artikel

Bierplicht nietig verklaard

Horeca

Een biercontract geeft in de praktijk relatief weinig aanleiding tot procedures. Meestal vloeit de inhoud van het contract voort uit onderhandelingen tussen de brouwerij en de horeca-exploitant en zijn de overige bepalingen ‘standaard’. Toch vormt de duur van de bierplicht soms reden voor een geschil. Iets wat ook café Mammoet te Meppel* overkwam.

Café Mammoet sloot enkele jaren geleden een biercontract met een bepaalde brouwerij, die ik verder brouwerij X zal noemen. In het contract zijn een aantal standaardbepalingen opgenomen, waaronder de plicht om gedurende tien jaar alleen bieren afkomstig van deze brouwerij te schenken. Daartegenover krijgt de caféhouder van de brouwerij een lening van ƒ25.000,- tegen een rente van 8 procent per jaar. Ook geeft de brouwerij een relatief kleine borgstelling af en krijgt het bedrijf de tapinstallatie in bruikleen. Mammoet bedingt géén bierkorting.
Na enige tijd besluit Mammoet om naast het bier van de brouwerij ook een bepaald soort amberkleurig bier te schenken dat afkomstig is van de concurrent van de brouwerij. Uiteraard weet de uitbater dat dit volgens de letter van het contract niet is toegestaan. De brouwerij ontdekt na enige tijd dat Mammoet het verboden bier schenkt en sommeert hier onmiddellijk mee te stoppen. De ondernemer is echter van mening dat hij niet kan worden gedwongen tien jaar lang alleen maar bier van merk X te schenken. Een kort geding volgt.
In het kort geding vordert de brouwerij een verbod tegen Mammoet om nog langer ander bier te schenken, op straffe van een dwangsom. De brouwerij beroept zich hierbij op de bepaling uit het contract waarin staat dat alleen haar eigen bier mag worden geschonken. De caféhouder stelt dat deze bepaling in het contract niet geldig is, aangezien er door de brouwerij geen bijzonder economisch voordeel is verstrekt. Hierbij beroept hij zich op de Europese regelgeving met betrekking tot exclusieve (bier)afname. Daarnaast is de ondernemer van mening dat het door hem geschonken amberkleurige bier een heel andere smaak heeft dan het amberbier van brouwerij X, waardoor dit product niet concurreert met de bieren van deze brouwerij.

Exclusieve bierafname
De Europese regels waar Mammoet zich in deze zaak op beroept, bepalen dat een brouwerij onder een aantal voorwaarden de mogelijkheid heeft over een periode van maximaal tien jaar exclusieve bierafname op te leggen. Als naast bieren ook andere dranken exclusief van de brouwerij moeten worden afgenomen, geldt een maximum van vijf jaar. Een uitzondering op deze regel is overigens de situatie waarin het pand van de brouwerij wordt (onder)gehuurd. De regelgeving biedt deze mogelijkheid alleen voor situaties waarin de brouwerij een bijzonder economisch of financieel voordeel aan de exploitant verstrekt.
Dan volgt de uitspraak van de president. Volgens hem is er sprake van een bijzonder economisch voordeel van de horecaondernemer, op het moment dat er voordelen aan de overeenkomst zijn verbonden die uitstijgen boven hetgeen hij normaal van de overeenkomst mag verwachten. Of de brouwerij de horecaondernemer zo’n voordeel verschaft, moet blijken uit de aard, de omvang en de duur van de prestaties. De president geeft vervolgens aan dat de brouwerij moet aantonen dat de horecaondernemer een dergelijk bijzonder voordeel geniet.
De brouwerij kon in dit geval niet aantonen dat zo’n voordeel aan Mammoet was gegeven. Hierbij speelde onder meer een rol dat er een betrekkelijk lage lening was verstrekt, tegen voorwaarden die ook bij een andere financier hadden kunnen worden afgesloten: de lage borgstelling, de relatief hoge bieromzet en het ontbreken van een bierkorting. Daartegenover stond de relatief lange bierbinding van tien jaar. De president wees de vordering van de brouwerij dan ook af. Ook in hoger beroep verloor de brouwerij de zaak.

Niet eenvoudig
Hoewel Mammoet de zaak heeft gewonnen, blijft het niet eenvoudig een bierverplichting nietig te laten verklaren. Per situatie moet worden beoordeeld in hoeverre er strijd is met de Europese regels. In dit geval speelde een rol dat de balans tussen de belangen van de brouwerij en het café wel erg scheef was. Daarnaast is de Europese regelgeving inmiddels veranderd. De maximale bierbinding is inmiddels vastgesteld op vijf jaar (in plaats van tien). Ook dient er te worden gekeken naar het marktaandeel van de brouwerij. Verder is de opzet van de regelgeving veranderd, waardoor het de vraag is in hoeverre de uitspraak van Mammoet ook onder de nieuwe regels zo gunstig zou uitpakken. Wel denk ik dat de (Europese) regels de brouwerijen uiteindelijk zullen dwingen de biercontracten te liberaliseren.

* naam en plaats zijn gefingeerd.