artikel

Ww-uitsluiting personeel nekt strandtenthouders

Horeca

Strandtentexploitanten verwachten grote problemen met het aantrekken van personeel. Aanleiding is het besluit van het Landelijk Instituut Sociale Verzekeringen (LISV) om geen ww meer uit te keren aan seizoenwerkers die in de horeca werken.

Ww-uitsluiting personeel nekt strandtenthouders

Het LISV heeft besloten seizoenwerkers in de horeca en aanverwante sectoren voortaan uit te sluiten van de ww in de wintermaanden. Het instituut motiveerde haar besluit door te stellen dat het werk in de horeca niet op klimatologische gronden seizoensgebonden is, zoals bijvoorbeeld de aspergeteelt, de suikerbieten en bloembollenbranche.
Voorzitter Ed Kraakman van de Nederlandse Vereniging Strandexploitanten begrijpt niets van het besluit, want als er één sector is die op klimatologische gronden seizoensgebonden is, dan is het die van de strandtenthouders. De meesten moeten op last van de overheid hun tent afbreken voordat de herfststormen losbarsten.
Ze moeten hun bedrijfsactiviteiten staken, maar het personeel kan met ingang van oktober dus niet meer in de ww en moet naar de gemeente voor bijstand.
Kraakman stelt dat personeel zich met deze wetenschap wel tweemaal bedenkt om aan het werk te gaan in een strandtent.

Routiniers
De werkstudenten blijven wel komen, want die gaan naderhand niet de ww in. Vooral het kaderpersoneel, de routiniers zullen wegblijven en daarmee gaat de kwaliteit van onze sector achteruit. De kwaliteit waar we van de overheid eerst zo in moesten investeren vanwege de concurrentie van de Oostzee. Alleen pa en ma, de kinderen en een ouwe oma blijven over om het werk te doen. Wij voelen ons als sector in ons hemd gezet’, aldus Kraakman.
De voorzitter stelt dat het vooral voor kostwinners die als seizoensarbeider in de strandexploitaties werken onverteerbaar is dat ze aan het eind van het seizoen de bijstand in moeten.

Doordraaien
Voor bedrijven die in winter doordraaien is het volgens Kraakman niet te doen al het personeel dat nodig is tijdens het seizoen in dienst te houden.
Ook directeur Jeu Claes van Koninklijk Horeca Nederland (KHN) is ongelukkig met het LISV-besluit. Claes zegt dat zijn organisatie wel wist van de voornemens van het LISV, maar was in de veronderstelling dat in de horeca-CAO seizoenswerk voldoende duidelijk omschreven was om buiten het besluit te vallen. Dat blijkt nu niet het geval, al gaat het volgens de KHN-directeur om een interpretatiekwestie. Het LISV stelt dat het gaat om werkloosheid op economische en niet op klimatologische gronden. Met andere woorden: het publiek bezoekt in de winter ook horecabedrijven. Kort door de bocht: de werkloze obers en keukenpersoneel zouden dus in de stad kunnen gaan werken.
Het Platform Toerisme en Recreatie en MKB Nederland hebben contact met het LISV en proberen het instituut te bewegen de maatregel terug te draaien. Of dat lukt, is zeer de vraag. Volgens een woordvoerder hebben hoge organen, het College van toezicht Sociale Verzekeringen en de Centrale Raad van Beroep, het LISV dit besluit min of meer opgelegd.