artikel

Colum Dick Wildeman

Horeca

Goeienavond meneer Wildeman. Da’s lang geleden, maar fijn dat u er bent. Welkom! Een glaasje bier zeker?’ Anno Schutte, barman van de oergezellige bar in Hotel Mercure Martinihal in Groningen, wacht mijn antwoord niet eens af. Het vorstelijk glas pils wordt geserveerd met een brede glimlach en de woorden: ‘Deze is van het huis’.

Anno is een barkeeper naar mijn hart. Uit het goede hout gesneden, gezellig communicatief naar z’n gasten. Een gastheer voor z’n hotel. In Hotel Mercure Martinihal kom ik al 25 jaar. Vele namen heeft het gehad, maar het hield dezelfde ambiance. Huidig directeur Gayo Kuitert is pas de tweede baas, na een lange ambtstermijn van zijn voorganger Jan Kannegieter. Piet Hovinga, de rooms divisionmanager, is in dit hotel niet weg te denken. De front office-dames Marianne Allodi en Alberta Kuperus vierden hun koperen jubileum.

Mijn huis, uw huis
Waarom ik tot deze opsomming kom? In feite gewoon omdat ik in de afgelopen weken in Groningen weer eens mocht ervaren hoe belangrijk mensen zijn voor een vertrouwd beeld en een gevoel van gastvrijheid, of dat nu in een hotel, restaurant of café is. Het gevoel van ‘mijn huis is uw huis’ is in dit vriendelijke en functionele hotel met 158 kamers helemaal aanwezig.
Ik hoor u al denken. ’Hé Wildeman, cafémens tot aan je kruin, waarom opeens deze ode aan het hotelwezen?’ Simpelweg omdat het café of de bar in feite de basis is van ieder goed hotel.
Tezamen met een gezellig restaurant, is mijn beleving van een herberg gemaakt. Ik ken diverse grote hotels waar de gasten na het inchecken de hoteldeur niet meer uitgaan, omdat men het er goed en gezellig heeft.

Balletdames‘
Zo, u bent blijkbaar een bekende gast?’ Een keurige heer in vrijetijdskleding ziet het begroetingsceremonieel vanachter een glas whisky aan. Het wordt het begin van een genoeglijke discussie, met als rode draad de binding van een gast met een horecabedrijf.
Accommodatie is belangrijk, maar we zijn het er samen over eens dat mensen de spelbepalers zijn. Ik vertel over mijn ontmoeting met Paul van Vliet aan deze bar. Een gesprek dat tot diep in de nacht duurde. Niet te vergeten een saunabezoek, waarbij ik tussen dames van een balletgroep verzeild raakte. Toen ik als man begon te denken wat ik niet had mogen denken, was het bijna te laat. Een duik in het ijskoude waterbad voorkwam erger. Van de dames kreeg ik een vrijkaartje voor hun balletshow in de Martinihal. ‘U hebt een mooi vak’, zegt mijn medebarzitter. Om dat te onderstrepen bied ik hem een kleine bokbierproeverij aan. ‘Niet slecht’, weet de man daarna te melden. Na dit cliché van klasse, drinken we nog een whisky.
Als ik, na het schrijven van dit epistel, telefonisch de namen wil controleren, word ik keurig geholpen door receptioniste Kim van Dijk. ‘U hebt ook nog twee broeken laten hangen’, weet ze te melden. Die whisky had ik dus niet meer moeten drinken.