artikel

Raad betreurt vertrek IJsselmuiden en Visscher

Horeca

VOLENDAM – De politieke partijen in de gemeente Edam-Volendam betreuren het vertrek van burgemeester F. IJsselmuiden en wethouder W. Visscher. De beide CDA-bewindslieden gaven donderdagavond een toelichting op hun vertrek dat zij dinsdag aankondigden. Toen verscheen het onderzoeksrapport ‘De cafébrand in Volendam, een ramp om van te leren’ van de commissie-Polak/Versteden, ingesteld door de provincie Noord-Holland.

De brand in café De Hemel in Volendam kostte kort na de jaarwisseling dit jaar aan dertien mensen het leven. Bijna driehonderd cafébezoekers raakten gewond. Van hen liggen er nog 27 in ziekenhuizen.
Oppositiepartij GroenLinks en coalitiepartij PvdA vinden het bijzonder erg dat twee ervaren krachten in het dagelijks bestuur nu vertrekken. Alle partijen respecteren het aftreden wel. Volgens de 61-jarige IJsselmuiden, sinds vijf jaar burgemeester in Edam-Volendam,is het niet meer in het belang van de gemeente om aan te blijven. ‘Ik kan beter mijn plaats aan iemand anders geven die geen band heeft met de ramp in Volendam’, zei hij zonder een spoor van emotie.

AangeslagenOok wethouder Visscher (onder andere van Ruimtelijke Ordening en Vestigingsbeleid) vond opstappen op zijn plaats, al was hij, in tegenstelling tot IJsselmuiden, zichtbaar aangeslagen. De Volendamse ramp had bij hem ‘diepe sporen nagelaten’. ‘Zo ingrijpend dat ik mij niet meer in staat acht verder te functioneren als wethouder.’ Wel had de wethouder kritiek op het rapport. Daar zitten volgens hem ‘pertinente onjuistheden’ in.
De commissie-Polak/Versteden uitte in het rapport harde kritiek op de rol van het gemeentebestuur op het gebied van de brandveiligheid. Volgens de onderzoekers werden nieuwe wettelijke regels bewust niet uitgevoerd en heerste in de gemeente tot 1998 een gedoogcultuur.
De gemeenteraad bespreekt het rapport op 12 april. Dan zijn IJsselmuiden en Visscher wel aanwezig. De andere commissie die de ramp in de nieuwjaarsnacht onderzoekt, de commissie-Alders, komt in april met een tussenrapport. Het eindrapport wordt in juni verwacht.