artikel

Bierbronzen heffen het glas

Horeca

Dick Jonker Roelants, directeur van het Centraal Brouwerij Kantoor, gaat na 16 jaar met pensioen. De ‘éminence grise’ van de Nederlandse bierwereld neemt eind maart afscheid en draagt het roer over aan Jack Verhoek. Een mooie aanleiding om beide heren uit te nodigen voor het Rondje Bier en verleden, heden en toekomst van de Nederlandse brouwwereld in vloeibare vorm door te nemen.

Van de Herengracht 282 naar Herengracht 90 in Amsterdam is het pakweg tien minuten lopen. Op het eerste adres bevindt zich het hoofdkantoor van het Centraal Brouwerij Kantoor. Op het tweede Café Het Arendsnest. Toch stapt Dick Jonker Roelants deze ochtend voor de eerste keer het café binnen waar tachtig bieren op de kaart prijken, louter afkomstig van Nederlandse brouwerijen.

Het initiatief waarmee Peter van der Arend acht maanden geleden van start ging zou in de jaren ’80 onhaalbaar zijn geweest. Maar in de periode dat Jonker Roelants directeur van het CBK was, is speciaalbier van eigen bodem van een curiositeit verworden tot een vaste waarde op de biermarkt. Een passende locatie dus om de directeur van het CBK en opvolger Jack Verhoek – tot voor kort directeur van het Productschap voor Gedistilleerde Dranken (PGD) – een aantal bieren van eigen bodem voor te schotelen.

Bieren ook die een beeld geven van de ontwikkeling van de Nederlandse biermarkt, de afgelopen zestien jaar. Wat bijvoorbeeld te denken van de Ridder Maltezer? Eén van de oudste speciaalbieren uit eigen land. Of het Us Heit Buorren, afkomstig van de in 1984 gestarte Friese Bierbrouwerij?

Aarzelingen
Eerst dienen de smaakpapillen gereinigd te worden van de koffie. ‘De grootste smaakbederver die er is’, doceert voorzitter Dick Wildeman. Nippend van zijn pils hoort Dick Jonker Roelants de woorden glimlachend aan en zegt: ‘Toen Misset Horeca destijds met het voorstel kwam voor het Rondje Bier waren er van onze kant best veel aarzelingen. Zouden de bieren niet teveel afgekraakt worden? Het heeft wat voeten in de aarde gehad, voordat we er ‘ja’ tegen gezegd hebben. En ik moet zeggen, we hebben er nooit spijt van gehad.’

‘Is er in de gedistilleerdbranche een gelijksoortig initiatief?’, vraagt Wildeman aan Jack Verhoek. ‘Helaas niet’, antwoordt deze. ‘De branche mist ook iemand zoals jij. Een ambassadeurstype.’ Met de blos op de wangen vraagt Wildeman snel de door Leo Brand meegenomen Christoffel Blond op tafel. Net als de Friese brouwerij begon ook Brand in de jaren ’80 met het op kleinschalige wijze brouwen van bier. ‘Heerlijk’, merkt Carel Oomes op. Hij is naast eigenaar van café De Vlaamsche Reus in Wageningen ook voorzitter van de Alliantie van Biertapperijen (ABT). Jack Verhoek is het met Oomes eens. ‘Erg lekker. Het bier heeft een soort lobbigheid dat voor een vol gevoel in de mond zorgt.’ Gastheer Peter van der Arend vraagt Brand waarom de bitterheid van het bier recentelijk iets is teruggeschroefd. Brand: ‘We willen een commerciëler bier maken en veel consumenten houden nu eenmaal niet van een bitter bier.’

Geen markt
Met zijn antwoord legt Brand feilloos het verschil bloot tussen hem en veel van zijn kleinere collega-brouwers. ‘Ik brouw geen bier om een bijdrage te leveren aan de speciaalbiercultuur. Ik brouw bier om ervan te kunnen leven’, geeft hij onomwonden toe. Met het serveren van de Dommelsch Dominator stelt Wildeman de vraag of het CBK de opkomst van het speciaalbier destijds niet heeft onderschat? Daar is Jonker Roelants het niet mee eens. ‘Er was gewoon geen markt voor. Dat is langzamerhand gegroeid. Eerst in de studentensteden. Toen zag je de ABT er op inspringen. Maar begin jaren ’80 was er eenvoudigweg nog geen vraag naar speciaalbier.’

Voor het CBK was het aanvankelijk wennen met al die nieuwe brouwerijen en hun soms buitenissige bieren. Leo Brand: ‘In het begin had het CBK ten opzichte van de kleinere brouwers de houding van ‘zoek het zelf maar uit’. Dat is nu heel anders. Als je vragen hebt, kun je er terecht. Ook kunnen wij meeprofiteren van overeenkomsten die voor de grote brouwers zijn gesloten, zoals het verpakkingsconvenant. Dat scheelt ons echt heel veel geld.’De glazen zijn inmiddels gevuld. ‘Dit is verzwaard pils’, merkt Carel Oomes op over de zes procent alcohol bevattende Dominator. Hij vervolgt; ‘Ik ruik graag aan mijn bier. Door de vorm van het glas ruik ik niets.’ Ook de rest van de tafel is kritisch. Het ‘zalfje’ dat Dick Wildeman zegt te proeven wordt door Leo Brand als ‘een botersmaak’ getypeerd. Een blik op de rugkant van de flesjes leert dat de inhoud van een aantal ‘tegen de datum’ zit. Waar dit niet het geval is, is de inhoud duidelijk frisser en fruitiger en heeft het bier een nabitter.

Degusteren
De lauwe reacties op de Dominator gelden op voorhand al niet voor de een half procentje meer alcohol tellende Ridder Maltezer. Sinds De Ridder Brouwerij in 1982 werd overgenomen door Heineken is de verkrijgbaarheid van zowel het pils als de Maltezer beperkt tot de regio Maastricht. Mede hierdoor is het voor een paar van de proevers een hernieuwde kennismaking. ‘Voortreffelijk. Ook echt een bier om te degusteren. Omdat het zo zacht van smaak is, drinkt het eigenlijk te makkelijk weg voor een bier van 6,5 procent’, merkt Jonker Roelants op. Carel Oomes is ook lovend en voegt daar aan toe: ‘Je kunt er niet meer aankomen, maar vroeger vlogen de vaten echt de deur uit.’

Met het Us Heit Buorren Bier komt het tweede bier van een niet CBK-brouwer op tafel. Al vanaf het begin maakt het Buorren bier deel uit van het assortiment. Voor Jack Verhoek is het de eerste kennismaking met het bier. ‘Fantastisch, heel verrassend.’ Ook Hans Stalenhoef, voorzitter van het Geheim Genootschap Arendschap, is lovend en roemt met name de beginsmaak van het bier. Collega-brouwer Leo Brand prijst de zuiverheid. Voorzitter Wildeman vraagt uitbater Peter van der Arend wat hij voor een flesje vraagt. ‘ƒ 6,50. En dat is goedkoop, want ik moet het zelf in Bolsward halen.’

Goedbedoelde poging
De wenkbrauwen worden iets opgetrokken als de Zeebonck van Brouwerij ’t Volen uit Volendam op tafel worden gezet. Eén van de jongste brouwerijen in Nederland. Al snel wordt de tweedeling aan tafel duidelijk. Er klinken opmerkingen als ‘Een goedbedoelde poging om bier te maken’ en ‘Wat voegt dit toe aan de biermarkt’. Anderzijds merkt Peter van der Arend op dat het bier van de tap erg goed verkoopt en het zelf een goed bier te vinden.

Hans Stalenhoef heeft het bier ook van het fust geproefd en merkt op dat het toen lekkerder was dan nu uit de fles. ‘Dus maken ze iedere keer een ander brouwsel’, reageert Carel Oomes. ‘En dat kan niet als je serieus bier brouwt’, vult Leo Brand aan. ‘Een wijnboer heeft het makkelijk. Is de wijn niet lekker dan zegt hij dat het een slecht jaar is geweest. Maar zoiets kan een brouwer zich niet permitteren. Mijn vader zei altijd: als het derde bier net zo lekker is als de eerste twee, dan heb je een goed bier gebrouwen. Dat geldt niet voor dit bier.’ Door de discussie wordt bijna vergeten de Zeebonck op zijn smaak te beoordelen. En daar is eigenlijk niet veel mis mee. De zoetheid verraadt dat het om een jong bier gaat. De nasmaak is ietwat wrang, de hoofdsmaak is moutig en een tikje zoet.

Eigen doordrinkbier
Tijd voor het laatste bier. De Herengracht 90 amber. Het huisbier van ’t Arendsnest. ‘Voordat ik het café begon had ik al de wens om een eigen doordrinkbier te gaan verkopen’, vertelt Peter van der Arend. ‘Ieder café moet pils, witbier en een amber op de tap hebben. En deze amber is bewust iets bitterder dan bijvoorbeeld Palm. Ook is hij ongefilterd en gist na op de fles.’ Jack Verhoek is positief. ‘Ik heb wat met dit bier. Het is dan ook gebrouwen op twintig meter van de plaats waar ik geboren ben.’ Hans Stalenhoef is ook lovend. ‘Heerlijk. De bitterheid knalt eruit.’ Carel Oomes is kritischer. ‘De eerste indruk is een beetje onbestemd, al is de nasmaak wel prettig.’

Dick Wildeman vindt het mooi geweest en vraagt om een pils. ‘Het mooiste speciaalbier dat er is’, betoogt hij nog maar eens. ‘Ik voel weemoed’, geeft hij toe als hij Jonker Roelants bedankt voor diens aanwezigheid. Deze op zijn beurt prijst de voorzitter. ‘Bijeenkomsten als deze hebben de afgelopen jaren bijgedragen aan de verheffing van ons product.’ Leo Brand wil van ‘de nieuwe man’ nog weten wat diens visie op de toekomst is. Jack Verhoek besluit: ‘De grote plas is en blijft pils. Maar niches zullen de biermarkt ook in de toekomst interessant houden.’

Pilsoase wordt bierparadijs

In de zestien jaar dat Dick Jonker Roelants directeur van het CBK was, is het aantal zelfstandige CBK-brouwers afgenomen. Heineken nam in 1989 Brand over. Bavaria deed in de jaren ’90 hetzelfde met Kroon en De Schaapskooi (La Trappe). De Kroon werd gesloten en de tweede brouwerij werd na een modernisatie omgedoopt tot Brouwerij De Koningshoeven. De Oranjeboom-brouwerij kwam in handen van Interbrew. Hierdoor werd ook de speciaalbierpionier van Nederland, de Arcense Bierbrouwerij, Belgisch eigendom. Van de kleine brouwerijen in ons land bestaan er nog vier die halverwege de jaren ’80 werden opgericht. De Friese Bierbrouwerij, St. Christoffel, ‘t Kuipertje en Brouwerij ’t IJ. In totaal telt Nederland inmiddels circa veertig kleinere bierbrouwers.