artikel

De dames Vossius

Horeca

5 juni. Bouwstof op de platte vletjes van Marianne Kranenborg en op de Italiaanse laarsjes van Antonia Vincke. Ze zijn voor de foto misschien een paar minuten binnen, in de bouwplaats die vanaf 1 augustus een van de meest luxueuze restaurants van Amsterdam moet herbergen.

‘Kun je het je voorstellen?’ vraagt Marianne, terwijl ze voorzichtig over een stapel grijze rioleringsbuizen stapt. ‘Een plafond van bladgoud en hier, hier komt de entree. Het gaat lukken, echt’, zegt ze met een onverzettelijk soort vertrouwen. Zien wij hetzelfde? Afgebikte muren, een gapend trapgat, provisorisch dichtgetimmerd met ruwe planken, elektriciteitskabels die in bossen naar beneden hangen.

Levenswerk
We strijken neer op het terras van Brasserie Van Gogh, net om de hoek, op de P.C. Hooftstraat en praten met de dames Kranenborg en Vincke over Vossius; het levenswerk van hun echtgenoten. Cappuccino voor Marianne (48); rustig, vriendelijk, gedecideerd. En beschermend ten aanzien van Robert, met wie ze al 18 jaar getrouwd is en twee kinderen heeft (beiden op de Middelbare Hotelschool). ‘Ik probeer ervoor te zorgen dat hij thuis in ieder geval de rust vindt die hij nodig heeft.’ Daarnaast deed ze administratief werk voor Au Fond, Kranenborgs eigen BV. Nu die zijn handen meer dan vol heeft aan Vossius, werkt zij weer voor drie dagen buiten de deur, in een modezaak in Laren.
Antonia (36) is meer het dubbele espressotype; klein, lang donker haar, bewegelijk, druk pratend met een interessant accent. Dat krijg je als je als Italiaanse bent opgegroeid in België, en al vijftien jaar in Nederland woont. Haar veeltaligheid leverde haar een boeiende maar drukke baan op als manager van het Europese callcenter van een grote it-firma, met 43 mensen onder zich. Samen met John runt ze het huishouden – ‘hij kookt altijd’ – en zorgt ze voor haar dochter van 12.

Waar zijn we aan begonnen
‘Jaaa’ antwoorden ze volmondig in koor. Ze hebben al zo vaak gedacht, waar zijn we aan begonnen. Toch geloven ze heilig in Vossius, alle tegenvallers en vertragingen ten spijt. Antonia: ‘Dit is hét moment. Nederland is er rijp voor. En de jongens hebben het gewoon verdiend.’ Wat hebben ze verdiend? De stress, de druk, het getouwtrek met de banken, de slapeloze nachten? Nee, dit moeten we goed begrijpen. Dit is een ander soort stress, een ander soort druk. ,’Dit doen ze voor zichzelf. Een zaak op driesterrenniveau is hun grote wens. Het is hun werk, hun hobby, hun leven. Wat ze verdienen, is dat die wens nu uit gaat komen. De locatie is top, het benodigde budget (en dat is niet mis) ligt op tafel en ze hebben geweldige medewerkers. Echt, ze werken er zo hard voor. Ze zijn perfectionisten, keien in hun vak.’

Kippenvel
Antonia steekt een lofzang af over de kookkunst van Robert, terwijl Marianne vertelt hoe gastheer John ‘bijna danst’ door de zaal. ,’Het restaurant is zijn theater.’ Dat hebben de dames chic verdeeld.
Trots zijn ze op Vossius, apetrots. ‘Als ik er langs loop, krijg ik kippenvel op mijn armen’, vertelt Antonia. Maar dat heeft ook een andere reden. ‘Mirafiori, de Italiaan die hiervoor in het pand zat, was het eerste restaurant waar ik met John, vijftien jaar geleden altijd ging eten, toen we vanuit Brussel naar Amsterdam kwamen. Het was ‘ons’ restaurantje. Toeval of niet?’
Waar kunnen ze zich op verheugen? Niet op de officiële opening, want die zal er niet komen. Ze gaan gewoon draaien, er wordt al volop gereserveerd. Voor 02-02 2002 is de hele zaak bijvoorbeeld al afgehuurd.
Marianne: ‘Ik verheug me op een Vossius dat alle dagen vol zit, en op een man die thuis komt en zegt. ‘We hebben wéér top gedraaid.’