artikel

Slow start voor Jazzcongres

Horeca

Je moet een eerste congres niet afrekenen op de bezoekersaantallen, maar op de inhoud en de resultaten’, aldus Ben Gosman, voorzitter van de Stichting Projazz.nl, samen met programmadirecteur Peter Wybenga verantwoordelijk voor idee en uitvoering van The Hague Jazz Convention.

Op de vooravond van het North Sea Jazzfestival in 1998 organiseert Gosman met zijn evenementen-organisatiebureau Free Style voor een grote farmaceut in het Nederlands Congrescentrum in Den Haag een congres. North Sea Jazz-directeur Theo van den Hoek is onder de indruk van de organisatie en vraagt Gosman na te willen denken over een jazzcongres tijdens North Sea. Gosman, jazzliefhebber, geen kenner, zoekt daarop contact met Peter Wybenga, jazzmuzikant en directeur van Marketing Events.

Wybenga: ‘De Nederlandse jazzscene laat zich vooral omschrijven als verzuild. De karige pot subsidiegeld zorgt ervoor dat iedereen met argusogen de verrichtingen van anderen volgt. En er is een wereld van verschil in stijlen en daarmee in clubs. Het idee was dus om nu eens een gemeenschappelijk platform te creëren waarop alle disciplines -muzikanten, platenbonzen, programmamakers, boekingsbureaus, jazzclubs, scholen en conservatoria – met elkaar van gedachten kunnen wisselen. Doelstellingen? Grof gezegd: het promoten van de muziek door te zoeken naar de belangen die gemeenschappelijk zijn en niet tegengesteld.’

Actueel
Het idee ontwikkelt zich tot een Stichting ProJazz.nl. Wybenga: ‘We zijn begonnen met een verkenning van wat er al georganiseerd wordt. Zo heb je in Amerika al een Jazz Alliance International met een chapter in Canada. Hun congressen trekken geregeld meer dan duizend deelnemers. Vervolgens hebben we ettelijke gesprekken gevoerd met muzikanten, programmadirecteuren, platenbazen en al wie er in de muziek bij jazz betrokken is. We wilden een actueel programma neerzetten dat aan alle facetten en actuele onderwerpen recht doet. Vanaf het begin is het doel geweest een congres neer te zetten, waar niemand omheen kon.’De medewerking van het North Sea Jazz Festival was de eerste winst. Zij wilden het congres wel onderdak bieden. Maar subsidiëring van de overheid bleek uiteindelijk een bottleneck. De pot was leeg.

Kapstok
De beslissing viel januari van dit jaar. Hoofdsponsor Geové RZG Zorggroep tekende de sponsorovereenkomst. Een tweede sponsor stond op punt van tekenen. Gosman, terugkijkend: ‘We realiseerden ons dat het sponsorbudget mager was. Maar zouden we het afblazen, dan was het weer een jaar afwachten. Bovendien hadden we nu het 25-jarig bestaan van het festival als extra kapstok.’

Het congres kwam er dankzij de gedreven inzet en veel privé-uren van een grote schare vrijwilligers en niet te vergeten de twee initiatiefnemers. Aanvankelijk zag het er succesvol uit. De belangrijkste platenbonzen in de States kondigden hun komst aan. De top van de Jazz Allliance International kwam over, evenals het Canadese chapter van die club. Ook The International Association of Jazz Educators was enthousiast over het initiatief. Tal van prominente musici die toch al voor het North Sea Jazz Festival geboekt stonden, waren bereid een masterclass te geven. Het tweedaagse programma was dan ook even gevarieerd als het festival zelf.

Verkeerde inschatting
Waarom het dan toch een domper werd? Twee tegenstribbelende organisatoren: ‘Het is helemaal geen domper geworden. Voor de mensen die deelgenomen hadden was het juist een fantastisch congres. Er is effectief genetwerkt, er zijn zakelijke contacten gelegd, een gitaarduo heeft een nieuw contract gekregen met een van de grootste jazzlabels in Amerika… Bovendien zijn we gevraagd om als stichting ProJazz.nl een Europees chapter op te zetten voor die Jazz Alliance International.’ Maar dan toch, slechts honderd deelnemers en een overschreden begroting. Wybenga is realist: ‘Er zijn ook zaken misgegaan. Wij vroegen voor twee congresdagen ƒ400,-, voor studenten ƒ180,-. In de congres- en seminarmarkt zijn dat ‘peanuts’. Maar voor de jazzwereld bleken de prijzen te hoog. Een verkeerde inschatting dus. Jazzmuziek is geen vetpot, de marges in de platenbusiness zijn miniem.’ Daarnaast bestond er van veel kanten de bekende Hollandse reserve tegenover het nieuwe congres. De kat uit de boom kijken. Die houding heeft de beide heren wel teleurgesteld. Gosman: ‘Achteraf, nadat de positieve geluiden over het congres ook doorklonken, kreeg je vaak te horen dat men toch spijt had er niet bij te zijn geweest.’

Receptuur
Wat zijn de lessen uit dit congres? Tijdiger beginnen met het bekend maken van het congres. Zeker internationaal moeten mensen rekening kunnen houden met de planning. Niet voor iedere Amerikaan staat het North Sea Jazz Festival onwrikbaar in de agenda. Muzikanten moeten het congres kunnen plannen in hun speelschema. De prijzen zullen onder de loep genomen moeten worden. Een directe samenwerking met muziekscholen en conservatoria is een goede manier om voor studenten betaalbare oplossingen aan te kunnen dragen. Het zoeken van mediapartners om zo eerder (gratis) publiciteit en aandacht te realiseren. De uitbouw van het Europese chapter van Jazz Alliance International om via dit kanaal ook Europese deelnemers te trekken. Meer sponsors zoeken voor het congres. Wat er niet zal veranderen is de kwaliteit van het programma. Het zal een mengeling blijven van muziek, educatie, discussie en netwerken. Die receptuur heeft immers zijn kwaliteit bewezen. Wybenga: ‘Met het congres hebben we een eerste stap gezet op weg naar een platform waarin de jazz in al zijn vormen en uitingen een podium krijgt. Mijn geloof in de waarde en kracht van een goed congres is toegenomen. Bovendien hebben we bewezen dat een congres ook een evenement kan zijn.’

Belevingsfactor

Met The Hague Jazz Convention hebben Gosman en Wybenga een zeer eigentijds congres gepresenteerd, dat eigenlijk de naam ‘evenement’ verdient. De congresbezoeker kon voortdurend kiezen uit verschillende onderwerpen. Variërend van een workshop met een Cubaanse pianist tot een lezing over de opnametechniek van Rudy van Gelder. Er kon gejamd worden, er stonden paneldiscussies op het programma en in de wandelgangen stond netwerken centraal. Gosman: ‘We hebben voortdurend voor ogen gehad dat je over jazz op zo’n congres niet alleen moet praten, je moet het ook kunnen beleven. Jong, veelbelovend talent moet de kans krijgen zich in de kijker te spelen; nieuwe invloeden of trends in de jazz moeten hun kans krijgen.’