artikel

Horecamedewerkers op zoek naar andere baan

Horeca

Uit het jaarverslag van het Bedrijfschap Horeca en Catering blijkt dat één op de vijf werknemers in de horeca op zoek is naar een andere baan. Ruim 40 procent van deze zoekers wil een functie in een andere bedrijfstak. Peter de Wit, hoofd monitoring en arbeidsmarktdeskundige bij het Bedrijfschapschap, licht toe.

Horecamedewerkers op zoek naar andere baan

Waarom haken deze werknemers af voor de horeca?
De Wit: ‘Deze uitstroom komt voor een aanzienlijk deel op het conto van mensen die een bijbaan hebben in de horeca. Ruim 40 procent van de 300.000 werknemers in de bedrijfstak is werkstudent. Die zoeken na afloop van hun studie een baan die daar bij aansluit. Dan is er een groep mensen met een horecaberoepsopleiding. Die zie je afhaken als ze tegen de dertig lopen onder andere vanwege gezinsvorming. Daarin spelen werktijden een rol. Bovendien blijkt uit het onderzoek dat werkdruk en de lichamelijke zwaarte van het werk belangrijke redenen zijn om de horeca te verlaten.’

Dreigt er een tekort aan (ervaren) personeel?
De Wit: ‘Op dit moment is er voldoende toestroom uit het Middelbaar Beroeps Onderwijs. Ook omdat het oude leerlingenstelsel daarin is opgenomen. Dus het aantal beroepsopgeleiden dat werkzaam is in de horeca zal niet afnemen. Het is wel een verarming, want aanvulling gebeurt van onderaf met mensen die geen ervaring hebben. Er dreigt zeker gevaar als de uitstroom groter wordt. En die kans is reëel. Werknemers met een horecaopleiding zijn klantvriendelijk en kunnen goed organiseren. Daardoor zijn zij erg gewild in andere bedrijfstakken. Zij hebben een “hoge transferwaarde” en worden weggetrokken.’

Wat kan de branche doen om deze werknemers te behouden?
De Wit: ‘Op de eerste plaats moet meer rekening worden gehouden met de privé-omstandigheden van werknemers. Geeft de mogelijkheid om werk en gezin te combineren. Met een goed roostersysteem is het mogelijk dat werknemers de mogelijk hebben vrij te zijn op de dagen dat zij dat nodig hebben. Bovendien moeten werkgevers zorgen dat de werkdruk draaglijk is. Ook moeten zij inventiever worden in het verlichten van de lichamelijke zwaarte van het werk. De afstand van het buffet tot terras is bijvoorbeeld vaak gigantisch. Een jongeling houdt dat nog vol en die zijn nog makkelijk te vinden. De focus van de ondernemers ligt op arbeidsbesparing en niet op arbeidsefficiëntie.’ Dat is een beetje de “makke” van de bedrijfstak.