artikel

Onderzoek naar facilitaire horeca

Horeca

Facilitaire horecavoorzieningen zijn voornamelijk opgestart in de jaren negentig. Het is dus een eigentijds verschijnsel. Door de loop van de jaren is de facilitaire horeca vaker onderwerp van onderzoek geweest. Maar hoe denken de consumenten daar nu eigenlijk over? Hospitality Consultants ondervroeg ruim 3000 consumenten naar hun mening.

Er gaat veel geld om in de facilitaire horeca. Het omzetvolume in Nederland is volgens Hospitality Consultants (HC) uit Maastricht, inmiddels goed voor zo’n 2,5 tot 3 miljard gulden.
Organisaties willen met het opstarten van de facilitaire horeca meer service verlenen aan hun klanten. Maar vinden klanten dat wel prettig?
Drieduizend consumenten werden door HC ondervraagd gedurende een zomer- en najaarsmeeting, waarbij onderscheid werd gemaakt tussen gebruikers van facilitaire horeca en niet-gebruikers. Met name de laatste groep is interessant, want wat vinden zij het belang van facilitaire horeca? Het onderzoek werd gehouden in vijf branches, namelijk: supermarkten, benzinestations, musea, meubelcentra en warenhuizen.

Groot draagvlak
Dat gebruikers de facilitaire horeca belangrijk tot zeer belangrijk vinden, is niet verrassend. Maar interessanter is dat ook de niet-gebruikers de aanwezigheid van horeca belangrijk tot zeer belangrijk vindt. Er is dus een groot draagvlak onder consumenten. In musea geldt dit voor ruim driekwart van de niet-gebruikers; voor supermarkten ligt dit cijfer lager, maar ook daar vindt ruim de helft van de niet-gebruikers de aanwezigheid van horeca belangrijk.
In de ogen van de consument kent de facilitaire horeca een aantal voordelen. Met name het gemak dat de consumenten ondervinden in het combineren van een bezoek aan de hoofdactiviteit, met een bezoek aan de horeca. Met name in meubelcentra is de combinatie van winkel en horeca een belangrijke reden om gebruik te maken van de horeca. Bij benzinestations is het vooral de tijdsbesparing die ervoor zorgt dat mensen van de horeca gebruikmaken. De verblijfsduur van de consumenten in de horecavoorziening is per branche verschillend. Bij benzinestations verblijft men het minst lang (8 minuten), terwijl de consument het langst verblijft in de warenhuizen (ruim een half uur).