artikel

Coöperatieve regionale keten van start

Horeca

Met twaalf zaken is de nieuwe cafetariaketen Primataria enkele maanden geleden van start gegaan. De keten is in de vorm van een coöperatieve vereniging opgericht door een aantal in het oosten van het land werkende cafetariahouders. Zij waren eerder bij een landelijk werkende keten aangesloten. Jaren van sluimerende ontevredenheid deed hen besluiten tot deze stap.

Coöperatieve regionale keten van start

Primataria moet een keten worden waarin het regionale gezicht van het oosten van Nederland gestalte krijgt, vinden initiatiefnemers en cafetariahouders Gezinus Jonkers en Luit Winter. Actiefolders met menu’s die aanslaan in de streek. Met een taalgebruik dat begrepen wordt in de streek. ‘Bestaria, waarbij wij allemaal waren aangesloten is een landelijk werkende keten’, aldus Winter. ‘Vaak sloegen de menu’s in de folder niet aan in onze streek. Soms door het taalgebruik dat de klanten in deze regio niet aanspreekt. Zo werd een karbonade kotelet genoemd. Er waren zelfs klanten die vroegen wat dat nou eigenlijk was.’

Deze onvrede kreeg zijn hoogtepunt toen Horesca-dochter Formule Beheer Nederland de inmiddels in de koelkast gezette plannen voor een luxere Bestaria Gold formule lanceerde. Op zich geen slecht idee, vindt ex-cafetariahouder Gerard Groener, die als formuleadviseur voor de keten optreedt. ‘Maar niet voor onze streek. Bovendien degradeer je de gewone Bestaria-cafetaria door de luxere variant Bestaria Gold te noemen.’

De Primataria-oprichters vonden dat er daardoor een tweedeling binnen de formule zou komen. ‘Wij voelden ons in de hoek gedrukt van de simpele snackbar. Bovendien misten we de collegiale samenwerking binnen de formule, zoals we die in het oosten onderling al hadden’, vertelt Jonkers.

De ondernemers zijn er echter van overtuigd dat een cafetariabedrijf moeilijk zonder formule kan. ‘Het is te duur om als eenling folders en dergelijke te maken. Bovendien kweek je met een eenduidige uitstraling en formule naamsbekendheid.’

De ondernemers staken de koppen bij elkaar zoals in twee voorafgaande jaren al vaker gebeurde. Het feit dat hun leverancier, groothandel Horesca Baarssen, aan grossier Ven PeBe werd verkocht versnelde het beslissingsproces.

Sponsors
Winter en Jonker namen het voortouw en deden onderzoek. ‘Daaruit bleek dat we het best een coöperatieve vereniging op konden richten. In april van dit jaar zag de Coöperatie Primataria Euregio het levenslicht. Met initiatiefnemers Winter als voorzitter en Jonkers als vice-voorzitter. Ondanks de vele uren die er al ingestoken waren begon het echte werk op dat moment, beseffen de twee achteraf. ‘Er moest een hele hoop geregeld worden’, aldus Winter. ‘Zoveel dat we wel eens een dachten: waar zijn we in vredesnaam aan begonnen’, verzucht Jonkers.

Het oplossen van financiële obstakels was het moeilijkst. De deelnemende bedrijven betalen €250,- entreegeld en €100,- contributie per maand, vertelt Jonkers. ‘Dat is te weinig om met een keten van start te gaan. Je komt er niet met alleen het inleggeld en wat contributie. Je hebt een sponsor nodig.’ De extra middelen werden gevonden bij groothandel Ven PeBe. Daar staat een afnameverplichting gedurende vijf jaar tegenover. ‘Anders wilden zij niet financieren. We hebben echter wel goede prijsafspraken kunnen maken.’

Ook een fritesfabrikant, snackproducent en frisdrankenleverancier droegen een steentje bij. ‘Het is de bedoeling dat het kernassortiment overwegend van deze fabrikanten wordt afgenomen’, vertelt Groener. Winter vult aan: ‘We hebben financiële armslag nodig om als keten levensvatbaar te zijn. Bovendien kunnen we bepaalde acties niet voeren zonder steun van leveranciers.’

De individuele cafetariahouder zal concessies moeten doen, vertelt Robert Hulsegge in wiens Primataria in Gramsbergen het gesprek plaatsheeft. ‘Alleen dan krijgen we alle neuzen dezelfde kant uit.’ Jonkers heeft daar wel eens wakker van gelegen. ‘Je wilt er toch een succes van maken en dat gevoel, die druk, werd me soms bijna te veel. We kregen ook zoveel vragen vanuit de achterban. Die ondernemers dachten dat het allemaal in één dag was te regelen.’

Het geld dat groothandel en leveranciers hebben opgehoest was nodig voor het ontwerpen van een logo, het maken van posters, folders, verpakkingen en het ontwikkelen van een kledinglijn. Per cafetaria kan maximaal €1500,- besteed worden aan de formule-uitstraling zoals raambestickering en een gevelbord. Hoewel de keten inmiddels op volle toeren draait en de zaken met de Primataria-uitstraling zijn toegerust is er nog geen uniforme bedrijfskleding.

‘Voordat je zoiets rond hebt’, verzucht Jonkers. ‘De prijzen voor bedrijfskleding lopen enorm uiteen. Dus eerst moesten we op zoek naar een betaalbare leverancier. Dan stof uitzoeken en een ontwerp laten maken. Dat gaat voor een monster naar een naaiatelier in het buitenland.’ De teruggekomen kleding werd uitgeprobeerd. ‘Toen bleek dat de stof niet mooi bleef. Dan kan je dus opnieuw beginnen.’

De eerste actiefolder van de keten verscheen in september. Een lid krijgt standaard duizend folders om huis-aan-huis te verspreiden. De menuactie wordt ondersteund met posters. Andere zaken zoals tafelkaarten en klantenbindende acties zijn nog in ontwikkeling. ‘We denken aan spaarkaarten waarvoor klanten bijvoorbeeld gratis frites of snacks krijgen. In ieder geval een product waar zij echt iets aan hebben’, aldus Jonkers.

Grensgebied
De belangstelling voor de regionale formule is groot. Inmiddels hebben drie bedrijven aangegeven zich aan te sluiten. Ook net over de grens, in Duitsland, worden de ontwikkelingen nauwlettend gevolgd. Acht cafetariabedrijven in het grensgebied overwegen zich aan te sluiten. ‘Met belangstelling van die kant van de grens hadden we al rekening gehouden’, vertelt Winter.

‘Vandaar het woord Euregio in onze verenigingsnaam. ’De animo sterkt de bestuurders in de gedachte dat de formule een succes wordt. ‘We streven er naar om over twee jaar tussen de 25 en 30 leden te hebben. ‘Het moet wel overzichtelijk blijven en niet te hard gaan’, vindt Groener, die de ledenwerving en selectie in zijn takenpakket heeft. Ook bekijkt hij of een bedrijf dat zich aan wil sluiten een financieel redelijke toekomst heeft. ‘Anders gaat dat ten koste van de naam van de keten. Bovendien moeten het goede vriendelijke ondernemers zijn die hygiënisch volgens de regels werken. Want de naam Primataria moet staan voor een cafetaria waarvan het product, de klantvriendelijke service en de uitstraling goed is.’

Groener gaat ook als een soort formulemanager de contacten met fabrikanten en leveranciers onderhouden om met hun hulp menuacties te ontwikkelen. Deze worden vervolgens voorgelegd aan de menucommissie die moet beoordelen of deze in de regio in de smaak vallen. Buiten de menucommissie kent de vereniging geen andere overlegorganen. ‘We gaan per kwartaal een ledenvergadering houden. Bovendien komt het bestuur maandelijks bij elkaar.’

Winter, Jonkers en de overige bestuursleden hebben veel tijd geïnvesteerd in het opzetten van het samenwerkingsverband, maar kijken tevreden terug op de afgelopen maanden. ‘Er kwam meer bij kijken dan we dachten. En we zijn nog niet klaar. Maar het is het waard want de resultaten zijn er naar. We hebben binnen zo’n korte tijd toch iets neergezet.’