artikel

Van ijskar tot ijssalon

Horeca

In de jaren ’20 streken de eerste Italianen in Nederland neer om hun ijs te verhandelen. Deze emigranten waren vooral afkomstig uit de Noord-Italiaanse provincie Belluno. Een kleine groep kwam uit Toscane. De drijfveer van de emigranten was armoede. Om toch ergens hun brood te verdienen, verlieten ze hun moederland om hun geluk elders te beproeven.

Eerst weken de Italianen uit naar buurlanden zoals Oostenrijk. Nadat deze gebieden oorlogsschade hadden opgelopen door de Eerste Wereldoorlog, kwam het neutrale Nederland in beeld bij de emigranten. Vanaf 1927 waren Italiaanse ijsventers met hun karretjes op straat actief. Ze vestigden zich zoveel mogelijk in steden waar nog geen andere Italiaanse verkoper ijs aan de man brachten. De eerste jaren kenmerkten zich door hard werken in de zomer om met het verdiende geld de winter door te komen.

Bloei
Om de Nederlanders Italiaans ijs te leren eten, deelden de Italianen gratis ijs uit. Waar ijsventers erin slaagden genoeg geld te verdienen, kochten ze panden en openden ijssalons. Door de Tweede Wereldoorlog kwam de handel stil te liggen. Veel Italianen keerden terug naar hun thuisland in verband met de politieke situatie. In Nederland begon in de jaren ’60 pas echt de bloei van de Italiaanse ijssalon. Het aantal verkooppunten lag toen op een hoogtepunt, naar schatting zo’n 150-200. De Italianen profiteerden van de economische welvaart. In de jaren ’70 verenigden een aantal zich in de ITAL, de associatie van Italiaanse ijsbereiders in Nederland. Momenteel zijn er nog circa honderd ijssalons in handen van Italianen. Een klein aantal hiervan is al enkele decennia in Nederland actief. Een 25-tal is lid van de ITAL.