artikel

Voedselschandalen HACCP

Horeca

Coca-Cola

Wat
Het koolzuurgas van Coca-Cola was in juni 1999 verontreinigd met zwavelverbindingen. Daarnaast bleek dat de laklaag op de stalen blikjes een schimmelwerend middel had opgenomen. Bij het drinken zouden consumenten de ontstane dampen inademen.

Hoe
Bij de productie van cola in Antwerpen zou eind mei, begin juni ’99 gedurende korte tijd koolzuurgas met een verkeerde samenstelling zijn gebruikt. Het schimmelwerende middel werd toegepast op pallets in de fabriek in Duinkerken. Het zou aan de blikjes zijn blijven kleven en een chemische reactie hebben veroorzaakt met het antiroestmiddel op de bodem van de blikjes.

Gevolgen
In België kwamen ongeveer honderd kinderen met hartkloppingen en zware misselijkheid in het ziekenhuis terecht na het drinken van flesjes Coca-Cola uit een automaat op school. Bij de scholieren werd hemolyse vastgesteld, een ziekte die rode bloedlichaampjes vernielt en die de ogen en huid geel kan kleuren. Nog eens honderd andere mensen meldden zich met klachten van misselijkheid.
Toxicologen die de patiënten onderzochten, concludeerden dat de problemen het gevolg waren van ‘massahysterie’. Slachtoffers hadden weliswaar last van hun maag, hadden hoofdpijn en moesten overgeven maar hun bloed en urine was normaal. Volgens de onderzoekers moet de oorzaak worden gezocht in een collectieve angst voor voeding als gevolg van de dioxinecrisis, die even daarvoor in België plaatsvond, in combinatie met de vieze geur en smaak van een aantal Coca-Colaproducten.

Naar boven

Dioxinen

Wat
In mei 1999 werden in België dioxinen aangetroffen in kippen, eieren en producten waarin kip of ei waren verwerkt. In juli werd opnieuw dioxine in varkensvlees ontdekt. Staatssecretaris Faber liet partijen Nederlands veevoer onderzoeken omdat hij vermoedde dat deze besmet waren.

Hoe
De Belgische kippen hadden veevoer met hoge concentraties dioxinen te eten gekregen. Tijdens de bereiding was in dit voer vervuild vet terechtgekomen van vetsmelterij Verkest in Deinze. Het besmette vet is waarschijnlijk afkomstig van een Waals bedrijf. Dit veevoer is vervolgens geleverd aan 1400 Belgische kippen-, varkens- en rundervoederbedrijven. De zaak kwam aan het licht nadat pluimveebedrijven onverklaarbare ziekten en sterfte onder hun kippen vaststelden.

Gevolgen
De Belgische minister van Volksgezondheid (Colla) verbood aanvankelijk alleen de verkoop van kippen, eieren en producten waarin kip of ei waren verwerkt. Later nam hij ook vette rund- en varkensvleesproducten uit de handel. Het ging in totaal om honderden artikelen. Bovendien traden hij en minister Pinxten (Landbouw) af omdat ze eind april al wisten van de dioxinebesmetting. De Nederlandse ministeries van Landbouw en Volksgezondheid zeiden toe de controle op de vetsector te verscherpen. Bovendien besloot de Europese Unie dat er een speciaal bureau moest komen voor de controle op veiligheid van voedsel.

Naar boven

Raak Cassis

Wat
Een partij van 150.000 flessen Cassis bleek in december 1993 pimaricine te bevatten: een bacterie- en vooral schimmeldodend middel. Dit product wordt in Nederland vooral gebruikt om kaaskorst schimmelvrij te houden. De zaak kwam aan het licht door een anonieme brief van een medewerker van het bedrijf. Deze brief circuleerde al sinds augustus bij een aantal lokale en landelijke overheidsinstanties. Pas na een onderzoek van de industriebond FNV besloot justitie in te grijpen.

Hoe
De industriebond FNV vermoedde dat Raak bij de productie van Cassis pimaricine gebruikte. Dit om te voorkomen dat de frisdrank uit de fles spuit wanneer de flessen worden geopend.

Gevolgen
Justitie nam de flessen in beslag omdat pimaricine bij het bottelen van frisdranken wettelijk verboden is.

Andere Raak schandalen
Raak kwam al vaker in opspraak: in 1988 en 1989 werd er in Utrecht 25 miljoen liter Bar le Duc afgevuld, terwijl de bron in Baarle Nassau staat. In 1989 leverde de drankproducent 700.000 flessen cola aan Frankrijk die door de Fransen werden afgekeurd vanwege een verkeerd cafeïnegehalte.

Naar boven

Olvarit

Wat
In potjes Olvarit babyvoeding (Nutricia) met rund- en varkensvlees werd in november 1993 p-tolueensulfonamide (pTSA) aangetroffen, een restproduct dat overblijft als het anti-ontsmettingsmiddel Halamid zijn werk heeft gedaan. Volgens de bestrijdingsmiddelenwet mag deze stof niet in hogere doses dan 1 milligram per kilo in voedingsmiddelen voorkomen. In de potjes zat 4 milligram per kilo.

Hoe
De leverancier van het vlees in de babyvoeding, de Gorinchemse firma HVV, had jarenlang opzettelijk Halamid aan het geleverde vlees toegevoegd ‘om te voldoen aan de strenge eisen van Nutricia’.

Gevolgen
Nutricia haalde twee miljoen potjes Olvarit terug, uit een voorraad van tien miljoen. Het bedrijf vernietigde het babyvoedsel. Volgens Nutricia was er geen gevaar voor de gezondheid van kinderen die het voedsel hadden gegeten. De Keuringsdienst van Waren vond van wel en klaagde Nutricia aan. In oktober 1995 verklaarde de rechtbank in Den Haag Nutricia schuldig aan overtreding van de Warenwet, wegens gebrekkige controle tijdens het productieproces en traag reageren op de eerste meldingen van pTSA in babyvoeding. De twee directeuren van HVV kregen boetes van €13.600,- en €6.800,- en voorwaardelijke vrijheidsstraffen, wegens onzorgvuldig handelen.

Andere Olvarit schandalen
Halverwege 1992 vond de Keuringsdienst van Waren metaalscherven in een potje Olvarit. De zaak werd nooit opgehelderd. Tussen 1986 en 1993 werden in nog vier gevallen onrechtmatigheden in het babyvoedsel aangetroffen. In mei 1993 haalde de fabrikant in de VS potjes terug vanwege geruchten over salmonellabesmetting. In december 1994 moest Nutricia voor de rechter verschijnen nadat een consument een stukje hout in een potje Olvarit had gevonden. Het bedrijf kreeg hiervoor een boete van €2.265,-.

Naar boven

Frisolac

Wat
In minstens dertigduizend blikken baby- en kindervoeding van het merk Frisolac (Friesland Frico Domo) kwamen in september 1993 aluminiumdeeltjes voor. Eenderde deel van de verontreinigde partij was in Nederland gedistribueerd, de rest was verscheept naar Malesië, China, Hongkong en Griekenland. Volgens het zuivelconcern bestond er geen gevaar voor de gezondheid omdat uit onderzoek van TNO zou blijken dat de aluminiumdeeltjes het lichaam op natuurlijke wijze verlaten.

Hoe
De aluminiumdeeltjes waren afkomstig van 120 aluminiumcontainers die de firma gebruikte bij het verpakken van de producten. Voor betere vochtregulering werden in die containers gaatjes geboord waarna het aluminium in het poeder terecht kon komen.

Gevolgen
Friesland Frico Domo stelde de containers buiten bedrijf. Het zuivelbedrijf haalde 350.000 blikken babyvoeding terug. De onderneming schatte de directe kosten van het terughalen van de blikken op vele miljoenen.

Naar boven

Heineken

Wat
In flesjes Heineken bier (33 cl), bestemd voor de export, zaten in augustus 1993 glassplinters. De flesjes waren bestemd voor Groot-Brittannië, Finland, Hongarije, Hongkong, Israël, Oostenrijk en Zweden. Volgens een hoogleraar huisartsengeneeskunde zouden de glassplinters maar ‘sporadisch’ tot medische complicaties kunnen leiden. Er zijn geen gevallen bekend waarin dat ook gebeurd is.

Hoe
Aan de binnenzijde van de flessenhals lieten bij het verpakken of openen van de flesjes miniscule glassplinters los. Heineken stelde de leverancier van de flesjes, de Vereenigde Glasfabrieken in Schiedam, aansprakelijk voor de schade.

Gevolgen
Heineken haalde 3,4 miljoen exportflesjes terug en vernietigde er 17 miljoen. De schade bedroeg enkele tientallen miljoenen guldens. Ook Bavaria en Oranjeboom haalden hun groene exportflesjes uit de handel omdat ook zij de flessen bij de Schiedamse firma hadden besteld.

Naar boven

Rauwe eieren
In een caramelpudding, bereid door de kok van het verpleeghuis ‘Maria Auxiliatrix’ in Venlo, waren in juli 1990 rauwe eiwitten verwerkt die besmet waren met de salmonella-D bacterie. Dit type komt vooral in eieren voor.

Hoe
Zeker 26,3 procent van de leghennen en 12,5 procent van de slachtkuikens was in 1989 besmet met salmonella, blijkt uit onderzoekgegevens van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne (RIVM). Volgens hetzelfde onderzoek was destijds in Nederland 90 procent van de pluimveebedrijven in de leg- en mestsector besmet met een of andere salmonellabacterie.

Gevolgen
Van de hoogbejaarde bewoners in het verpleeghuis overleden er 16 en 154 bleken besmet met de salmonella-D bacterie. Van de 16 sterfgevallen staat het in 6 gevallen vast dat ze verband houden met de salmonella-affaire. Ook 14 personeelsleden van het tehuis werden ziek.
Medewerkers van het verpleeghuis werden niet strafrechtelijk vervolgd. Aangezien er in Nederland geen verbod bestaat om rauwe eieren te gebruiken, viel niemand in strafrechtelijke zin iets te verwijten, oordeelde justitie.

Andere salmonellaschandalen

  • In juli 1997 stelde de Keuringsdienst van Waren vast dat Zeeuwse mosselen waren besmet met de salmonellabacterie. Het extra schoonspoelen van de schelpdieren moest oplossing bieden.
  • Calvé haalde in mei 1994 potten pindakaas en pindakaas met stukjes noot van de markt nadat het bedrijf een besmetting met salmonellabacteriën constateerde. De productie lag tijdelijk stil.
  • Ontbijtpap Brinta raakte in maart 1994 besmet met salmonella. De productie lag enkele maanden stil en 1,5 miljoen pakken werden teruggenomen uit de winkels (jaarlijkse productie van Brinta is 8 miljoen pakken).
  • Twaalf Duitse bejaarden overleden in oktober 1992 na het eten van met rauwe eieren bereide pudding die twee dagen was blijven staan.
  • Meer dan tweehonderd bezoekers van een barbecuefeest in Antwerpen aten in februari 1992 besmette kip waarna ze ziek werden.
  • De PDM wielerploeg werd in de Tour de France van 1991 getroffen door een salmonellabesmetting.
  • Naar boven

    Perrier

    Wat
    In het bronwater Perrier zat in februari 1990 benzeen. Dit is in bepaalde hoeveelheden kankerverwekkend. Echter, de kranten schreven destijds dat een automobilist die tijdens het tanken bij zijn tank blijft staan, een miljoenmaal meer benzeen binnenkrijgt dan iemand die een flesjes Perrier drinkt, als daarin tien delen benzeen op een miljard delen water zouden zitten. In de Verenigde Staten werden tussen de twaalf en twintig delen benzeen per miljard delen water in Perrier aangetroffen.

    Hoe
    Benzeen komt onder meer voor in plastics, verf en schoonmaakmiddelen. Waarschijnlijk is de stof tijdens het schoonmaken in de flessen beland.

    Gevolgen
    Aanvankelijk haalde de producent het bronwater alleen in de Verenigde Staten uit de winkels, daarna volgden Japan en West-Duitsland en toen de rest van de wereld. De Nederlandse distributeur Hero haalde anderhalf miljoen flessen terug. De schade van dit bedrijf werd geschat op tweeënhalf miljoen gulden, die Perrier betaalde.

    Naar boven

    Iglo

    Wat
    Diepvriesnasi en -groenten van Iglo bleken in december 1980 nitriet te bevatten, een kankerverwekkende stof.

    Hoe
    De stof was afkomstig uit het koelsysteem van de Iglo-bestelwagens.

    Gevolgen
    Ten minste twee mensen, in Maastricht en Venray, overleden na het eten van de besmette producten. Anderen werden ziek. De koelwagens met het nitrietsysteem werden omgebouwd, zodat geen nitriet meer nodig was. Het bedrijf nam ongeveer 300 ton diepvriesvoedsel uit de handel. De schade bedroeg ruim €1,13 miljoen.

    Naar boven