artikel

column Van Vugt

Horeca

Hans van Vugt heeft een cafetaria in Oss met de naam Snacktaria Hans van Vugt. De snackbar is sinds 1980 in zijn handen. Daarvoor was zijn vader eigenaar van deze Osse cafetaria. Hans van Vugt werkt vanaf 1971 in de snacksector. Hij schrijft regelmatig voor Snackkoerier columns en ‘verhalen uit de cafetaria’. Op zijn eigen humoristische wijze laat hij u meeleven met zijn activiteiten en dagelijkse beslommeringen. Deze keer leest u over de perikelen rondom personeelsschaarste in de cafetaria en hoe dit kan leiden tot komische situaties.

Personeelsperikelen
De laatste tijd is het een veelbesproken onderwerp. Hoe voldoende personeel op de werkvloer te krijgen? ‘Wij’ als cafetariahouders hebben nog altijd een slechte naam als het over personeel gaat. Mensen denken dat het ‘stinkwerk’ is en verwachten nog dagen naar patat te ruiken na een paar uur in een cafetaria te hebben gestaan. Veel mensen hebben nog steeds een vooroordelen over de cafetaria.

De gewezen strip Kees Veteraan in dit vakblad was treffend voor de mening van een aantal mensen: een dikke kerel in hemdsmouwen, die met een vies shagje in zijn mond in een ketel veel te oud vet stond te roeren en er niet voor terugdeinsde bedenkelijke waar aan de man te brengen. Vraag het de tegenstanders van de cafetaria en gegarandeerd dat een dergelijk voorbeeld geuit wordt. Gelukkig zijn er veel meer voor- dan tegenstanders van het cafetariagebeuren anders konden alle 5540* snackbars in Nederland wel inpakken (*stand per 30-06-2000).
Maar ik had het over personeelsproblemen. Naar aanleiding van een advertentie ging op een woensdagmiddag de telefoon. Ik nam op en aan de andere kant klonk een vriendelijke vrouwenstem die vroeg of ik nog personeel nodig had. Ik antwoordde bevestigend. ‘Ik had namelijk gelezen dat u iemand zocht in de leeftijd van 18 tot 20 jaar. Ik ben wel wat ouder, maar dat zie je niet zo aan me’. Vroeger zou ik kieskeuriger geweest zijn, maar nood breekt wet en ik besloot in ieder geval wat gegevens te vragen. Zij bleek ervaring in het vak te hebben en in diverse horecabedrijven te hebben gewerkt. Door verhuizing had zij haar bijbaantje moeten opgeven, maar nu ze de draai had gevonden wilde zij haar oude werkzaamheden weer oppakken. Zij was gecharmeerd door de tekst van de advertentie die ik geplaatst had in een lokaal blad. Met veel zorg formuleer ik iedere keer een ander zinsbouw en omschrijving, zodat het niet lijkt alsof ik altijd personeel zoek. Haar stem klonk heel aardig door de telefoon. Ik stelde mij dan ook een mooie vrouw voor die net over het midden van de twintig was en nodigde haar uit de volgende dag om 19.00 uur langs te komen.

Leeftijdsdiscriminatie
Een dag later werd er al om 18.30 uur naar boven gebeld: ‘Er staat hier een mevrouw die vraagt naar je’. Ik toog naar beneden en liep de winkel in…..en was gelijk met stomheid geslagen! Dit kon nooit de bedoeling zijn geweest! Daar stond een vrouw van zeker zestig jaar! Ze zag er weliswaar keurig uit, nette modieuze kleren, verzorgd uiterlijk, keurig gekapt haar en ze had zelfs een veel te zoet luchtje op gedaan, maar dit was absoluut niet het type wat ik achter de balie wilde hebben. ‘Hoe red ik me hier netjes uit’ was mijn eerste gedachte. Je wilt per slot van rekening niemand kwetsen en voor leeftijdsdiscriminatie draai je tegenwoordig bijna de bak in. Ik heb geen kantoor op de benedenverdieping en moet noodgedwongen sollicitatieprocedures of in de cafetaria of in de privéwoonkamer afhandelen. Ik besloot tot het eerste, omdat de werkwillige dame in kwestie toch niet aangenomen zou worden. ‘Goedenavond’, klonk het gemaakt vriendelijk uit mijn mond. Ik stak mijn hand uit en stelde me voor. ‘Marga van der Loop’, noemde ze op besliste toon haar naam. Ik vroeg of ze koffie wilde hetgeen ze bevestigend antwoordde. Met twee kopjes in de hand nodigde ik haar uit aan een tafel te gaan zitten. ‘Vies weer vandaag’ trachtte zij het gesprek te openen. ‘Maar het wordt beter de komende dagen’ probeerde ik zo luchtig mogelijk. ‘Mooie zaak hebt u hier zeg.’ ‘Dank u.’……………. Stilte……..….. Wat duren een paar seconden dan lang. ‘Leuke jongen die daar staat te werken; is dat uw zoon?’ ‘Gelukkig niet’, zei ik gekscherend, daarbij de bewuste medewerker een flinke knipoog gevend. Die had het niet meer, want hij wist dat er een sollicitante zou komen. Ook wist hij goed dat dit niet het type was wat ik zocht en liet het goed blijken ook. De vrouw zat met haar rug naar hem toe en hij beeldde, voor haar onzichtbaar, een oude opoe uit die met een stok liep. Gemaakt krakkemikkig liep hij, bibberend met zijn handen, achter de toonbank op en neer om vervolgens een bakje patat vol te scheppen. Dit bakje zette hij met trillende handen op de toonbank wat natuurlijk als bijkomend effect had dat er nauwelijks patat in bleef zitten. Ongetwijfeld weet u dat ik niet vies ben van een geintje en ook dit kon ik wel waarderen, ware het niet dat ik recht tegenover iemand zat met veel levenservaring. Zij zag dan ook feilloos de twinkeling in mijn ogen. Met de opmerking: ‘U hebt vast een binnenpretje’, zette zij me weer met beide benen op de grond.

Opperste verbazing
De winkelbel ging en er kwam een leuke jonge dame binnen. Er stonden meer klanten te wachten. Ze ging opvallend zitten en keek de winkel rond. Ik keek langs de oudere (sollici)tante naar haar toen onze blikken elkaar kruisten. Verlegen sloeg ze haar ogen neer om vervolgens heel geïnteresseerd de ijskaart te gaan zitten bekijken. Hoe kom ik van deze oude dame af, pijnigde ik in deze precaire situatie mijn hersens. Ik besloot in de directe sfeer verder te gaan: ‘Mevrouw, uw goede bedoelingen ten spijt denk ik dat mijn bedrijf niets voor u kan betekenen. Zoals u ziet werk ik met jonge mensen en ik heb niet de indruk dat u perfect in mijn team past’.
Opperste verbazing droop van het oudere gezicht aan de andere kant van de tafel. ‘Maar mijnheer van Vugt, wat zegt u nou’, klonk het veel te luid naar mijn zin door de kleine ruimte. Ik voelde dat ik rood werd tot achter de oren. De dame in kwestie leek hierdoor geamuseerd te zijn. ‘U schrikt ervan hè?’. Iets wat ik alleen maar kon beamen. ‘U denkt toch niet dat ik kom solliciteren. Dààr ben ik veel te oud voor! Haha, mijn buurvrouw stuurde me naar u toe. Zij heeft een paar weken geleden zo’n mooi koud buffet van u gehad en ik kwam daar eens over informeren. Ik weet zelf ook wel dat ik te oud ben om in een cafetaria te werken. Ik vond al dat u zo raar deed’, ze begon smakelijk te lachen. De medewerker achter de toonbank proestte het uit en ik stond werkelijk voor paal voor iedereen in de cafetaria. Wat een blamage!
Het heeft even geduurd voor we tot zaken konden komen. Het humoristische voorval van enkele minuten geleden hing nog als een komische deken over ons heen en de dame in kwestie schoot iedere keer in de lach. Aan dat tot zaken komen was ik al meer dan een uur kwijt, maar ze maakte het dubbel en dwars goed door een uitgebreid buffet te bestellen waaraan ik merkte dat ze niet op een paar gulden hoefde te kijken. Breed glimlachend verliet ze tevreden de zaak.
Intussen had die ene jonge vrouw die zo aandachtig de ijskaart had bestudeerd de hele zaak bekeken. U voelt het al: zij was de sollicitante en was keurig op tijd om 19.00 uur gearriveerd teneinde het gesprek aan te gaan. Ik besloot haar mee naar de woonkamer te nemen om daar ongestoord de conversatie voort te zetten. Een eerste indruk kun je maar één keer maken en deze keer was dat zeker niet de beste. Maar gelukkig had ze ingezien dat humor in ons bedrijf hoog in het vaandel staat, hetgeen het gesprek positief beïnvloedde. Ze was inderdaad een vrouw die net over het midden van de twintig was en had een uitstekend voorkomen. Gezien haar ervaring in de horecabranche besloot ik positief te zijn in de beoordeling.

Tante
Een week later moest het buffet worden gebracht. Ik vroeg mijn nieuwe personeelslid mee te nemen teneinde haar direct wegwijs te maken in deze materie. Ze had immers een rijbewijs en zou me veel werk uit handen kunnen nemen. Bij het bewuste adres aangekomen, nam ik de eerste schaal in de hand en belde aan. De oudere dame in kwestie deed open en ik liep naar binnen. ‘In de kamer heb ik een grote tafel klaar staan.’ Binnenkomend merkte ik dat mijn komst al in geuren en kleuren was aangekondigd, inclusief het complete en misverstane verhaal. De hele kamer zat vol met haar leeftijdsgenoten en gelijk werd de onvermijdelijke vraag gesteld: ‘Heb je nog werk voor ons’, gevolgd door een onbedaarlijk geschater van de dames. Ik kan er gelukkig goed tegen, want als je regelmatig kaatst moet je de bal verwachten. Gekscherend wilde ik er op ingaan toen mijn medewerkster binnen kwam. ‘Zet het daar maar neer, schat’ zei de eigenaresse van de woning. Verbaasd keek ik van de een naar de ander. ‘Ja, dat is de kleindochter van mijn zus. Dat wist je niet, hè?’, gevolgd door wederom een lachsalvo van het grijsbehaarde vrouwengezelschap. Dat gaf me toch een herrie! De verwarring was compleet. De zus in kwestie werd voorgesteld en naar bleek had tante heel geen erg gehad in de verschijning van haar solliciterende nichtje. Het meisje in kwestie had dit nog even willen verzwijgen, gezien het gelukkig ten positieve gekeerde misverstand. Ze durfde geen nee te zeggen toen ik haar vroeg het bewuste buffet mee te gaan bezorgen.

Afwas
We werden op koffie met gebak getrakteerd, iets wat ik uit principe nooit bij klanten doe. Nu was er echter geen uitweg mogelijk en ik moest noodgedwongen diverse opmerkingen gevolgd door hilariteit van het licht bejaarde gezelschap verwerken. Ik sprak een tijd af om daags erop de lege schalen en borden weer op te halen. De dame vroeg of alles afgewassen diende te worden. ‘Graag mevrouw’, antwoordde ik beleefd, want op dat extra werk zit niemand te wachten. ‘Moet ik toch nog voor je werken!’ was het rake antwoord hetgeen de zoveelste lachsalvo tot gevolg had en met veel plezier werd ik vriendelijk uitgezwaaid.