artikel

10 redenen om geen café-uitbater te worden

Horeca

10 redenen om geen café-uitbater te worden1. Het is uitputtend en ongezondBezint eer je begint. Voor de toog is het gezelliger dan erachter. Gemiddelde werkweken van 70 tot 80 uur zijn eerder regel dan uitzondering, vooral tijdens de opbouw van een zaak. De uitputting die dreigt is zowel fysiek als emotioneel. Fysiek omdat je dagelijks […]

10 redenen om geen café-uitbater te worden

1. Het is uitputtend en ongezond
Bezint eer je begint. Voor de toog is het gezelliger dan erachter. Gemiddelde werkweken van 70 tot 80 uur zijn eerder regel dan uitzondering, vooral tijdens de opbouw van een zaak. De uitputting die dreigt is zowel fysiek als emotioneel. Fysiek omdat je dagelijks lang op je benen staat en veel moet lopen, emotioneel omdat iedereen aandacht van je wil; klanten, medewerkers, leveranciers. En dat in de regel voor een bedrag dat je ook in loondienst kunt verdienen.

2. Het is gevaarlijk
Het vak van kastelein is gevaarlijk vanwege de beschikbaarheid van alcohol. Alcohol is een drug. Het vak is ook gevaarlijk vanwege de seksuele verleidingen. Een flirt kan omslaan in een avontuurtje. Ondernemershuwelijken lopen hierop stuk. Ondernemers gaan laat naar bed en slapen te weinig om fit te blijven. Dit draagt niet bij aan de weerbaarheid. Andere gevaren zijn geweld van lastige klanten, nicotine, en het risico bestolen te worden door mensen die je vertrouwt.

3. Het is té gezellig
Gezelligheid is ook de grootste valkuil van het vak. Voor je het weet vertoont de kastelein het gedrag van de klant: drinken, zingen, lachen. Als de klanten weggaan, slapen ze thuis hun roes uit. Voor de kastelein wachten schoonmaak, administratie, roosters, leveranciers en de voorbereiding op de volgende dag.

4. Het beperkt je horizon
Kasteleins komen nauwelijks hun zaak uit. Ze leven aan de bar. Ze krijgen veel informatie van klanten en denken daarom veel te weten. Wat er buiten hun bedrijf gebeurt, krijgen ze in beperkte mate mee. Ze lezen weinig kranten, zien nauwelijks televisie, komen vrijwel nooit in supermarkten, schouwburgen en bioscopen. Na verloop van tijd bouwen ze een informatieachterstand op wat bij tegenslagen resulteert in onbegrip en frustratie. Vaak krijgen dan gemeenten, leveranciers en concurrenten de schuld.

5. Je bent zelf nooit meer klant
Ondernemers die de zaak van hun ouders overnemen hebben één groot nadeel. Ze zijn opgegroeid in de horeca maar hebben nooit ervaren hoe het is om klant te zijn. In het buitenland kijken wat er gaande is, doen de meeste niet. Alle bedrijven die bezocht worden, worden beoordeeld vanuit het standpunt van de ondernemer, niet vanuit de klant. Er zijn weinig veteranen in het vak die nog een frisse kijk hebben op de markt. Begrijpelijk, maar jammer.

6. Financiële verleiding
Een cliché, maar het gebeurt nog steeds, al wordt het minder. Een starter kijkt na het eerste weekeinde in de kassa en denkt: daar zit meer in dan toen ik in loondienst werkte. En vervolgens gaat hij uitgeven. Eerst aan zijn vriendin die zo hard heeft gewerkt, vervolgens aan kleren en aan de bolide die hij altijd wilde hebben. Verleidelijk, maar na een paar jaar komt de fiscus en die blijkt minder begrip te hebben voor de noodzaak van deze privé-uitgaven.

7. Snel rijk willen worden‘
Ik wil snel rijk worden’ is een slechte reden om te gaan ondernemen. Ondernemen in de horeca is geen sprint maar een marathon. Wie voor de korte termijn gaat, wacht teleurstelling, een enkele briljante vent of vrouw uitgezonderd.

8. Je moet leren rekenen.
In de rechterhersenhelft van ons brein zetelt de intuïtie, de emotie, creativiteit, het taalgevoel. In linkerkant van onze hersenen liggen de meer rationele kwaliteiten opgeslagen als logisch redeneren, rekenen en ruimtelijk inzicht. Hoewel niet wetenschappelijk onderzocht, beschikken caféondernemers, zo is mijn indruk, bijna allemaal over een sterk ontwikkelde rechterhersenhelft: sfeer, emotie, creativiteit, daar zijn ze goed in. Hun emotionele intelligentie is hoger dan gemiddeld. Maar de kwaliteiten in de linkerhersenhelft zijn zeker zo belangrijk voor de continuïteit van de onderneming. Wie niet wil rekenen, kan moeilijkheden verwachten.

9. IJdelheid als valkuil
Er zijn de nodige ondernemers die een bedrijf starten om hun ego op te pompen. Ze willen aantrekkelijk en succesvol worden gevonden. Als hun gedrag overeenkomt met de werkelijke budgettaire situatie, zal niemand ze iets kwalijk nemen. Alleen is groot financieel succes lang niet voor iedereen weggelegd. In de regel werkt bescheidenheid daarom beter. Die eigenschap leidt tot een uitgavenpatroon dat in verhouding staat met de werkelijke mogelijkheden.

10. Je doet het nooit goed.
Inderdaad, wie ondernemer wordt moet rekenen op veel kritiek. Van klanten die zich benadeeld voelen, van collega’s die jaloers zijn, van medewerkers die zich gepasseerd voelen,van ambtenaren die vinden dat u regels overtreedt. Wie alleen complimenten verwacht over de gezellige sfeer en het leuke café, weet niet wat zich afspeelt achter de schermen.