eens door de mondholte gaan en zegt dan een ‘zalfje’ te proeven. ‘Hij mag van mij iets frisser zijn. Hij heeft een zachte aandronk, maar in de nasmaak komt het bitter opzetten.’ Pater Erinkveld laat zich evenmin onbetuigd. ‘Toen net het woord ‘vlak’ viel, had ik zoiets van ‘ja’. Maar toen zag ik het alcoholgehalte, 6,5 procent, en dacht hé, dat had ik niet verwacht. Hij drinkt makkelijk weg.’ Theo Wassink noemt de Capucijn zelfs een goed alternatief voor de amberbieren.

Twee tripels
Na twee donkerkleurige bieren verschijnen gelijktijdig de goudheldere tripels van Tongerlo en Affligem op tafel. Hiermee worden wat betreft alcoholgehalte de hogere regionen bereikt, respectievelijk 8 en 8,5 procent. Al snel wordt duidelijk dat het hier twee zeer verschillende bieren betreft. ‘Deze vind ik lekker’, meldt Jos Som bijna triomfantelijk, als hij de bokaal van Affligem in de lucht steekt. ‘Ik ruik iets van oxidatie’, merkt Paul Berings op over hetzelfde bier. Hij voegt eraan toe daarom de voorkeur te geven aan de Tongerlo. ‘Ik vind ze gewoon beide hartstikke goed’, velt Theo Wassink het Salomonsoordeel.
Paul Rutten legt de verschillen uit. ‘De Tongerlo is vooral fris met een aangename bitterheid. Voor mij een echte tripel. Maar de Affligem is qua harmonie juist weer een heel mooi bier, al vind ik hem zelf iets te zoet.’ De frisse Tongerlo-tripel wordt vergeleken met een Duvel. Romain Anthonissen: ‘In sommige cafés wordt de Tongerlo inderdaad wel als Duvel aangeboden.’ Dit laatste valt niet te zeggen van de Leffe Radieuse. Als er al sprake mocht zijn van een overeenkomst met de Tongerlo-bieren, dan is het louter de relatieve onbekendheid van dit bier. Paul Rutten bestudeert het etiket, om even later op te merken nog nooit van dit bier gehoord te hebben, hoewel het al jaren op de markt is. Na ervan geproefd te hebben zegt hij het een rare mengeling van hoppig en zoet te vinden. ‘
In Nederland is het geen marktveroveraar, maar als ik het zo om me heen hoor, dan moet het een van de mooiste bieren van Leffe zijn’, zegt Dick Wildeman, die iets van kriekenbier in de Radieuse herkent. Romain Anthonissen denkt te weten waarom de Radieuse het zoveel minder doet dan de Leffe-succesnummers blond, dubbel en tripel. ‘Ze hebben geprobeerd het aan de Leffe-locomotief te hangen, maar dat is niet gelukt. Je kunt dit beter apart positioneren.’

Reacties
De schaal met roggebrood, worst en appelstroop gaat nog eens rond als het voorlaatste bier wordt uitgeserveerd, de Floreffe Meilleure. Op de markt gebracht door onder andere Bier & Co. Het neerzetten van het dofwitte glas ontlokt al gelijk de nodige reacties. ’Hieruit drink je ice tea’, klinkt er op, al vindt Jos Som het juist wel weer chic. Het algemene oordeel luidt dat het bier te zoet is. ‘Maar hoe wordt de smaak van een bier bepaald?’, vraagt Paul Rutten aan niemand in het bijzonder. ‘Dat is niet alleen het bier’, geeft hij zelf het antwoord, ‘maar de algemene presentatie.’ De stille, maar wel meeproevende gastheer, pater Erinkveld, heeft ook zijn bedenkingen: ‘Dat koelblauwe etiket stoot af. En waarom staat er zo’n akelig groot gebouw op?’ ‘Het mag weg’, roept een op zijn horloge kijkende voorzitter, om gelijk maar het laatste bier op tafel te vragen. De Maredsous 10. Paul Berings, die het bier heeft meegebracht, legt uit dat het een vrucht is van de harmonieuze samenwerking tussen brouwerij Moortgat en de abdij van Maredsous. ‘Wat een fantastisch bier’, verzucht Theo Wassink. Paul Rutten is iets kritischer. ‘10 procent alcohol vind ik te veel voor een bier. Het is prima, maar het is geen bier zoals ik het wil ervaren.’ ‘Dat is juist het knappe’, geeft Wassink als uitleg, ‘je proeft de alcohol er niet uit. Het is heel mooi uitgebalanceerd. Lijkt me heerlijk bij een pan mosselen.’ Tot slot roemt Marin Kwakernaak het bier op bijna literaire wijze. ‘Een heel palet van smaken is hier mooi samengevoegd tot één schilderij.’