artikel

Bedrijf in horecatechniek failliet na overnamepoging

Horeca

Zijn bedrijf hield zich bezig met horecatechniek voor met name de fastfoodsector. Naar eigen zeggen richtte hij meer dan 2000 cafetaria’s in. Zijn bedrijf zat qua grootte in de top vijf. Victor Lendering uit Almere was tot voor kort directeur van Horeca Techniek Midden Nederland bv. Van het bedrijf is inmiddels niets meer over dan een leeg pand. Na een mislukte, maar volgens Lendering ‘gefingeerde’ overnamepoging, ging de zaak eind vorig jaar failliet. Een verhaal over de keerzijde van overnames.

‘Ik deed zaken met alle grote ketens in heel Nederland. We plaatsten zowel losse horeca-apparatuur als complete keukeninrichtingen. Ook leverden wij bakwanden van eigen merk, die we zelf in productie hadden. Wij brachten als eerste een bakwand met ronde lijnen op de markt.’ Victor Lendering bouwde Horeca Techniek Midden Nederland in tien jaar tijd op tot een kleine, maar gerenommeerde onderneming met gemiddeld zo’n 15 mensen in dienst. Talloze cafetaria’s namen van hem horeca-apparatuur af en konden rekenen op deskundig advies op maat. Als het moest ging de directeur op zaterdagavond nog naar een snackbar om een technisch probleem uit de weg te ruimen. ‘Dat gaf ons meerwaarde, want een groter bedrijf in horeca- en grootkeukentechniek kan dat veelal niet bieden’, zegt Lendering. ‘Zodoende groeiden we en groeiden we. De zaken gingen zó uitstekend, dat we ons bedrijfspand in Barneveld in het voorjaar van 1999 moesten verruilen voor grotere huisvesting in Nijkerk. Eigenlijk had ik het bedrijf liever wat kleiner gehouden. Maar dat is niet gelukt. Achteraf gezien waren we misschien wel té goed.’

Geruchten
Vlak voor de verhuizing overleed Lenderings bedrijfsleider Jan Prins. ‘Hij was mijn rechterhand. Terwijl ik op pad was naar cafetaria’s, regelde hij intern alles. Jan was de spin in het web. Na zijn dood ging er iets fout in de bedrijfsvoering. Ik heb overwogen om een vervanger voor hem te zoeken. Maar we zaten midden in de verhuizing naar Nijkerk. Ik besloot om de dagelijkse gang van zaken voorlopig in mijn eentje te runnen, maar kwam vervolgens tijd te kort. Een nieuw pand, de interne bedrijfsvoering, steeds onderweg om cafetaria’s te begeleiden en apparatuur te plaatsen. Dat kon niet goed gaan, zeg ik nu.’
Tot overmaat van ramp krijgt Victor Lendering te maken met zwangerschap en ziekte, die een aantal belangrijke medewerkers aan huis kluisteren. Bovendien is het collega-bedrijven ter ore gekomen dat het door gebrek aan aansturing op de werkvloer niet goed zou gaan met Horeca Techniek Midden Nederland. Victor Lendering: ‘Er gingen allerlei geruchten de wereld in. De concurrentie probeerde personeel bij mij weg te kapen. Er kwam steeds meer op mijn schouders terecht. Ik vond er zo niets meer aan en besloot begin vorig jaar te stoppen met de technische begeleiding van een van mijn grootste klanten: een formule-organisatie met in totaal zo’n 70 cafetaria’s door heel het land. Het was een relaxte beslissing. Ik wilde geen paarden meer verzorgen, maar zelf het paard zijn. Een renpaard. Ik wilde weer meer tijd kunnen besteden aan datgene waarmee ik het bedrijf had opgebouwd: het ontwerpen en inrichten van cafetaria’s. Inderdaad, mijn bedrijf deed in grootte een stapje terug. De dagelijkse beslommeringen bleven echter. Voor het eerst nam ik toen in overweging om mijn ingekrompen bedrijf over te laten nemen. Dan hoefde ik mij alleen nog maar te richten op waar ik goed in ben en wat ik écht leuk vind.’

Bijna rond
Dan is het mei 2000. Victor Lendering hoort van een goede klant dat een concurrent belangstelling zou hebben om Horeca Techniek Midden Nederland over te nemen. ‘Een paar dagen later werd ik inderdaad door dat bedrijf benaderd. Nee, ik noem de naam niet. Dat is niet interessant. Maar de toenadering geschiedde op een wijze die voeding gaf aan mijn interesse in overname. Ik vond het behalve erg eervol ook hét moment om verder te praten.’ Meerdere gesprekken volgen. Eerst nog informeel (‘op de zaak’), maar op den duur ook serieuzer (‘bij McDonald’s, terwijl je toch over een miljoen of meer praat’). Lendering neemt met de gegadigde diverse scenario’s door. ‘Daarna vroeg men mij of ik een rapport kon maken waarin ik aangaf hoe mijn zaak kon integreren in het nieuwe bedrijf. Dat heb ik toen laten doen. Heel uitgebreid, inclusief accountantsverklaringen. Dat rapport heeft mij trouwens bakken vol geld gekost.’

De belangstelling voor Lenderings bedrijf leek met de dag te groeien. ‘Ik was ervan overtuigd dat de overname zou lukken. Ze deden serieus alsof ze met mij in zee wilden. Zelfs mijn personeel was door de gegadigde al overtuigd van het nut van een overname. De definitieve beslissing werd echter steeds opgeschoven. Ik raakte ongeduldig. Temeer omdat we op een faillissement afstevenden. Met het oog op de overname had ik de bedrijfsvoering op een lager pitje gezet. Ik stelde een soort ultimatum. Van het gesprek dat volgde kreeg ik toch weer een uitstekende indruk. Mij werd aangeraden om niet alsnog met andere bedrijven te praten. Ze waren alleen nog in afwachting van de goedkeuring door de buitenlandse eigenaar. De overname zou al voor 99,9 procent rond zijn, werd mij met klem verzekerd. Op 10 oktober zou de kogel door de kerk zijn.’
Maar 10 oktober verstrijkt zonder witte rook. Drie dagen later weer gebeld. De contactpersoon is onbereikbaar. Maar na lang aanhouden dan toch contact. ‘Men meldde mij dat het besluit was uitgesteld naar 15 november. Ik begon ‘m toen voor het eerst écht te knijpen. De continuïteit was uit het bedrijf. We kregen liquiditeitsproblemen en moesten surséance van betaling aanvragen. Ik besloot vervolgens om met andere mogelijke gegadigden te praten. Maar het bleek te laat. Er was weinig meer van Horeca Techniek Midden Nederland over. Ons klantenbestand was bij derden al bekend en mijn personeel werd rechtstreeks benaderd door de concurrentie. Mijn met eigen handen opgebouwd bedrijf zat definitief in een neerwaartse spiraal.’

Uitgerookt
Victor Lendering heeft nooit meer iets vernomen van het bedrijf in horecatechniek en -apparatuur dat hem wilde overnemen. Zelfs een negatief besluit is hem nimmer doorgegeven. ‘De gegadigde heeft mijn onderneming willens en wetens over de kop geholpen. Wij waren kennelijk te groot om ons als concurrent te accepteren. Men heeft ons uitgerookt, tot het faillissement erop volgde. Achteraf zeg ik dat ik ze te snel en te veel in de keuken heb laten kijken. Procedures, systemen, technische informatie, klantenbestand, personeel..; alles konden ze zodoende van mij afnemen. Op het laatst had ik nog maar zeven mensen in dienst. Ik moest ze op straat zetten, ja. Gelukkig zijn het vaklui, die inmiddels elders onder de pannen zijn. Nu ikzelf nog. Maar ik kom er wel weer bovenop. Ik krijg kansen genoeg om een nieuwe carrière te starten. Want mijn kennis en ervaring heeft die zogenaamde gegadigde mooi niét te pakken!’