artikel

Een dichtgetimmerde ’Hemel

Horeca

Het is een bijzondere oudejaarsavond. Eigenlijk een volgens ons eigen oudejaarsprogrammaboekje. Met een groep vrienden vieren we al jarenlang die seconde die jaren scheidt. Tijdens de altijd te vlug verstrijkende uren, kijken we terug op onze verdrietjes, succesjes en vooral vriendschap. Op de grens van oud naar nieuw is champagne het startschot om het oude feest in een nieuw om te zetten, tot heel laat of heel vroeg. Zo gaat het al jaren. Dit keer is het toch anders. Zoals gewoonlijk zijn we om vijf uur begonnen, maar rond tien uur haakt mijn teerbeminde af. Beter worden duurt langer dan je denkt. Afspraak is dan ook ’als het niet meer gaat, gaan we naar huis’. Zo komt het dat ik rond elf uur in m’n eentje naar de oudejaarsconference van Freek de Jonge zit te kijken.

Catastrofe ’
Gelukkig, zalig nieuwjaar. De beste wensen en vooral gezondheid.’ Al het goede wordt je in een paar minuten door de kijkbuis toegeworpen. Nog even naar buiten om daar, tussen veel geknal, je buurtgenoten met het nieuwe jaar te feliciteren. Later wordt het stil. De wereldtijd kent z’n momenten. En dan hoor ik in die eerste nacht in het nieuwe jaar op de radio over de catastrofe die in Volendam heeft plaatsgevonden. Ik luister. Rampen en catastrofes komen elke dag voor, maar nu …. Het is zo dichtbij en het gebeurt in je eigen beroepsomgeving. Herinneringen aan vroeger komen boven. Toen was het ook: ’Je bent jong en je wilt wat’. Wat vroeger gebeurde, gebeurt nu nog net zo. Heerlijk oud en nieuw vieren. Even weg van het ouderlijk huis. Tuurlijk, daar was het gezellig, maar als je jong bent, is het een feest om met je vrienden en vriendinnen zo’n nacht te beleven. Samen en masse de laatste seconden aftellen en tot in de vroege uurtjes feesten. Een jaar kan dan al niet meer stuk. In Volendam gaat het nieuwe jaar al na een paar minuten voor jaren kapot. Zappend volg ik de informatie die op radio en tv wordt gegeven. Volendam huilt, waar het gisteren nog uitbundig heeft gelachen. Ondertussen denk je aan die momenten waarop je zelf, op bezoek in Volendam, genoot van dit echte dorp met zijn hechte gemeenschap, die ook in de horeca voelbaar is.

Mooi Volendam
Ik moet denken aan de horecacollega’s die ik ken van de biertapwedstrijden, waar de Volendamse horeca in groten getale en collegialiteit aan meedoet. Volendam zoals het voor kort was en waar nu in veel families een generatiegat is gebrand. In de krant van de volgende dag lees ik natuurlijk de vraag hoe het allemaal heeft kunnen gebeuren, met daarnaast een met tranen geplaatste advertentie van de familie Jan Veerman, eigenaar van het rampcafé. Zij zijn die avond begonnen met de bedoeling de jeugd een pracht jaarwisseling te bezorgen. De schuldvraag staat weer op een andere pagina, maar ook een advertentie met de woorden ’Mooi Volendam, zoek geen zondebok, maar vind troost bij elkaar’. In Volendam is het stil geworden. Doodstil. Even geen horeca. Even niets. De Dijk zwijgt. Hamerslagen hebben die stilte even doorbroken. Een dichtgetimmerde ’Hemel’. Dan wordt het weer stil. De dood zwijgt mee. Niets helpt hier nog.