artikel

Ex-cafetariahouder timmert aan de weg in bouw- en woonmarkt

Horeca

Als exploitant van een resto in een bouw– en woonmarkt is Thijs Trienekens al acht jaar succesvol. De omzet blijft maar stijgen, terwijl de personeelskosten konden worden beteugeld. Maar Trienekens heeft wel een paar dingen moeten leren. ‘In het begin dacht ik teveel als een cafetariahouder.

Het duurde enkele jaren voordat hij een huurcontract had. Maar dat zag Thijs Trienekens nooit als een probleem. Integendeel, de exploitant van resto ’t Chaletje in de bouw- en woonmarkt Inter Chalet in Horst is trots op deze informele gang van zaken. Hij roemt de slagvaardigheid en de betrouwbaarheid van de gebroeders Clabbers, de eigenaars van Inter Chalet.
Ruim acht jaar geleden liet Jan Clabbers aan Thijs Trienekens, toen eigenaar van een een cafetaria in Grubbenvorst, weten een koffiehoekje te willen opstarten in zijn groeiende bouw- en woonmarkt. Zijn vraag luidde: ‘hoe moet ik dat doen?’ Het antwoord van Trienekens: ‘laat mij dat doen!’ Twee dagen later was het besluit genomen. Trienekens mocht aan de slag.
Over voorwaarden en dergelijke was niet tot nauwelijks gesproken. De firma Clabbers betegelde de keuken en Trienekens zorgde voor de apparatuur, de inrichting en de bemanning. Klaar was Thijs. De bouwmarkt had zijn resto. En de personeelscatering (er werken circa 100 mensen bij Clabbers) was eveneens geregeld, want ook dat onderdeel nam Trienekens van meet af aan voor zijn rekening.

Kanttekening
Wie de bouwmarkt binnentreedt, wordt direct al verwezen naar ‘Ons resto ‘t Chaletje’. Een bord geeft aan dat er koffie, gebak, en broodjes genuttigd kunnen worden. Daarnaast biedt de resto snert, croissants, frites, pannenkoeken, snacks, salades en ijs.
Da’s prettig voor de bezoekers. Maar nu moet er toch een kanttekening geplaatst worden. Restauratieve voorzieningen in bouwmarkten zijn namelijk meestal niet succesvol. Trienekens knikt. Dat verhaal is hem bekend. ‘Maar in mijn geval gaat het juist heel erg goed. De eerste vijf jaar verdubbelde de omzet ieder jaar, de jaren daarna nam die iedere keer toe met 25 tot 30 procent.’
Hoe kan dat? Trienekens legt uit dat deze bouw- en woonmarkt afwijkt van gewone bouwmarkten. ‘Hier is namelijk van alles te krijgen; van betonscharen tot meubels, van wc-brillen tot textiel, van parketvloeren tot kranen. Daardoor zijn het niet alleen de gehaaste doe-het-zelvers die hier inkopen doen. Paren, groepjes en eenlingen met een brede interesse struinen rond om te kijken of er iets van hun gading bij zit. Een tussenstop in ’t Chaletje is dan welkom.’

Koffiesoorten
Naast stijgende omzetten kent ’t Chaletje dalende personeelskosten. De resto beschikt sinds twee jaar over een zelfbedieningsbuffet. Dat bespaart werk en brengt rust. Trienekens: ‘Normaal gesproken moet het personeel zes keer naar een tafeltje toe: voor het opnemen van de bestelling, het serveren van een drankje, daarna om het eten te brengen en vervolgens een nagerechtje, dan om af te rekenen en tenslotte om af te ruimen. En nu is dat allemaal niet meer nodig. In ruim 70 procent van de gevallen worden de dienbladen door de gasten opgeruimd.’Maar wordt het niet een beetje afstandelijk en onpersoonlijk allemaal? ‘Zeker niet, dit buffet is juist uitnodigend. Daarnaast is het zo dat de koffie door ons wordt verzorgd. Zo voorzien we het geheel van een persoonlijk tintje en voorkomen we dat de mensen denken in een vreetschuur te zijn beland. Daarbij schenken we veel verschillende koffies waardoor we sowieso moeten adviseren.’

Cafetaria verkocht
Dat laatste is ook met het oog op de omzet nuttig. Door te vragen of de mensen niet een cappuccino, koffie crème of een andere koffiespecialiteit willen, wordt de omzet opgekrikt. ‘Door het stellen van die ene vraag, verkoop je in veel gevallen toch een duurdere koffie.’
Naast de exploitatie van de resto houdt Trienekens zich bezig met partycatering. De snackbar in Grubbenvorst is intussen van de hand gedaan. Trienekens is nog wel actief lid van de discussiegroep Zuid van de sector fastfood- en ijsbedrijven. ‘Er zijn veel overeenkomsten tussen mijn bedrijf en een cafetaria. Ik steek nog heel veel op van die discussiegroep.’
Die overeenkomsten mogen ook weer niet te ver worden doorgetrokken. ‘In mijn beginjaren dacht ik teveel als een cafetariahouder. Vooral qua prijsstelling. We waren te goedkoop. Maar ik moet zeggen dat dat ook opgaat voor veel cafetariahouders. Velen realiseren zich niet dat de kosten enorm zijn gestegen het afgelopen jaar. Als je daar geen prijsstijgingen aan koppelt ben je een dief van je eigen portemonnee.’

Management informatie
Dankzij z’n geavanceerde kassasysteem kan Trienekens beschikken over managementinformatie. Het systeem (DIN) kan hem bijvoorbeeld precies ‘vertellen’ hoeveel koffie hij in een bepaalde periode verkocht. Ook wordt duidelijk welke gerechten hardlopers zijn en welke gerechten minder goed verkopen. Over dat laatste: ‘Ik noem dat bijproducten, ballast waar ik altijd zo snel mogelijk van af wil.’
Trienekens heeft geleerd dat tal van nieuwe producten – die met veel enthousiasme en bravoure worden aangeprezen door vertegenwoordigers – tot die categorie behoren. Voor wraps bijvoorbeeld ziet hij geen grote toekomst. ‘Tien jaar geleden werd taco’s een grote toekomst toegedicht en voorspelden trendwatchers dat de cafetaria in 2000 niet meer zou bestaan. Nou, daar is dus helemaal niets van terecht gekomen. De cafetaria is springlevend en ik zou niet weten waar die taco’s gebleven zijn. Nee, ik heb een groot vertrouwen in frites, kroket, hamburger, koffie, vlaai en appelflap. Die laten zich niet zo maar verdringen. Dat waren toppers, dat zijn toppers en dat blijven voorlopig toppers.’