artikel

Meer druk op gemeenten nodig

Horeca

De horeca moet bij gemeenten met de vuist op tafel slaan om duidelijke regels en één integrale horecavergunning af te dwingen. Dat was het advies van een drietal kamerleden en burgemeester Ouwerkerk van Almere tijdens een politiek café vorige week in Perscentrum Nieuwspoort in Den Haag. Tijdens de bijeenkomst, georganiseerd door Koninklijk Horeca Nederland (KHN), stond tegenstrijdige regelgeving centraal. Die leidt tot onveilige situaties in de horeca.

Meer druk op gemeenten nodig

Met een voor de verkiezingsstrijd kenmerkende gretigheid toonden de kamerleden Hella Voûte (VVD), Marja Wagenaar (PvdA) en Joop Wijn (CDA) begrip voor de problemen die de horeca heeft met te veel, tegenstrijdige en complexe regels. ‘We zijn doorgeslagen met de regels’, zei burgemeester Hans Ouwerkerk van Almere die ook voor het forum was uitgenodigd. ‘Te veel tegenstrijdige regels’, riep Wagenaar, en Voûte beaamde dat niet handhaafbare regelgeving onveilige situaties in de hand werkt. ‘Wij voeren een taaie strijd’, merkte ze op.

Het verbaasde voorzitter Jan Geenemans van KHN zoveel begrip te horen uit de monden van kamerleden die zijn aangesloten bij partijen die al acht jaar aan de macht zijn, de PvdA zelfs al langer. ‘Tegen wie wordt die taaie strijd eigenlijk gevoerd?’, wilde hij weten.‘De gemeenten’, reageerde Voûte. Inderdaad, het was Geenemans ook al opgevallen dat kabinet en Tweede Kamer niet de regie in de gemeenten in handen hebben. Een discussiepunt dat trouwens naadloos aansloot op een van de stellingen die tijdens de bijeenkomst werden gelanceerd: ‘de politiek vindt de autonomie van gemeenten belangrijker dan de veiligheid in de horeca’.

De kamerleden en Ouwerkerk waren het daar niet mee eens, maar zien geen taak weggelegd voor Den Haag om de gemeenten beleid op te leggen. Wagenaar: ‘Wij stimuleren vanuit Den Haag, maar de gemeenten moeten het wel zelf doen.’

CDA-er Wijn stelde dat veilige regelgeving een kwestie van organiseren is. Een deel van het probleem zou al zijn opgelost als gemeenten een accountmanager aanstellen voor de horeca en met één horecaloket gaan werken. Voûte opperde in dit verband een digitaal loket. Horecaondernemers kunnen dan vanachter hun eigen computer met een druk op de knop een vergunning kunnen aanvragen. Zij verklaarde het onderwerp, dat overigens niet nieuw is, op de politieke agenda te zetten. Binnen een jaar moet er, wat haar betreft, voor de horeca een allesomvattende, integrale en digitale vergunning zijn.

Delft
Mooie toezegging, maar de praktijk lijkt weerbarstiger. De gemeente Delft hield enige tijd geleden in samenwerking met KHN al een geslaagde proef met een speciaal horecaloket. Probleem is echter dat andere gemeenten er niet aan willen. KHN is wat dat betreft ernstig teleurgesteld in de VNG, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Met name de grote gemeenten trekken zich van de VNG niets aan.

Een ander probleem, zo werd vanuit de zaal aan de orde gesteld, is het gebrek aan ‘kwaliteit’ in kleine gemeenten. Daar wil het geïntegreerd horecabeleid maar niet van de grond komen. Kortom: gemeenten doen te weinig met suggesties en soms al ver uitgewerkte en kant-en-klare modelverordeningen die het leven van de horecaondernemer een stuk makkelijker zouden maken. KHN-directeur Jeu Claes merkte op dat er een compleet model ligt voor gemeenten om de lasten voor de horeca met 50 procent te verlichten, maar als niemand het verplicht stelt, gebeurt er niets mee.

De aanwezige politici wezen erop dat er volop manieren zijn voor de horeca om wensen en behoeften bij de gemeenten duidelijker en nadrukkelijker voor het voetlicht te brengen. Volgens Ouwerkerk moeten de horecaondernemers burgemeesters en wethouders bij hun kladden pakken en ze met hun neus op de feiten drukken als blijkt dat regels te complex en tegenstrijdig zijn. En ze kunnen hun beklag doen over dienstverlening van gemeenten en ervoor zorgen dat die klachten in het burgerlijk jaarverslag terechtkomen.

Wat de tegenstrijdige regelgeving voor de horeca betreft, komt de Taskforce Enschede/Volendam, waarvan Ouwerkerk voorzitter is, in mei met een analyse van de regelgeving in de horecapraktijk.

Symboolpolitiek
Ander discussiepunt tijdens het politiek café was de door de horeca aangeduide ‘symboolpolitiek’ van gemeenten; de overreactie na de rampen in Volendam en Enschede in de vorm van verscherpte controles. Ouwerkerk wilde dat geen symboolpolitiek noemen. ‘Het is logisch dat bestuurders zich na een ramp afvragen: wat heb ik nagelaten, en vervolgens maatregelen treffen. Bovendien is er altijd nog zoiets als een parlementaire enquête dat als een zwaard van Damocles boven het hoofd van de gemeenten hangt.’

Voor Geenemans van KHN was het duidelijk: ‘Die overreactie van gemeenten is dus alleen maar bedoeld om zich in te dekken.’ De KHN-voorzitter zei grote moeite te hebben met verhoogde leges naar aanleiding van intensievere controle op brandveiligheid: ‘We betaalden toch al leges voor die controle? Toen werd er niet gecontroleerd. Nu is de controle er wel en moeten we er nóg eens voor betalen.’