artikel

You’ll never walk alone

Horeca

Dick Wildeman

Een stevig discussiepunt dat ieder jaar weer terugkomt bij de organisatie van de finale van de Nationale Biertapwedstrijden is de keuze van de artiest. Van hem of haar wordt verwacht dat hij/zij een auditorium met 1000 mensen vocaal aangenaam en enthousiast een half uur bezig kan houden, waarna dan de huldiging van de echte biertapkampioen(e) van Nederland plaatsvindt. Het is een logische zaak dat we niet Caroline Kaart, hoe goed ze ook is, voor deze entertainmentklus zullen uitnodigen. Het moet een topper zijn van het levenslied, met gevoel voor de tapbiertopsport. Zo herinner ik me Lee Towers die in deze opzet voortreffelijk slaagde. ’You’ll never walk alone’ voor de verliezers en voor de winnaar ’I did it my way’. Niet te vergeten het optreden van Sugar Lee Hooper. Een mijns inziens wat tragische artieste met eigenlijk maar één hit, dat ze zo gek is op de bossen om daar te kunnen hossen en mandoline te spelen, van je sjingele sjingele boem. Nou ja…..

Apart gevoel
U begrijpt hoe moeilijk het is om de juiste artiest te vinden. Persoonlijke voorkeuren spelen daarbij een rol. Bauer en Weber zijn absoluut favoriet, echter niet direct mijn keuze. Maar eerlijk is eerlijk: het zijn voor hun doelgroep topartiesten. Soms draai ik ze in de auto op maximaal decibelvermogen. Het is de enige plaats waar dat kan. Thuis worden deze levensliederen volstrekt geboycot.
Dit jaar is het Corrie Konings en tijdens haar optreden krijg ik een heel apart gevoel van binnen. Dan zie ik haar zitten: ‘Zaaltje!’ Haar roepnaam was eigenlijk Lea (van Azalea), maar ik noemde haar Zaaltje of Zaal. Zelden een horecavrouw meegemaakt die zo in de perfectie haar beroep als kasteleinse uitoefende. Een vrouw in wiens omgeving het altijd lente is. Maar lentes gaan via zomers over in winters. Zo ook bij Zaal. Altijd de verkeerde man. Een vaste relatie raakte bij haar binnen de kortste keren op losse schroeven. En het duurde niet lang of er zat geen schroef meer in.
Na het feest der kampioenen wachtte ze me op. ‘Dick…’ ‘Zaal, hoe gaat het? Wat doe je? Met wie ben je hier?’ Vragen en herkenning. Met het levensverhaal over de vrienden van Zaal, zou ik drie columns kunnen vullen. Grote zalen, kleine zalen. Volle zalen, lege zalen. Om met Corry Konings te zingen: ’Huilen is voor haar te laat’.

Het was niks
En toch … door alle levenslijnen heen zie ik nog altijd de bepaalde grandeur die dit soort vrouwen nooit kwijtraken. Het wordt in een paar minuten een korte reünie, waarna ze weer in beslag wordt genomen door haar ‘lijfwacht’ van die dag. ‘Dick, mag ik je voorstellen: dit is mijn vriend Brian.’ Weer een verkeerde, is mijn snelle conclusie. ’s Avonds laat zie ik Zaaltje nog een keer, maar nu zonder Brian. In de drukte van de Vogelstruys vertrouwt ze me toe. ‘Dick, je had gelijk. Het was niks. Hij is alweer weg.’ Voor Zaaltje citeer ik hier het gedicht van Koos Speenhoff:
De liefde is de grootste straf
Die God ons heeft gegeven
Maar die niet weet wat liefde is
Heeft nooit iets aan z’n leven

De liefde maakt ons allen dol
We vechten om elkander
En als we moe van ’t vechten zijn
Dan nemen we een ander.
You’ll never walk alone dus. Zaaltje heb ik die avond niet meer gezien.