artikel

Ondernemer en gemeente Groningen oneens over type zaak

Horeca

Als het aan de gemeente Groningen ligt, moet broodjeszaak Broodje van Jootje aan de plaatselijke Grote Markt haar deuren sluiten. Volgens het gemeentebestuur zijn de bedrijfsactiviteiten in strijd met de detailhandelsbestemming die op het pand rust. ‘Maar daar houden we ons juist wél aan’, meent mede-eigenaar Johan Schoenmaker. Hij laat het er dan ook niet bij zitten.

Broodje van Jootje ging in juni van dit jaar van start als bakkerswinkel die ook belegde broodjes verkoopt. Schoenmaker en zijn compagnon Rob Mulder waren ervan op de hoogte dat in het pand geen horecavoorziening mag worden gevestigd. Daar hebben zij het bedrijf op aangepast door de verkoop van onbelegd brood en de afwezigheid van zitplaatsen. Bovendien is de zaak alleen overdag geopend. Toch moet de winkel dicht, omdat de gemeente de zaak wel degelijk als een horecabedrijf ziet.

‘En dat is onzin’, zegt Schoenmaker. ‘Wij zijn een bakkerswinkel die ook aanverwante artikelen in het assortiment heeft. Dat is tegenwoordig heel normaal. Vooral marktkooplui hier voor de deur kopen bij ons hun dagelijks brood. Dat het overgrote deel van onze omzet echter uit belegde broodjes komt, daar kunnen wij niets aan doen. Wij houden ons gewoon aan de regels.’

‘Er is absoluut sprake van een horecabedrijf’, reageert woordvoerder Alfred Kazemier van de gemeentelijke bestuursdienst. ‘Het betreft een inrichting waar tegen vergoeding spijzen worden bereid en verstrekt voor directe consumptie. Dan ben je volgens de Groningse APV een horecagelegenheid. De ondernemers hadden hiervoor een vergunning moeten aanvragen. Dat hebben zij niet gedaan. Ze zouden een dergelijke vergunning overigens niet hebben gekregen, omdat er in de directe omgeving al te veel horecazaken zijn.’

Inmiddels hebben Mulder en Schoenmaker beroep aangetekend bij de bestuursrechter. Die heeft in afwachting van een uitspraak Broodje van Jootje tot eind november respijt gegeven. Voorts heeft Schoenmaker het televisieprogramma Breekijzer van Pieter Storms ingeschakeld. ‘Wij hebben een huurcontract afgesloten met behoud van een vergunning waar we ons keurig aan houden. De investeringen in deze zaak laten wij ons niet onterecht afnemen.’